Foto bij Chapitre 26

De dokter ruimt zijn spullen weer op. 'Ik weet niet wat hem scheelt, Hoogheid. Er is iets goed mis in zijn hoofd. Ik zal een psychiater voor u regelen. Die zal misschien uitkomst bieden. Voor nu raad ik u aan hem veel te laten rusten. Niet teveel interactie met andere mensen. Hij moet goed tot rust komen.' Ik knik en kijk naar Sergei. Hij heeft de hele tijd zitten te trillen. En dat doet hij nog steeds. De dokter verlaat de kamer. Ik ga naast hem liggen. Ik kus hem even. 'Ik houd van je,' zegt hij opeens. 'Ik houd ook van jou.' 'Sophie?' Oh god, hij herkent me weer. 'Ja, Sergei?' 'Ik ben zo bang.' Ik veeg zijn haar uit zijn gezicht. 'Waar ben je bang voor?' Hij gaat recht zitten en trekt zijn knieën op. Hij zucht. 'Ik ben bang dat ik niet aan de eisen voldoe. Ik ben geen goede tsaar.' Ik ga ook recht zitten. 'Hoe kun je dat nou zeggen? De mensen houden van je. Je bent slim, weet hoe je oorlog moet voeren, je geeft om de armen. Waar schiet je dan tekort?' 'Een goede tsaar is ook een goede vader en echtgenoot. En dat ben ik niet.' 'Dat ben je wel! Je bent veel te hard voor jezelf. Je verwacht teveel van jezelf. Daar moet echt iets aan gedaan worden, Sergei. Anders stort je dadelijk nog in elkaar, en dat wil ik niet.' 'Een paar uur geleden was ik doodsbang. Ik had je vast, en ik had je geslagen. Maar op het moment dat ik je sloeg, veranderde je in vader. Ik had mijn vader geslagen. En ik was zo bang. Ik had zo'n spijt.' De tranen lopen over zijn gezicht. Ik veeg ze weg en kus hem even. 'Iedere nacht droom ik over hem. Steeds dezelfde droom. We staan in de troonzaal. We willen beide naar de troon lopen, maar dan stoppen we beide. Hij draait zich om en kijkt me verbaasd aan. "Waar denk je dat je mee bezig bent? Ik ben hier de tsaar!" En dan wordt het erger. Dan komen er opeens wachters aanlopen, die me meesleuren. Mijn vader beveelt ze om me in de kerker te gooien. En dan word ik wakker.' 'Hoelang heb je die droom al?' vraag ik hem. 'Al sinds dat hij dood is. Het maakt me hartstikke gek!' Ik zucht. 'Waarom heb je me dat niet eerder verteld?' 'Ik wilde je niet ongerust maken.' Hij zucht en wrijft even door zijn gezicht. 'Ik voel me vreselijk.' Ik knik begrijpend. 'Probeer maar wat te slapen. Het komt wel goed, we vinden er wel wat op. Maar je moet nu goed rusten. En wees niet zo hard voor jezelf!' Hij knikt en zucht. Hij sluit zijn ogen.
Sergei slaapt eindelijk. Ik zit op het balkon en kijk uit over Sint Petersburg. Ik zucht en kijk naar de sterren. Hoe zou het daarboven zijn? Zouden ze daar ook zulke grote problemen hebben? 'Waarom heeft u hem verlaten?' vraag ik aan de tsaar. 'U was zijn grote voorbeeld. Ziet u niet hoe hij langzaam in elkaar stort? Hij heeft u nodig.' Ik zucht. De tsaar kan me niet meer horen, natuurlijk. Ik moet er voor Sergei zijn. Anders heeft hij niemand om zijn hart bij te luchten. Ik loop terug naar binnen en ga in bed liggen. Ik kruip dicht tegen Sergei aan. Was ik nog maar thuis. Was Sergei maar niet de zoon van een keizer...Ik zucht. Ik moet stoppen. Hier bereik ik niks mee. Het enige wat ik kan doen, is het beste ervan maken. We komen hierdoor heen, dat weet ik zeker. Ik leg mijn hand op de zijne. 'Ik ben er voor je,' fluister ik tegen hem. Hij lijkt vredig te slapen. Zou hij weer dromen over de tsaar? Het lijkt me niet, want dan zou hij er niet zo vredig bij liggen. Opeens verandert zijn gezichtsuitdrukking. Oh jee... 'N-nee...U begrijpt het niet...' Hij heeft die droom weer, ik weet het zeker. 'Ik heb geen trampoline besteld.' Opgelucht haal ik adem. Gelukkig, het is een andere droom. Ik sluit mijn ogen en probeer wat te slapen. Ik hoor hem af en toe nog wat kreunen, maar verder is hij rustig. Ik voel me doezelig worden. Ik val bijna in slaap. 'Huh...Nee, dat is niet zo...Ik wilde niet...Vergeef me...Nee...Nee...NEE!' Met een ruk zit ik overeind. Mijn hart gaat wild tekeer. Ik kijk naar Sergei. Hij woelt wild door zijn bed. Wat is er aan de hand. 'Ze staat hierbuiten. Laat haar met rust. Ik houd van haar, vader. Ze is mijn vrouw. Ik wil haar niet kwijt. Ik doe alles wat u maar wilt, alles. Maar alstublieft, laat haar leven...Nee, laat haar gaan...Nee...Nee, niet de guililotine, alstublieft. Laat mij gaan...Neem mij...Ik smeek u...NEE, SOPHIE!' Hij schrikt wakker. Zijn borst gaat wild op en neer. 'Sergei!' Hij schrikt weer. 'Wat?!' Hij draait zich om. Meteen pak ik hem vast. 'Sst, stil maar Sergei. Ik ben het maar. Rustig maar.' Hij trilt als een bezetene. 'Rustig maar, het was maar een droom.' Hij wrijft even door zijn gezicht. 'Ik had die droom weer. Nou ja, ongeveer.' 'Wat heb je dan gedroomd?' vraag ik hem. 'Het begon hetzelfde. Maar deze keer kwamen er geen wachters. Jij kwam. Mijn vader zei dat je mij tegen hem had opgezet, maar dat was niet zo. Hij wilde je laten executeren, maar dat wilde ik niet. Opeens kon ik niet meer bewegen, en zag ik hoe je naar het schavot werd gebracht. Net toen het mes viel, schrok ik wakker.' Hij gaat weer liggen. 'Hopelijk komt die psychiater snel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen