Foto bij Chapitre 27

op bezoek in Versailles

Je bent in verwachting van je vierde kind
Viktor is nu 2, Aleksej is 6 en Peter is 8

Het portier gaat open. Eindelijk, we zijn er. Sergei en ik stappen uit, daarna komen de jongens. Sergei tilt Viktor uit de koets en houdt hem vast. 'Kijk eens aan, schatje. We zijn er.' Hij kijkt een beetje duf uit zijn ogen. Peter rekt zich uit. 'Eindelijk! Het duurde jaren voordat we er eindelijk waren.' 'Niet zo respectloos, Peter' zeg ik streng tegen hem. 'Sorry moeder,' mompelt hij. 'Waar is de koning, moeder? Ik zie hem niet?' 'Dat weet ik niet, Aleksej. Hij zal vast zo komen.' Aleksej kijkt nog eens rond. Viktor gaapt even en wrijft door zijn oogjes. Hij heeft het grootste gedeelte geslapen. 'Sophie!' Ik draai me om. Lodewijk komt op me aflopen. Achter hem komen ook Marie en zijn kinderen aanlopen. 'Lodewijk, wat leuk om je weer te zien.' Ik loop naar hem toe en kus hem op zijn wangen. 'Dat is een hele tijd geleden, is het niet?' zegt hij lachend. Ik knik. 'Ja, dat klopt. En ik zie dat je weer in blijde verwachting bent.' 'Ja, Sergei kon het weer eens niet laten.' We moeten lachen. 'Jullie zullen wel uitgehongerd zijn.' 'Ja, ik wil eten!' zegt Peter meteen. Aleksej knikt. 'Ja, ik ook!' 'Jongens, gedraag je een beetje,' zegt Sergei. 'Mama, eten doen,' zegt Viktor. 'Ja, schatje. We gaan naar binnen, en dan gaan we lekker eten.' 'Vlees?' vraagt hij. Ik knik. 'Ja, ook vlees.' 'Puh, ik kan wel een hele giraf op!' zegt Peter. 'Ik kan anders wel een heel paard op,' antwoord Aleksej. 'Een giraf is groter dan een paard, dommerik!' zegt Peter. 'Vader, Peter zei dat ik dom was!' Ik hoor Sergei zuchten. 'Jongens, gedraag je een beetje. We zijn op bezoek bij hele belangrijke mensen.' Ik hoor Lodewijk lachen. 'Nou nou zeg. Uiteindelijk bent u degene die keizer is. Ik ben maar een koning.'
We zitten in de eetzaal. We zijn net klaar met eten. De kinderen zijn alweer aan het spelen. Alleen Viktor zit nog bij ons. Hij ziet er een beetje moe uit. Ik denk dat ik hem ook zo naar bed breng. 'En, hoe gaat het nu in Frankrijk?' vraagt Sergei. Lodewijk begint opeens heel ongemakkelijk te lachen. 'Ach gewoon. Het gaat prima. De zon schijnt, de bloemetjes fluiten...' 'Bloemen kunnen niet fluiten, liefste,' zegt Marie. 'Ach liefste, je weet wat ik bedoel. Toch?' Het is even stil. 'Oh...Ja, liefste. Ik snap het.' Jezus, is er iets dat wij niet mogen weten misschien? Ik kijk even naar Sergei, maar hij lijkt er ook niks van te snappen. Nou ja, het zal wel. Hoop ik. Opeens hoor ik gejuich. 'Dus, hoe gaat het in Rusland?' zegt Lodewijk opeens, heel hard. 'Ehm, nou ja...Prima,' zegt Sergei, een beetje verbaasd. Wat is hier toch aan de hand? 'Iedereen, stil eens,' zegt Sergei dan. We zijn stil. Ik hoor het nog steeds. Het zijn mensen, massa's mensen. En ze komen dichterbij. Ik pak Viktor bij me op schoot en houd hem stevig vast. De mensen klinken niet blij, ze klinken woedend. Sergei staat op. 'Ik ga de jongens zoeken.' De deur gaat open, en Peter en Aleksej komen naar binnen gerend. 'Vader, er zijn allemaal boze mensen daarbuiten,' zegt Peter. Ze rennen naar hem toe. Hij bukt zich en omhelst ze. 'Sst, rustig maar. Ga maar naar mama toe. Ik ga wel even een kijkje nemen.' 'Vader, pas op!' zegt Aleksej. Ze komen naar me toe gelopen. 'Het komt wel goed, jongens. Papa gaat even kijken wat er precies aan de hand is, goed?' Ze knikken. Viktor begint ook onrustig te worden. 'Mama, wat aan de hand?' 'Rustig maar, schatje. Papa is even kijken.' Sergei komt teruggelopen. Hij ziet bleek. 'Wat is er aan de hand?' vraag ik hem. 'Het is een woedende menigte. Ze staan voor het Paleis. Hoogheid, u moet iets doen. Dit klopt niet!' 'Wat? Heeft u nooit een woedende menigte meegemaakt? Is het in Rusland dan zo perfect?' zegt Lodewijk schamper. 'Ik zal niet zeggen dat mijn land perfect is, hoogheid. Maar dit klopt gewoon niet. Ze zijn furieus. Wat is hier in godsnaam aan de hand?' 'Het volk heeft altijd wel iets te klagen, majesteit. Laat ze maar.' Opeens hoor ik een ruit breken. Ik hoor Aleksej gillen. Ik draai me om. Ze hebben een steen door de ruit gegooid. Ik hoor nog meer ruiten breken. 'Weg met de koning! Weg met de koning! Weg met de koning!' roepen de mensen. Ik sta op. We moeten hier weg. Ik hoor een knal. Oh God, ze hebben de deuren opengeramd. 'Sophie, pak de kinderen. We moeten hier wegwezen!' zegt Sergei. Ik knik en pak Aleksej's hand. 'Kom liefje, we gaan.' Sergei pakt Peter's hand vast en samen verlaten we de eetzaal. We horen mensen de trappen op rennen. We zien het licht van de fakkels. Sergei staat stil en kijkt rond. Oh god, we kunnen nergens heen. 'Ga langs de muur staan. Geef Viktor maar aan mij.' Ik geef Viktor aan hem en ga samen met Aleksej tegen de muur staan. De rest doet hetzelfde. Sergei zet Victor tussen zijn benen neer en houdt hem goed in de gaten. 'Iedereen rustig blijven, het komt wel goed.' Dan zie ik de mensen. En zij zien ons. Ze komen op ons aflopen. Opeens stoppen ze. Ze kijken naar Sergei. 'De tsaar is hier, de tsaar is hier,' hoor ik ze fluisteren. Ze kijken ons allemaal aan. Ik durf bijna geen adem te halen. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar Sergei. Hij lijkt erg rustig, net alsof het zijn onderdanen zijn. Ik zie twee mannen met elkaar fluisteren. Een loopt naar voren en buigt. 'Tsaar, het is een eer om u te ontmoeten. Het spijt ons van deze...Chaos.' 'Vertel me liever wat hier aan de hand is.' De man zucht. 'We zijn het beu, uwe majesteit.' 'Wat ben je beu?' 'De koning en zijn vrouw, de regering. Kijk naar ons. We zijn arm, straatarm. We zijn blij met iedere snee brood die we vinden. De koning wil ons niet helpen. Hij geeft zijn geld liever uit aan feesten, kunst en mode. En ons? Hij hoort voor ons te zorgen. Maar nee, dat gebeurt niet. En als je het niet met hem eens bent, dan zwaait er wat. De guilotine heeft heel wat overuren gedraaid sinds dat hij koning is. En zijn vrouw, daar wil ik liever niet over beginnen.' 'Doe het toch maar, broeder.' 'Ze geeft alleen maar om kleren en chocolade. Weet u wat ze heeft gezegd toen we hadden geklaagd dat er geen snee brood meer te krijgen was? Ze zei dat we dan maar taart hadden moeten eten, net zoals zij! Dat pikken we niet!' Er wordt gejuichd. 'Ze zullen boeten voor wat ze ons hebben aangedaan.' Viktor begint te huilen. Sergei pakt hem vast en drukt hem tegen zich aan. 'Waar is de koning?' vraagt de man dan weer. Sergei en ik kijken elkaar aan. Wat nu? Als we liegen, vermoorden ze ons. En anders wordt Lodewijk en zijn gezin vermoord. Wat moeten we doen? 'Ik ben hier, jullie koning is hier.' We draaien ons om. Daar staat Lodewijk, met zijn raadsmannen. 'Jullie willen verbeteringen? Dan moeten jullie meewerken! Dat is de enige manier. Ik ben bezig met het opbouwen van de economie. Heb geduld. Verlaat nu mijn paleis.' Het is stil. De mensen verroeren zich niet. 'We gaan niet weg, Hoogheid,' zegt de man. 'Verlaat mijn paleis!' schreeuwt Lodewijk. Er gebeurt nog steeds niet. Sergei duwt Viktor in mijn handen en gaat voor de mensen staan. 'Ik zal heel duidelijk zijn. Dit is niet jullie grondgebied. Het is jullie plicht te luisteren naar de monarchie. Het is jullie plicht te luisteren naar God. God heeft mij aangewezen om te regeren over de Russen. En God beveelt mij nu jullie allemaal terug te sturen naar jullie huizen, en vertrouwen te hebben in de koning.' Het is stil. Mijn hart bonst in mijn keel. Langzaam beginnen de mensen om te draaien. De man die de hele tijd het woord heeft gehad, blijft staan. 'Ik keek tegen u op, Hoogheid. Waarom kiest u de kant van de koning? Ze zeiden dat u een man van het volk was.' Sergei zucht. 'Soms moet je mensen teleurstellen, broeder. En het spijt me. Maar heb vertrouwen in de koning.' 'Voor hoelang nog?' vraagt de man. 'Voor zolang dat nodig is.' Hij draait zich om en loopt terug naar de eetzaal.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen