Chapitre 31

Samen met Sergei sta ik op het balkon. We kunnen zo naar het schavot kijken. Ze brengen Lodewijk naar voren. 'Weet je zeker dat je dit wilt zien?' vraagt Sergei. Ik knik. 'Ja.' Hij slaat een arm om me heen. Lodewijk wordt vastgezet in de guillotine. Ik voel geen verdriet, geen blijdschap. Helemaal niets. 'Het komt wel goed, liefste. Dit is het beste wat ze nu kunnen doen.' Ik knik. Er staat een man op het schavot, het is mijn vader. Hij heeft een papier in zijn handen. Hij leest de aanklacht voor. Het dringt allemaal niet tot me door. Het kan me ook niet schelen. Wat wel raar is, aangezien we elkaars beste vrienden waren. Ik pak de balustrade vast, en bekijk het schouwspel eens goed. De menigte is doodstil. Hoort dat zo? Ik had verwacht dat de mensen een stuk onrustiger zouden zijn. Ik kijk weer naar het schavot. De beul is komen opdagen. Nu gaat het gebeuren, nu gaat hij eraan. De beul laat het mes vallen! Ik hoor een heel vies geluid, een knak, en dan is het over. De mensen zijn stil. Het is gebeurd. De beul loopt naar het mandje en haalt er iets uit. Ik voel rillingen over mijn rug lopen. Hij heeft het hoofd van Lodewijk vast en laat het aan de mensen zien. Er loopt nog bloed uit. Ik voel dat ik misselijk word en draai me om, richting Sergei. 'Het is goed, liefste. Het is al voorbij.' 'Sergei, ik voel me niet zo lekker.' Hij kijkt me aan. 'Wat is er mis?' vraagt hij. 'Ik ben misselijk.' 'Je ziet ook best bleek. Je moet rusten, en veel. De laatste tijd is er veel gebeurd, veel stress geweest. Zullen we terug naar het hotel gaan?' Ik knik. 'Ja, graag.' Ik wil slapen, zo graag. 'Zodra we thuis zijn, ga jij lekker een dutje doen. Dat is goed voor de baby.' Ik knik en loop met hem mee de trap af.
Ik lig in bed. Viktor ligt er ook, naast me. Hij ligt op zijn zij. Ik zucht vertederd. Wat is hij een schatje. Hij wordt een echte hartebreker, dat weet ik nu al. Af en toe kreunt hij een beetje, maar over het algemeen slaapt hij rustig door. Ik sluit mijn ogen en ontspan. Ik moet rusten. Het waren me een paar dagen wel. De deur gaat open. Ik open mijn ogen weer. Ik zie Marie staan. 'Wat is er, schatje?' Aan haar ogen te zien, heeft ze gehuild. 'Wil je bij me komen liggen?' Ze knikt, sluit de deur en loopt naar me toe. Ze gaat naast Viktor liggen. Ik pak Viktor en leg hem tegen me aan. Marie kruipt dichterbij en gaat liggen. 'En liefje, hoe gaat het?' 'Gaat wel. Gaan we echt naar Rusland toe?' Huh? Hoe weet ze dat? 'Moet ik dan echt mee?' vraagt ze. Sergei heeft het natuurlijk verteld. 'Ik heb aan je vader beloofd dat ik goed voor je zou zorgen, Marie. Dus dat betekent dat je ook mee naar Rusland moet.' Ze zucht. 'Ik wil niet naar Rusland.' 'Dat snap ik, schatje. Maar helaas hebben we geen andere keus. Het is te gevaarlijk voor je om hier te blijven. Ik vertrouw die revulotionairen niet helemaal.' 'Maar de vader van de tsaar was ook een revulutionair!' 'Dat weet ik, liefje. Maar dit is wel even anders. Dit is veel extremer. Later, als je groot bent, kun je weer terug naar Frankrijk. Voor nu is het het beste dat je bij ons blijft, in een veilige omgeving.' Ze kruipt naar me toe. 'Het duurt nog lang voordat ik groot ben, toch?' Ik knik. 'Dat duurt nog een tijdje, ja.' 'Mag ik moeder tegen u zeggen?' vraagt ze dan. Ik weet even niet wat ik moet zeggen. 'J-ja. Natuurlijk mag je dat, liefje.' Ik druk een kus op haar wang. Ze begint zachtjes te huilen. 'Ik ben bang.' 'Dat is niet erg, liefje. Ik ben er voor je, en de tsaar. Het komt wel goed.'
Er zijn nog geen reacties.