Foto bij Chapitre 24

Sergei POV

Ik loop door de bibliotheek. Hij is eindelijk af. Twee weken hebben ze hier keihard gewerkt. Het is prachtig geworden, al zeg ik het zelf. Niet dat ik zelf zo veel belang aan boeken hecht, helemaal niet. Ik blader wel eens door een atlas, maar daar blijft het bij. Ik ben meer een buitenmens, net als mijn vader. Mijn vader hield ook niet van boeken. Hij wilde het allemaal zelf ontdekken. Dat heb ik ook wel. Ik kijk naar het plafond. Ik zie de sterrenhemel. Ik begin me helemaal te ontspannen. Ik houd ervan om naar de hemel te staren. Dat kan ik urenlang volhouden. Daar heb ik helemaal geen moeite mee. Staren naar de hemel is een van de weinige dingen die me doen ontspannen. Het maakt me niet uit welk weer het is, of welk tijdstip. Ik vind het allemaal even fascinerend. Ik weet nog dat ik als jongeman van 15 een keer een hele nacht buiten heb gelegen, in het gras. Ik was met mijn surrogaatvader kamperen, ik weet het nog goed. Hij lag naast me, en vertelde me vanalles over het heelal. Over de sterren, en de maan. Ik was er zo door gefascineerd, dat ik bijna geen oog heb dicht gedaan. Het was wel het beste uitje van mijn leven. 's Nachts bij het kampvuur zitten, urenlang praten. We waren nog met andere jongens daar. Op een avond waren we bij een Pruisische herberg. Goh, daar hebben we ons helemaal lam gezopen. De volgende dag had ik zo'n erge hoofdpijn. Maar het was wel geweldig. Urenlange paardenritten, door het niemandsland. Over bergen en door dalen. Wat zou ik dat graag weer over willen doen. Er is nog zoveel dat ik wil doen. Ik ben dan wel tsaar nu, maar ik heb nog steeds dromen. Er is zoveel dat ik wil ontdekken, wil zien. Weet je wat ik graag zou willen zien in mijn leven? Het Noorderlicht. Dat lijkt me zo fascinerend. Ik zucht en wend mijn hoofd af van de hemel. Sophie en de kinderen zullen zo arriveren. Oh, Sophie zal de bibliotheek vast prachtig vinden. Ze is gek op lezen. En hier kan ze wel even mee vooruit, hoop ik. Er komt een lakei binnenlopen. 'Hoogheid, Tsarina Sophie en de kinderen zijn gearriveerd.' Ik knik. 'Prima, ik kom eraan.' Ik kijk nog een keer naar de hemel. 'Ik lijk meer op u dan we beiden voor ogen hadden, nietwaar vader?' Ik zucht. 'Ik zal u niet ten schande maken, vader. Dat beloof ik u.' Ik draai me om en loop de bibliotheek uit.
'Vader!' Peter en Aleksej vliegen me om de hals. 'Hey jongens! Wat fijn om jullie weer te zien.' Ik druk bij beide een kus op hun wang. 'Hoe was het in Frankrijk?' Peter zucht. 'Zo stom. Ze dragen daar allemaal rare pruiken, en ze eten daar alleen maar taart.' 'Er heeft een hondje op me geplast, en toen ik het tegen die eigenaresse had gezegd, toen was ze boos op mij! Terwijl ik niet eens wat had gedaan.' 'Jongens, gedraag je een beetje.' Ik ken die stem, het is Sophie. Ik sta op en kijk haar aan. Het wordt even stil. 'Hallo Sergei,' zegt ze. Ik spreid mijn armen en loop naar haar toe. Ik kus haar zachtjes op haar mond. Ik trek me weer terug en richt me op Viktor. Hij kijkt me even verbaasd aan. Dan begint hij naar me te lachen. 'Kijk eens wie daar is, Viktor. Is dat papa?' Hij begint nog harder te lachen. Ik moet lachen en neem hem over. 'Hey kereltje, hoe gaat het ermee? Heb je een fijne reis gehad?' Hij gaapt even. 'Ja, ik weet het, schatje,' zegt Sophie. 'Kom, het diner is klaar.' 'Ja, eten!' roept Peter en hij rent naar binnen. Aleksej rent achter hem aan. 'Ja, we zijn weer thuis,' zegt Sophie sarcastisch. Ik moet lachen. 'Laat ze maar even razen.' Ik sla mijn arm om haar heen en samen lopen we naar binnen.
De kinderen liggen eindelijk in bed. We zitten op de sofa, naast elkaar. Het is stil. 'Hoe was het in Frankrijk?' vraag ik haar. 'Oh, het was leuk. Het was fijn om weer eens iedereen te zien.' Ze is weer stil. Ze zit ergens mee. 'Is er iets? Had je liever wat langer in Versailles willen blijven? Is dat het?' Ze schudt haar hoofd. 'Dat is het niet. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen.' Ze staat op en loopt een paar meter van de bank vandaan. 'Is er iemand dood?' Ze schudt haar hoofd. 'Nee, iedereen leeft nog. Ik heb iets vreselijks gedaan.' Ik sta op en loop naar haar toe. Ik druk een kus in haar nek. 'Sst, rustig maar. Jij, iets vreselijks doen? Dat kan ik me niet voorstellen. Het zal wel meevallen.' Ze schudt haar hoofd. 'Nee, het valt helemaal niet mee.' Huilt ze nou? Ik draai haar langzaam om. Inderdaad, ze huilt. 'Hey, wat is er mis? Vertel het me maar gewoon.' Ze zucht. 'Toen ik in Versailles was, heb ik mijn gelofte gebroken. Ik heb met een andere man de liefde bedreven.' Dit kun je niet menen. Zeg me alsjeblieft dat ze een grapje maakt. 'Wat zei je? Ik verstond het niet goed. Ik verstond dat je met een andere man de liefde hebt bedreven. Dat heb je niet gezegd, toch?' 'Jawel, Sergei. Ik heb je bedrogen. Ik heb je ten schande gemaakt.' Ze begint te huilen en rent de kamer uit. Verslagen loop ik terug naar de sofa en laat me erop vallen. Dit kan niet waar zijn. Ze heeft me bedrogen. Hoe kon ze dat doen? Ik begrijp het niet. Ik zucht en wrijf even door mijn gezicht. Waarom moet dit nou net mij overkomen? Wat moet ik nu doen? Haar straffen? Haar opsluiten? Ik moet eerst met haar praten, dat is zeker. Ik moet weten wat haar bezielde. Dan zie ik wel verder.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen