Foto bij Chapitre 29

We zitten in de eetzaal. We zijn zo te zien de enige gasten hier. Viktor zit op mijn schoot, te kauwen op een stukje brood. Sergei zit de krant te lezen. Aleksej en Peter zijn buiten aan het spelen, met wat straatkinderen. Hopelijk kunnen we vandaag weer terug naar Versailles. Als dat niet zo is, moeten we toch echt weer terug naar Sint Petersburg. Wat heeft Lodewijk gedaan? Dit was eerst een land, waar iedereen tegen op keek. En wat is er van over? Niks dan ellende. Armoede, werkeloosheid, rellen. Het is niet meer het Frankrijk waar ik ben opgegroeid. Nu ik erover nadenk, ik heb mijn vader nog niet gezien. Waar zou hij zijn? Hij is toch niet dood? 'Sergei, heb jij gisteren mijn vader gezien?' 'Nee, liefste.' Hij kijkt niet eens op van zijn krant. Typisch. Ik sta op. 'Ik ga terug naar het paleis.' Sergei slaat zijn krant dicht. 'Weet je dat zeker? Je weet dat het daar niet veilig is.' 'Dat kan me niet schelen. Ik moet weten waar mijn vader is. Snap je het niet?' 'Oke, oke. Doe maar rustig. Ik blijf wel hier bij de kinderen.' Ik knik. 'Dat is goed.'
Ik kom aan bij het paleis. Vreemd, je zou niet zeggen dat er gisteravond nog een rel is geweest. Ik loop naar binnen. Meteen zie ik Marie staan. Ik loop naar haar toe. 'Marie!' Ze draait zich om, en lijkt te schrikken. 'Sophie, wat doe jij hier? Waarom heb je niet even gemeld dat je zou langskomen?' 'Ik kom niet voor jou of voor Lodewijk.' Dit klinkt misschien brutaal, maar ik moet weten waar mijn vader is. En trouwens, ik ben de vrouw van de keizer van Rusland. Dus ik kan dat doen. 'Ik kom voor mijn vader.' 'Je vader is hier niet!' 'Is hij dood?' 'Was hij dat maar.' Ik heb opeens de neiging om haar nek om te draaien, maar houd me in. 'Waar is hij?' 'Hij heeft ons verraden. Hij werkt nu samen met het verzet.' Mijn wereld lijkt even stil te staan. Werkt hij samen met het verzet? Is er hier verzet? 'Ik weet niet waar hij nu is. Waarschijnlijk weer een of ander smerig plan aan het beramen met die minkukels.' Ik draai me om en loop weg. Hij zit bij het verzet. Hij leeft nog. Maar hij heeft zich dus ook tegen de koning gekeerd. Voor hoelang al? En waar is hij? Ik moet met hem praten, al is het het laatste dat ik doe.
Ik kom weer aan bij het hotel. Ik loop naar binnen. Sergei zit in de lobby, te genieten van een glas wijn. Viktor speelt met wat blokken. De jongens zijn natuurlijk nog buiten. 'Sergei, mijn vader zit bij het verzet!' Sergei draait zich om en kijkt me aan. 'Het verzet? Er zit een verzet in Frankrijk?' 'Luister nou. Ik moet met hem praten.' Hij staat op. 'Prima. Waar is hij?' Ik kijk beschaamd naar de grond. 'Dat weet ik niet. Geweldig.' Ik ga zitten en denk na. Hoe kom ik in contact met hem? Er moet een manier zijn. We moeten praten. Er komt opeens een man binnen rennen. 'Iedereen is naar het paleis. Het verzet heeft opdracht gegeven om ons te verzamelen en naar het paleis te gaan.' De man rent weer weg. 'Misschien is je vader daar ook.' Ik sta op. 'We moeten naar het paleis, en snel.' 'Oké, ik ben al onderweg. Hoe zit het met de kinderen?' 'Daar let ik wel op, majesteit,' zegt de eigenaar van het hotel. 'Dank u. Kom, op naar het paleis!'
Wat een chaos is het hier! De mensen staan weer voor het paleis. Ze schreeuwen, en hebben wapens vast. Ik word bang. Was dit wel een goed idee? Ik pak Sergei's hand steviger vast. Wat als hij er niet is? Maar hij zou er moeten zijn. 'Rustig maar, ik ben bij je.' Opeens is iedereen stil. Er gaat een man op een verhoging staan. Ik kan hem niet zo goed zien. 'Beste rebellen. Vandaag is de dag dat de koning zal aftreden en zal boeten voor zijn daden.' Ik ken die stem. Maar waarvan? 'We zullen niet wijken voordat de koning aftreedt en die slet van hem terug wordt gestuurd naar de hel.' De mensen juichen. 'Vandaag zeggen we nee tegen de koning, nee tegen de regering, en nee tegen de onderdrukking. Staan we toe dat ze ons verder uitpersen?' De mensen juichen. 'Staan we nog langer toe dat ze alles van ons afnemen?' De mensen juichen weer. 'En staan we nog langer toe dat we onderdrukt worden, en moeten vrezen voor ons leven?' De mensen juichen weer. 'Kom met me mee, en laat de koning zien dat we niet bang meer zijn. We zijn moedig, we zijn sterk. Wij zijn het volk, dat vecht voor vrijheid! Net zoals in Amerika, zullen wij ons laten horen.' De mensen juichen en steken hun wapens in de lucht. Sommigen hebben ook brandende toortse bij zich. Opeens herken ik de stem. Het is hem, het is mijn vader! Mijn vader is leider van het verzet. En hij heeft de hele bevolking van Parijs achter zich. Ik moet met hem praten. 'Burgers, laat ons bidden tot God, dat hij ons bij moge staan.' Ik moet naar hem toe. Iedereen knielt neer en begint te bidden. Ik begin te lopen. 'Vader!' roep ik. 'Vader!' Mijn vader kijkt eindelijk op. Even kijkt hij me verbaasd aan, dan herkent hij me. 'Sophie...' Hij staat op en loopt naar me toe. 'Wat doe jij hier?' vraag ik hem. 'Sophie, het is nu niet de tijd voor die uitleg.' Hij omhelst me.
'Ik dacht dat je dood was, vader. Maar toen vertelde Marie dat je bij het verzet zat. Waarom vader?' Hij zucht. Ik zie nu goed dat hij ouder is geworden. Zijn haar is grijzer geworden, en hij heeft meer rimpels gekregen. 'Ik kon het niet meer, Sophie. Ik kon niet meer aanzien hoe duizenden onschuldige mensen ter dood werden veroordeeld. Ik kon niet langer aanzien hoe de koning het volk martelt. Dus ik heb mijn ontslag ingediend. Ik heb me bij het verzet gevoegd. En nu ben ik hun leider.' Ik zucht en kijk rond. We zijn nu in het hoofdkwartier van het verzet. Aan de muur hangen kaarten van Parijs. Zowel van de straten als van het riool. En er hangt een plattegrond van het paleis, met alle geheimen gangen erop. Ze nemen dit erg serieus, zo te zien. Overal liggen wapens en kleren. 'Sorry, het is een beetje rommelig.' Sergei loopt rond. 'Jullie lijken goed georganiseerd.' 'Dat is ook wel nodig, Hoogheid. De koning houdt ervan, als er bloedt vloeit. We moeten op alles voorbereid zijn. Maar hoe gaat het verder met jou?' Ik kijk hem even aan. 'Ja...Wel goed. Ik ben weer in verwachting.' 'Echt? Dat is geweldig! Hoelang al?' 'Ongeveer 3 maanden.' Hij kust me. 'Proficiat. En? Wordt het weer een jongen?' Ik moet lachen. 'Dat weet ik niet. Een meisje zou ook wel fijn zijn.' We moeten lachen. Opeens komt er een jongeman binnenstormen. 'Meneer, we hebben hem! We hebben de koning gevangen.' Mijn vader stopt meteen met lachen en staat op. 'Maak de zaal klaar voor de rechtzaak. Zijn terreur eindigt vandaag.' Hij verlaat de kamer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen