The lily of the valley doesn't know.

Nu fiets ik maar half zo snel dan daarstraks. Het geeft me tijd om rond te kijken. Dat is iets dat ik anders nooit doe. Normaal rijd ik met de auto en dan let je op de weg. Je herkent bepaalde punten wel, maar je ziet nooit de details. Nu zie ik de details. Zoals dat er mooie bloemen voor de raam staan bij huisnummer 59 van deze straat. Eigenlijk valt dat fietsen nog wel mee. Buiten het feit dat ik niet graag fiets. Het is gewoon leuk om mensen voor even te bespieden. En dan is er nog het feit dat het rust brengt. Al zal ik misschien anders erover praten als ik er door de regen heen moet.
Fietsen is zolang geleden. Sinds dat ik afgestudeerd ben op de middelbare school, raak ik de fiets nog amper aan. Ik weet nog het stormende weer iedere keer met de kerstexamens. Dan kwam je ’s ochtends kleddernat en bevroren op school aan. Dan moest je in een ijskoud lokaal je examens maken en tegen je iet wat opgedroogd was, moest je alweer naar huis vertrekken in datzelfde weer. En dan vragen mensen in het onderwijs zich af waarom kinderen zo ziek worden. Wat ben ik blij dat het hoger onderwijs zich daar beter op aanpast. Hier denken ze tenminste aan ons, de student. Ze laten ons hier niet verkommeren in ijskoude lokalen. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen op de regel, maar mijn punt is dat het hoger onderwijs gewoon vele beter is dan het middelbare onderwijs.
Ik heb een hekel aan de drukke banen. Pas nu besef ik dat het als fietser een hele opgave is om hier te fietsen. De auto’s razen me aan 70 km per uur en stiekem sneller voorbij. Ik ben verplicht om op een niemandslandje te fietsen. Ik fiets tussen 2 stroken van strepen die op lange termijn een lijn vormen. Ik heb ongeveer maar een halve meter om te fietsen terwijl de weg maar 20 centimeter van me af ligt. Als ik hier voortaan met de auto rij, ga ik harder letten op de fietsers. Nu ik hier zelf heb gefietst, heb ik medelijden met ze.
Ik voel een harde klap. Mijn ogen schieten dicht uit angst. Wat gebeurt er? Mijn hoofd komt neer op het asfalt, wat voor een immense pijn zorgt. Ik voel deze pijn maar even. Het wordt zwart in mijn gedachten.
Fietsen is zolang geleden. Sinds dat ik afgestudeerd ben op de middelbare school, raak ik de fiets nog amper aan. Ik weet nog het stormende weer iedere keer met de kerstexamens. Dan kwam je ’s ochtends kleddernat en bevroren op school aan. Dan moest je in een ijskoud lokaal je examens maken en tegen je iet wat opgedroogd was, moest je alweer naar huis vertrekken in datzelfde weer. En dan vragen mensen in het onderwijs zich af waarom kinderen zo ziek worden. Wat ben ik blij dat het hoger onderwijs zich daar beter op aanpast. Hier denken ze tenminste aan ons, de student. Ze laten ons hier niet verkommeren in ijskoude lokalen. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen op de regel, maar mijn punt is dat het hoger onderwijs gewoon vele beter is dan het middelbare onderwijs.
Ik heb een hekel aan de drukke banen. Pas nu besef ik dat het als fietser een hele opgave is om hier te fietsen. De auto’s razen me aan 70 km per uur en stiekem sneller voorbij. Ik ben verplicht om op een niemandslandje te fietsen. Ik fiets tussen 2 stroken van strepen die op lange termijn een lijn vormen. Ik heb ongeveer maar een halve meter om te fietsen terwijl de weg maar 20 centimeter van me af ligt. Als ik hier voortaan met de auto rij, ga ik harder letten op de fietsers. Nu ik hier zelf heb gefietst, heb ik medelijden met ze.
Ik voel een harde klap. Mijn ogen schieten dicht uit angst. Wat gebeurt er? Mijn hoofd komt neer op het asfalt, wat voor een immense pijn zorgt. Ik voel deze pijn maar even. Het wordt zwart in mijn gedachten.
Reageer (2)
Oeeh .. Nu word ze BAM zielloos xd
1 decennium geledenHehe. Dit is wel een stukje waar je niets anders kan zeggen dan: 'snel verder'.
1 decennium geleden