Hoofdstuk 4

Als we alle boetes hebben bekeken gaat iedereen nog even naar bed. Ik had eigenlijk verwacht dat ik niet zou kunnen slapen, maar zodra mijn hoofd mijn kussen raakt val ik in een droomloze slaap.
Ik snap niet dat Delilah zo blij is. Ik bedoel… ze helpt ons wel naar onze dood, zeg maar. Zij trekt onze namen. Technisch gezien maakt dat haar medeplichtig aan onze moord (als we tenminste niet winnen). Maar ze is echt vrolijk als ze me wakker maakt.
“Oh, Glinster, we zijn er bijna, wordt snel wakker meisje! We zijn bijna bij het Capitool! Je zult het daar geweldig vinden! De douches zijn superfijn daar, platina deurknoppen, elke avond een feestmaal,” kakelt ze.
Mens, denk ik, wat boeien mij die platina deurknoppen nou… En laat me eerst even wakker worden… Maar Delilah kan geen gedachten lezen. Helaas. Dus sta ik maar gewoon op en kleed me aan, terwijl ik doe alsof ik ook heel enthousiast ben over de grootheid van het Capitool, wat ik nu door de ramen van de trein zie verschijnen.
En het is groot! En aan de enthousiaste kreten vanuit de dinerwagon te horen ben ik niet de enige die er zo over denkt. Allemachtig…
Ik ben met stomheid geslagen als we het station oprijden. Al die mensen in de belachelijkste kleding die onze trein toejuichen. Die ons toejuichen. Die ons willen zien sterven, voor hun vermaak. Ik haatte ze er al om toen mijn zus Pearl dit station binnenreed en ze net zo’n ‘warm’ welkom kreeg als ik. Maar nu ik zelf in deze trein zit haat ik ze er nog erger om.
Zodra de trein stopt worden Wonder en ik door Kasjmier, Gloss en een steeds enthousiaster wordende Delilah naar het Trainingscentrum gebracht, waar we allebei een kamer toegewezen krijgen. Na een korte rondleiding gaan we met een lift naar beneden, naar het Correctiecentrum. Kasjmier neemt me mee naar een van de kamertjes. Zodra we binnenkomen springen de twee vrouwen en een man die daar blijkbaar op ons zaten te wachten op.
De vrouwen blijken Pebbles en Elfie te heten. De man heet Ziggy. Zodra ze zich voorgesteld hebben schiet ik meteen in de lach. Zowel door hun belachelijke namen als hun belachelijke uiterlijk. Pebbles heeft roze pijpenkrullen tot op haar billen en een blauwe huid, Elfie blauwe pijpenkrullen tot op haar billen en een roze huid, Ziggy heeft groen kort haar, groene wimpers en in het blauw zijn naam op zijn voorhoofd getatoeëerd.
Ik word op een tafel gelegd, waarna Ziggy mijn benen harst (en bah, wat doet dat een pijn), Pebbles mijn wenkbrauwen epileert en Elfie een of ander wonder verricht met mijn nagels. Als ze klaar zijn lopen ze weg. Ik ben een paar minuten alleen in de kamer.
Dan komt er een vrouw binnen met een paarse vlecht tot aan haar enkels en juwelen in haar huid.
“Ik ben Lorelei, je styliste,” zegt ze.
“Glinster,” antwoord ik.
“Nou, Glinster, vanavond is de openingsceremonie. Je weet wat dat inhoudt?”
“Ja,” antwoord ik. Ik herinner mijn zus nog staan in een strijdwagen die naar de Stadscirkel wordt getrokken door vier paarden. Samen met haar medetribuut uit District 1. Ze zag er prachtig uit, in dat huidskleurige pak met overal diamanten, juwelen en parels erop.
“Nou,” vervolgt Lorelei, “District 1 maakt luxeartikelen, dus ik denk dat we jou ook maar eens heel luxe gaan aankleden!”
Een uur later heb ik een prachtige roze jurk aan die helemaal bestrooid is met glitters. Lorelei zet me een zilveren hoofdtooi met roze veren op.
“Kijk maar eens in de spiegel!” zegt ze opgewonden.
Ik kijk. O.. Mijn… God…
“Lorelei… dat is… dat is…” begin ik, maar ik kom niet uit mijn woorden.
“Prachtig?” maakt Lorelei mijn zin af.
“Meer dan dat!” roep ik, “Dit is echt geweldig!”
“Dankje,” zegt Lorelei ietwat bescheiden. “Laten we dan nu maar naar beneden gaan, de ceremonie begint zo!”
Wonder en zijn stylist Zeno (die er overigens ook ‘prachtig’ uitziet mijn zijn rode hanenkam en gele huid) staan al te wachten bij onze strijdwagen. Hij heeft een blauw glitterend pak aan, en eenzelfde hoofdtooi, maar dan met blauwe veren.
“Ga maar vast in de strijdwagen staan, over twee minuten gaat het beginnen,” zegt Zeno. Zodra we in de strijdwagen staan zeg ik: “Moet er niet iemand bij om de paarden te, eh… besturen of zo?”
“Nee hoor,” zegt Kasjmier, die net komt aanlopen, “deze paarden zijn zo goed afgericht dat ze uit zichzelf naar de Stadscirkel lopen! Maar ik kwam jullie eigenlijk succes wensen met de ceremonie. Wat zien jullie er prachtig uit zeg!”
Net op het moment dat ik “bedankt” wil zeggen, begint de muziek. De deuren gaan open en onze paarden beginnen te lopen.
“Lachen,” hoor ik Kasjmier nog net zeggen.
Verdoofd zwaaien Wonder en ik naar de enorme menigte. Op een de schermen die langs de straat staan vang ik een paar beelden van mij en Wonder op. Zodra we een paar meter verder zijn verschijnen de tributen van 2, 3, 4, 5, enzovoort op de schermen. En dan… Zie ik het goed? Katniss en Peeta, de tributen uit 12, werkelijk… Staan ze in brand? Ik knipper een paar keer met mijn ogen en kijk nog een keer. Ja… het is echt… Wauw!
Naast me voel ik Wonder verstrakken. Hij kan het waarschijnlijk niet hebben dat hij zo letterlijk door hen in de schaduw wordt gesteld. Ik eigenlijk ook niet, bedenk ik me ineens. Ze zullen zo enorm veel sponsors van ons afnemen tijdens de Spelen. En dat betekent dus minder eten voor ons!
Op dat moment stopt de strijdwagen en ik zie dat we aangekomen zijn in de Stadscirkel. President Snow houdt een toespraak, maar ik volg hem niet. Het kan me allemaal niets schelen. Maar als het aan mij ligt, worden Katniss en Peeta mijn eerste slachtoffers in de arena. Dat zal ze leren, om ons zo al onze sponsors af te nemen.
Nou, Katniss en Peeta, denk ik, laat de 74e Hongerspelen maar beginnen…
Er zijn nog geen reacties.