Ik lig in bed, naast Sergei. Ik kan niet slapen. Nog steeds zie ik die mensen voor me. Wat verschrikkelijk. Ik draai me om en kijk naar Sergei. Hij is ook nog wakker, zo te zien. 'Sergei, gaat het een beetje?' vraag ik hem. Hij knikt. 'Ja, hoor. En jij? Je zult wel flink geschrokken zijn.' Ik zucht. 'Het gaat wel weer. Alleen lijkt het alsof ik die menigte nog steeds hoor.' Sergei knikt. 'Ja, ik ook.' Ik zucht en draai me om. 'Vrijheid, vrijheid, vrijheid, vrijheid!' Meteen zit ik weer recht. 'Hoor je dat ook?' vraag ik aan Sergei. Hij knikt. 'Ja, inderdaad. Ze zijn weer terug.' 'Sergei, de kinderen! Ze weten natuurlijk niet weer welk kind bij welke monarch hoort! We moeten ze halen.' Sergei staat op. 'Ik ben al onderweg. Kom je mee? We vertrekken. Vanavond nog en het kan me niks schelen wat dat stuk onbenul van een Lodewijk zegt. Ik heb het helemaal gehad met die man. Geen wonder dat de mensen genoeg van hem hebben.' Hij begint zich snel om te kleden, ik volg hem. 'Ben je klaar?' vraagt hij. Ik knoop nog snel mijn mantel dicht en knik. 'Ja, ik ben klaar.' We verlaten de kamer en lopen naar de kinderen. Er gaat een deur open! Ik deins achteruit. 'Moeder, vader? Zijn jullie dat?' vraagt een klein jongetje. Gelukkig, het is Aleksej maar. 'Ja, liefje. We gaan naar huis, nu meteen,' zegt Sergei. Hij loopt naar binnen, net als ik. Zo te zien ligt Viktor nog te slapen, maar Peter is wel al wakker, en aangekleed. 'Kom Aleksej, kleed je snel aan.' 'Moeder, ik ben moe.' 'Dat snap ik, Aleksej,' zeg ik snel en help hem met omkleden. Sergei pakt de koffers en propt de vol. Dan rent hij nog even snel naar de andere kamer, om de koffers te pakken. Er komen twee bedienden aanlopen. Ze horen bij ons. Ze pakken de koffers. 'Wat wilt u dat we ermee doen?' vraagt de oudste. 'Maak de koets maar klaar. We gaan terug naar Rusland. In ieder geval weg van hier.' 'Begrepen, uwe Hoogheid.' Ze verlaten de kamer. Viktor wordt wakker en kreunt even. Ik ben net klaar met Aleksej. Nou ja, Viktor hoeft niet zozeer omgekleed te worden. Niet dat dat nog kan, want zijn kleren zijn allemaal al ingepakt. Ik loop naar Viktor en til hem op. 'We gaan weer naar huis, liefje.' Hij kijkt me nietbegrijpend aan. Nou ja, het moet maar. Sergei komt met nog een koffer aanlopen, en een tas. 'Peter, kun jij de tas even pakken?' vraagt hij. Peter knikt. 'Natuurlijk vader. Wat is er toch aan de hand?' 'Dat vertel ik dadelijk wel. Eerst moeten we naar beneden.' We lopen met zijn allen naar beneden. Opeens begint Viktor te huilen. 'Bunna! Bunna!' Ook dat nog. Hij wil zijn knuffel. Die ligt nog in de kamer. Ik draai me om en loop snel terug naar de kamer. Ik zet hem op de grond en graai in zijn bedje. Hebbes! Ik til hem weer op en loop met hem op mijn arm naar de rest. 'Heb je hem?' vraagt Sergei? Ik knik. 'Ja, ik heb hem.' We lopen naar buiten toe. De koets is al klaar. We stappen in en rijden weg.
We komen aan in een netter gedeelte van Parijs, bij een herenhuis. Gelukkig, hier is het een stuk rustiger. De jongens zijn weer in slaap gevallen, behalve Peter. Hij kijkt uit het raam. 'Het is goed, liefje. We zijn nu veilig,' zeg ik tegen hem. Hij zucht. 'Wat is hier aan de hand, moeder?' Ik kijk even naar Sergei. Hij knikt. 'Vertel het hem maar.' Ik haal even diep adem. 'De mensen zijn niet meer zo blij met de koning.' 'Waarom niet? In Rusland vinden ze vader wel nog leuk. Komt dat omdat vader keizer is, en hij maar een koning?' Ik schud mijn hoofd. 'Daar ligt het niet aan. Kijk, ieder land heeft zoveel geld. De bedoeling is, dat dat geld goed verdeeld wordt.' 'Over de mensen?' vraagt Peter. 'Niet precies. Ik bedoel meer dingen als het onderwijs, de gezondheidsvoorzieningen en die dingen allemaal. Dat moet een beetje goed verdeeld worden.' 'Zodat iedereen evenveel heeft?' 'Niet precies. Sommige dingen zijn belangrijker dan andere dingen.' 'Maar wat is dan het probleem?' vraagt Peter. 'De koning verdeelt het geld niet op een goede manier, liefje. Hij gebruikt heel veel geld voor zichzelf.' 'Wat een gemenerik. Ik snap het nu.' De koets stopt. 'Kom, laten we uitstappen en nog wat proberen te slapen,' zegt Sergei. We stappen uit en lopen naar binnen. Sergei draagt Aleksej, ik draag Viktor. Peter loopt achter ons aan. 'Uw kamers zijn al gereed, majesteit,' zegt de man achter het bureau. Hij staat op en loopt voor ons uit. We lopen de trap op en gaan naar links. Goh, het is hier best eenvoudig. Dan realiseer ik me meteen dat ik de luxe van Sint Petersburg gewend ben. Kom op, Sophie. Niet zo verwend zijn. We komen aan op de kamer. 'De kamer voor uw kinderen ziet er hetzelfde uit. Alleen hebben we een bed toegevoegd. Het is helaas niet zo luxe als uw paleis, ben ik bang.' 'Het is perfect,' zegt Sergei. Hij legt Aleksej op het bed neer en loopt een rondje. De eigenaar van het hotel lijkt niet te weten wat hij moet zeggen. 'Ik meen het,' zegt Sergei. 'Gezien de omstandigheden kan het niet beter. Maar vertel mij eens, beste man. Wat is er in godsnaam aan de hand? Waarom is er zoveel haat? Wat heeft de koning misdaan?' 'Hij geeft helemaal niks om ons!' zegt de man. Meteen schrikt hij van zijn uitbarsting. 'Sorry, vergeef me.' 'Het geeft niet, broeder. Ik heb geen recht van spreken hier.' 'Het komt allemaal door zijn vrouw. Ze eet al het geld op, zodat er niks meer voor ons overblijft.' Peter gaapt even. 'Luister, broeder. Vertel mij dit anders maar morgen, uitgebreid. Nu zijn ik en mijn gezin toe aan een goede nachtrust,' zegt Sergei. De man knikt. 'Natuurlijk, majesteit.' Hij maakt een buiging en verlaat de kamer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen