Ik loop de kamer op. Ik heb Sergei al de hele dag niet gezien. Ik kijk rond. Hij is niet op de slaapkamer. Zou hij nog steeds bij zijn vader zijn? Nee toch. Ik loop de kamer uit, richting de slaapkamer van de tsaar. Zachtjes open ik de deur en loop naar binnen. Nee, hier is hij ook niet. Ik kijk even naar de tsaar. Hij ligt rustig te slapen. Onbewust ga ik op de bedrand zitten en kijk naar hem. Hij kreunt even, en moet dan hoesten. Hij wordt wakker en kijkt me even verbaasd aan. 'Sophie, ben jij dat?' Oh fijn, ik heb hem wakker gemaakt. 'Ja, Hoogheid.' 'Hoelang zit je hier al?' 'Pas net, Hoogheid. Ik was op zoek naar Sergei. Weet u waar hij is?' 'Nee, ik heb geen idee. Hij heeft nog een tijd bij me gezeten. Maar op een gegeven moment ben ik gewoon in slaap gevallen.' 'Gaat u maar weer slapen, ik vind hem wel.' De tsaar knikt en draait zich op zijn zij. Hij sluit zijn ogen en ontspant. Ik sta op en verlaat de kamer. Mmm, hij is niet bij zijn vader. Ik loop richting de werkkamer. Ik maak de deur open en loop naar binnen. Gevonden, daar is hij. Zo te zien is hij in slaap gevallen. Hij zit achter het bureau, zijn hoofd ligt op het bureaublad. Ik loop naar hem toe en por hem voorzichtig. 'Huh?' zegt hij en tilt zijn hoofd op. 'Hallo slaapkop.' Hij kijkt me even verbaasd aan. 'Sophie?' Ik knik. 'Ja. Waar was je de hele tijd? Ben je de hele tijd bij je vader gebleven?' 'Even kijken...' Hij gaat recht zitten en wrijft even door zijn gezicht. 'Ik heb 's nachts bij hem gewaakt. En ik kon de slaap maar niet vatten. Om 8 uur 's morgens ben ik maar naar de werkkamer gegaan, en ben wat documenten gaan doornemen.' 'Wat voor documenten?' 'Vanalles eigenlijk.' Hij gaapt even. 'Ik was met deze bezig, toen ik in slaap viel.' 'Sergei, je put jezelf uit.' 'Welnee. Het gaat prima.' Ik hoor wat gestommel op de gang. Dan gaat de deur open. 'Papa!' hoor ik twee stemmen roepen. Het zijn Peter en Aleksej. Ze stormen op hem af. Oh god, het kan niet slechter uitkomen. 'Vader, wanneer gaan we weer naar grootvader toe?' vraagt Peter. 'Ja, ik wil naar grootvader.' 'Grootvader slaapt nu, jullie kunnen niet naar hem toe.' Ze kijken me teleurgesteld aan. 'Nog steeds?' vraagt Peter. 'Grootvader is best ziek, liefje. Hij moet veel slapen.' 'Maar hij wordt wel weer beter, toch?' vraagt Aleksej. Sergei en ik kijken elkaar aan. Wat moeten we hierop antwoorden. 'Natuurlijk wordt grootvader weer beter. Maar nu moet hij heel veel slapen,' zegt Sergei. 'Dat moest ik ook toen ik ziek was,' zegt Peter. 'Toen moest ik ook veel in bed liggen.' 'Precies,' antwoord ik. 'Vader, waarom zijn uw ogen rood?' vraagt Peter. 'Ik heb niet zoveel geslapen, liefje.' Ik hoor de klok achtmaal slaan. 'Oké, tijd om naar bed te gaan,' zeg ik snel. Meteen brekt een hels protest los. 'Nee, ik wil opblijven!' zegt Peter. 'Ik ben nog niet moe!' zegt Aleksej. 'Geen gemaar, jullie gaan gewoon naar bed toe.' 'Maar ik wil niet!' zegt Peter. Hij slaat zijn armen over elkaar heen. Dit is altijd zo'n gedoe. Hopelijk groeien ze erover heen. Ik til Aleksej op, en pak Peter's hand vast. 'Geen gemaar. Nu naar bed toe, einde discussie. Ik kom zo terug, Sergei.' Sergei knikt. 'Vader, ik wil nog niet naar bed!' probeert Peter nog. 'Gewoon naar je moeder luisteren, Peter.' Hij zucht en loopt met me mee.
Ik word wakker van iemand die zachtjes tegen me duwt. Ik kreun en open mijn ogen. 'Sophie, wakker worden.' Het is Sergei. Wat wil hij nu weer? Ik draai me om. 'Wat is er?' vraag ik, redelijk geïrriteerd. 'Vader is dood.' Even is het stil. Wat zei hij nou net? Ik kijk hem even aan. 'Wat zeg je?' 'Vader is dood.' Meteen zit ik rechtop. Dan zie ik ook dat hij niet in bed ligt, hij staat naast het bed. 'Ik ben net nog even gaan kijken. Het viel me op dat hij niet snurkte, zoals gewoonlijk. Hij ademde überhaupt niet. Sophie, hij is dood!' Zijn borst gaat wild op en neer. 'Rustig, Sergei. Rustig maar.' 'Snap je het niet? Nu hij er niet meer is, word ik tsaar! Ik ben er nog helemaal niet klaar voor!' 'Sergei, je moet echt kalmeren.' Hij begint te ijsberen. 'Oh god, wat moet ik doen? Wat moet ik doen?' Ik sta op en sla een ochtendjas om. 'Hoelang ben je bij je vader geweest?' 'Ehm, niet lang. Hooguit 5 minuten.' 'Kan het misschien ook zijn dat je het je hebt verbeeld?' Hij schudt zijn hoofd. 'Nee, ik weet het zeker. Hij reageerde nergens op.' 'Ik zal nog wel even gaan kijken. Ga jij nog maar even liggen, en probeer te kalmeren. Ik ben zo terug.' Ik verlaat de slaapkamer en loop naar de slaapkamer van de tsaar. Hij zal het zich waarschijnlijk hebben ingebeeld. Dit is nog eens voorgekomen, en toen leefde hij ook nog. Zachtjes open ik de slaapkamerdeur en loop naar het bed. Ik kijk naar de tsaar. Hij lijkt gewoon te slapen. Ik kijk eens wat kritischer naar hem. Vreemd, zijn borst gaat niet op en neer. Ik leg mijn vinger onder zijn neus, om te kijken of ik lucht voel. Nee, ik voel niks. Is hij dan toch dood? Ik begin in paniek te raken. Nee, niet doen. Rustig blijven! Daar is vast wel een verklaring voor. Ik leg mijn oor op zijn borst. Ik hoor niks. Ik trek zijn pyamablouse open en luister nog eens. Nee, weer niet. Ik begin aan hem te rammelen. Hij kan niet dood zijn, dat kan gewoon niet. Mijn aanpak wordt ruwer. 'Word wakker!' schreeuw ik tegen hem. Hij reageert niet. Het is dus toch waar. De tsaar is dood.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen