Foto bij Glinsters Hongerspelen - Hoofdstuk 2

HOOFSTUK 2

Op een van de schermen die rondom het plein hangen vang ik een beeld van mezelf op. Ik zie mezelf met stramme passen naar het podium lopen. Ik merk het zelf niet eens. Ik ben verdoofd. Traplopen. Hoe moest dat ook alweer? Ikzelf weet het niet, maar mijn onderbewuste waarschijnlijk wel, want ik voel mezelf het podium opklimmen. Als ik op het podium sta, zie ik Glitter in de menigte staan. Ze is naar mijn vader toegerend en heeft zich stevig tegen hem aangedrukt. Ze huilt. Mijn vader doet niets. Ik weet waar hij aan denkt. Hij denkt aan Pearl. Hoe hij haar verloor in de Hongerspelen. Hoe hij nu zeker weet dat hij mij ook zal verliezen in de Spelen. En dat maakt me vastberaden om te winnen. Voor mijn vader.
Delilah gaat ondertussen vrolijk door. Zij schijnt er geen last van te hebben dat de eigenaren van de namen op de papiertjes die ze trekt waarschijnlijk doodgaan. Wat haar technisch gezien medeplichtig maakt.
Maar Delilah staat alweer te grabbelen in de boetebol van de jongens.
“Wonder!” roept ze opgewekt. De naam komt me niet bekend voor. Maar ik val wel bijna om van schrik als ik zie dat de jongen die naar voren komt een grote spierbundel is. Ik sta op het punt flauw te vallen. Ik maak geen schijn van kans. De vastberadenheid om te winnen die ik zo ongeveer een minuut geleden nog had, is nu in een klap verdwenen. Ik ga dood. Klaar. Ik kan het maar beter meteen accepteren. Maar de gedachte aan mijn vader en Glitter die dan met z’n tweeën achterblijven maakt het bijna onmogelijk.
Wonder neemt plaats aan de andere kant van het podium. Zolang hij in de arena ook op afstand blijft vind ik het goed. Maar dat kan natuurlijk niet. District 1 hoort altijd bij de Beroepstroep, samen met District 1 en 4. Dus op een afstand blijven zal hij waarschijnlijk niet.
De burgemeester vertelt nog een verhaal en dan worden we door vredebewakers meegenomen naar het Gerechtsgebouw. Hier krijgen beide tributen een uur de tijd om afscheid te nemen van hun familie en vrienden. Mijn vader en Glitter komen binnen. Ze hebben allebei gehuild. Vreemd genoeg heb ik zelf nog niet gehuild. Maar waarschijnlijk ben ik gewoon te verdoofd om nog iets te doen.
Zodra Glitter me ziet begint ze weer te huilen. Ik zie dat mijn vader zich met moeite inhoudt.
‘Glinster…’ begint hij langzaam, ‘ik hou van je. Voor altijd.’ En dan begint hij toch te huilen. Snikkend praat hij verder.
‘Als je in de arena bent… Wil je… wil je dan deze dragen?’ Hij steekt me een ring toe. Ik zie niet in wat voor nut een ring heeft in de arena, maar dat nut blijkt wel degelijk aanwezig. Mijn vader draait aan de edelsteen die op de ring zit en een gevaarlijk scherp uitziende punt komt omhoog.
‘Je wilt dat ik iedereen dood ga steken met dat ding?’ Hij ziet er scherp uit maar om iemand te kunnen doden… Daar is-ie toch wel echt te klein voor.
‘Aan de punt zit gif. Zodra iemand die punt in zijn of haar lijf krijgt… Binnen een paar minuten…’
‘Dood?’ maak ik zijn zin af.
‘Dood,’ bevestigt mijn vader.
Glitter geeft me een kus. Haar wang raakt de mijne. Die van haar is helemaal nat van de tranen.
‘Glinster…’ begint ze. Ik weet al wat ze gaat zeggen.
‘Ook al heb ik die ring, Glitter. Met Wonder als medetribuut zal ik…’
‘Probeer het gewoon Glinster! Je hebt die ring niet voor niets! Steek hem ermee in zijn slaap! Aangezien je bij de Beroeps zit, zullen jullie dag en nacht bij elkaar zijn!’
Daar zit wat in.
‘Ik zal het proberen, Glitter. Maar ik kan je niet beloven dat ik ook echt thuiskom. We zijn met vierentwintig. Vergeet dat niet.’
‘Ik zal het niet vergeten Glinster, maar dan moet jij wel echt proberen om te winnen!’
‘Ik zal proberen te winnen. Echt, echt, echt waar.’
Mijn vader en Glitter omhelzen me, totdat ze ruw weg worden getrokken door een vredebewaker.
Dan komen Delilah en Kasjmier mijn kamer in, en ze nemen me mee naar de trein. Ik heb nog nooit in een trein gezeten. Logisch, want je mag niet van district naar district reizen. En naar het Capitool mag je alleen als je bent uitgenodigd.
De snelheid van de trein beneemt me meteen de adem. Het zal niet lang duren eer we in het Capitool zijn. Hooguit een paar uur. Ik voel me opeens doodmoe, dus ik loop naar de coupé die ik toegewezen heb gekregen. Eenmaal in bed val ik meteen in slaap.

Reageer (1)

  • marijne123

    Snel verder! ABO!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen