Chapitre 21
We lopen achter de doodskist aan. Ik probeer me rustig te houden, maar dat is moeilijk. De kinderen, behalve Viktor, zijn mee, wat het extra moeiljk maakt. Vooral Aleksej is stil. 'Moeder?' vraagt Peter. 'Ja, liefje?' Hij lijkt zich even te bedenken. 'Wat gaat er hierna gebeuren? Wie wordt nu de baas?' Ik zucht. 'Vader wordt de baas, toch?' vraagt hij dan. Ik knik. 'Ja, liefje. Dan wordt je vader de baas.' Hij is weer stil. Volgens mij heb ik zijn vraag beantwoord. We komen aan bij het kerkhof. De bisschop begint weer wat te praten. Ik krijg het niet helemaal niet mee. Ik let vooral op Sergei. Hij lijkt rustig. Opeens begint Aleksej te huilen. Ik pak hem vast en druk hem tegen me aan. 'Sst, stil maar. Rustig maar. Ik weet het, het is ook niet leuk.' 'I-ik wil naar h-huis!' Ik zucht. 'Sorry liefje, dat kan nu niet. Het is zo over. Het duurt nog maar eventjes.' Ik houd hem stevig vast, in de hoop dat hij kalmeert. Hij trilt helemaal van de stress. Maar hij moet erbij blijven. Dat was wat Sergei wou. Ik kijk even naar Sergei. 'Het is zo voorbij, laat hem maar gewoon hier.' Aleksej raakt helemaal in paniek! 'Mama!' Hij begint erger te huilen en aan me te trekken. 'Aleksej, rustig maar. Het is niet eng.' 'Ik wil naar h-huis!' Peter begint ook onrustig te worden. Fijn, ook dat nog. Ik kijk nog eens naar Sergei. Wacht eens, waarom zou ik voor zoiets naar hem moeten luisteren? Het zijn ook mijn kinderen. Ik besluit om hem gewoon naar huis te brengen, samen met Peter. 'Peter, wil jij nog hier blijven, bij papa, of wil je ook mee naar huis?' 'Ik wil bij vader blijven.' Ik knik. 'Goed dan. Ik ga met Aleksej terug naar het paleis.' Meteen draait Sergei zich om. 'Ik zei net dat hij hier moest blijven.' 'Hij is de hele mis rustig geweest Sergei. Hij is helemaal in paniek. Daar heb je nu toch alleen maar last van.' Het kan hem niet schelen, zo te zien. Dan kan het mij ook niets schelen, heel simpel. Ik til Aleksej op en loop weg.
'En ze leefden nog lang en gelukkig.' Ik sla het boek dicht en kijk naar Aleksej. Hij is gekalmeerd, en zit naast me op de sofa. Hij heeft zijn knuffel vast. 'Nog een verhaaltje, alsjeblieft.' Ik grinnnik. 'Nog eentje?' Hij knikt. 'U leest fijn voor, moeder. Ik vind het leuk om naar te luisteren.' Ik voel me gevleid. 'Vader leest niet zo fijn voor.' Ik knik begrijpend. 'Papa leest ook niet zoveel, schatje. Papa vindt lezen niet zo leuk. Maar ik zal nog één verhaaltje voorlezen, een korte.' Ik blader door het boek. 'Wat denk je van deze? Deze gaat over draken.' Hij knikt meteen. 'Ja, die!' Hij kruipt op mijn schoot en kijkt naar de tekening. Ik begin te lezen. Hij zit geboeid te luisteren. Af en toe hoor ik hem gespannen zijn adem inhouden. Ik moet zeggen dat ik heel blij ben met dit boek. Mijn vader heeft het me gestuurd, om aan de kinderen voor te lezen. De meeste verhaaltjes herken ik nog van mijn eigen kindertijd. 'Hij pakte snel zijn zwaard, en sloeg zo het hoofd van de draak. Daarna snelde hij naar de prinses, om haar te bevrijden. Ze keerden terug naar het magische koninkrijk, en leefden nog lang en gelukkig.' 'Wow. Dat was wel een spannend verhaal, he moeder?' Ik knik . 'Ja, dat was heel spannend.' Hij klimt van mijn schoot af. 'Moeder?' 'Ja, liefje?' Hij lijkt zich opeens heel ongemakkelijk te voelen. Hij heeft toch niet weer wat uitgevreten? 'Wat is er? Heb je iets stouts gedaan?' 'Is vader boos op mij?' Aha, dat is het. 'Nee, liefje. Papa is niet boos op jou.' 'Maar hij zei dat ik bij grootvader moest blijven kijken, en dat heb ik niet gedaan.' 'Papa was op dat moment niet helemaal zichzelf. Hij was heel verdrietig, en als mensen verdrietig zijn, doen ze wel eens een beetje gemeen tegen anderen. Maar hij is niet boos op je. Waarschijnlijk wel op mij, maar ik ben niet bang voor hem.' Hij moet lachen. Opeens hoor ik Viktor huilen. 'Ik ga even naar Viktor toe, liefje. Mama komt zo terug.' Ik sta op en loop naar de slaapkamer van Viktor. Ik open de deur en loop naar het wiegje. 'Hey liefje, wat is er mis?' Ik til hem op. Ik ruik het al, hij moet verschoond worden. Ik leg hem op de commode en begin. 'Hoi vader,' hoor ik Aleksej zeggen. 'Aleksej, ik moet toch even met je praten.' Oh jee... Meteen versnel ik mijn handeling en loop met Viktor in mijn armen naar de gang. Ik sluit de deur en loop verder. 'Maar vader, ik vond het hartstikke e-eng!' hoor ik Aleksej huilend zeggen. Nu gaat hij te ver. Ik geef Viktor aan de eerste de beste hofdame die ik tegenkom en loop snel naar de huil. 'Ik dacht dat je een grote jongen was, Aleksej.' 'D-dat ben i-ik ook-k, maar ik w-was b-bang!' Daar zie ik ze al staan. 'Sergei, spoor jij nog wel?' schreeuw ik hem toe. Hij draait zich om. 'Sophie...Wat is er mis?' Goh, hij heeft geleerd hoe hij zich snel moet herstellen. Indrukwekkend...Maar niet heus. 'Is dat niet duidelijk, Hoogheid?' voeg ik er spottend aan toe. Ik zie dat hij het heel beledigend vindt. 'Jij, ik. Werkkkamer, nu!' Prima, ik ben niet bang voor hem. Aleksej en Peter kijken me aan. 'Jongens, ga maar even wat spelen. Mama komt dadelijk weer terug. Mama moet even goed met papa gaan praten.' Een beetje angstig verlaten ze de hal. Samen met Sergei loop ik naar de werkkamer. We zeggen niks tegen elkaar. Dat zal zo wel komen. Het kan me niet schelen. Wie aan mijn kinderen komt, komt aan mij.
Er zijn nog geen reacties.