Chapitre 19

De gezondheid van de tsaar is slechter geworden. Samen met Sergei staan we aan zijn bed. De kinderen liggen al in bed. 'Het komt allemaal wel goed, vader,' zegt Sergei voor de zoveelste keer. De tsaar hoest even. 'Nee, je begrijpt het niet. Dit is het einde. Van mij. Niet van Rusland, gelukkig. Ik word niet meer beter, Sergei. Daar is mijn toestand te slecht voor. Nee, mijn tijd is gekomen. Nu is het jouw beurt.' 'Maar vader, daar ben ik nog helemaal niet klaar voor!' 'Het laatste jaar was jij degene die het land heeft bestuurd. Je kunt het wel. Ik zal tegen de bisschop zeggen, dat hij jouw tot tsaar zal kronen. Sergei, Rusland heeft een tsaar nodig.' 'Waarom ik?' vraagt Sergei. Geschokt kijk ik hem aan. Wat zegt hij nou? 'Jij bent de enige die over zal blijven van het Romanov geslacht. En je kinderen zijn nog te jong. Rusland heeft je nodig.' De tsaar moet weer hoesten. 'Hier, neem dit.' Hij trekt iets van zijn hals af. Het is een ketting. 'Wat is het?' 'Het is nog van Ivan I geweest. Het is een geluksamulet. Het gaat over van vader op zoon. Nu ben jij aan de beurt.' Ik kijk naar Sergei. Hij lijkt niet te weten wat hij moet doen. 'Neem het. Het is van jou.' Voorzichtig neemt hij het kettinkje aan en doet het om. 'U weet het zeker, nietwaar?' zegt hij. De tsaar knikt. 'Ja. Nu breekt jouw tijd aan.' Hij hoest weer. 'Ooit, op een dag, zul je het aan je eigen zoon overdragen. Aan Peter, neem ik aan. Tenzij de toekomst andere plannen heeft, natuurlijk.' 'De kinderen zullen u missen, vader.' 'En ik zal hen missen. God, wat een bengels zijn het toch.' Sergei knikt, grinnikend. 'Ja, inderdaad. Soms zou je ze wel achter het behang willen plakken.' 'Ach, dat heb je bij ieder kind,' zegt de tsaar. 'Hoe gaat het trouwens met ze?' 'Prima, vader. Ze groeien als kool. Volgens mij gaan ze net zo lang als u worden.' De tsaar lacht. 'Wie weet, wie weet.' Hij hoest weer. 'Vader, wilt u anders niet even wat drinken?' Hij schudt zijn hoofd. 'Nee, dank je.' Sergei gaat op het bed zitten en legt zijn hand op het voorhoofd van de tsaar. 'Rust maar, vader. Dat heeft u na al die jaren wel verdiend.' Sergei draait zich om. Ik begrijp de hint, en sta op. Hij wil even alleen afscheid nemen. Ik knik even naar de tsaar, en loop dan naar buiten.
Peter en Aleksej rennen door de tuin. Viktor ligt in mijn armen en zit in zichzelf te praten. Ik houd de jongens goed in de gaten. Voor je het weet, valt er weer eentje in de fontein, of beginnen ze elkaar met stenen te bekogelen. Hoe zou het met Sergei gaan? Ik heb hem nog niet gezien. Hij heeft de hele nacht bij zijn vader gezeten. Nou ja, hij zal wel zo komen. Aleksej komt naar me toegerend. 'Mama, waar is papa?' Peter komt er ook bij staan. 'Papa is bij grootvader.' 'Nog steeds? Hoelang blijft hij daar nog?' vraagt Peter. 'Dat weet ik niet. En niet zo respectloos praten, jij.' 'Sorry, moeder.' Ik sta op. 'Ik ga Viktor in bed leggen. Als ik terugkom, wil ik niet zien dat iemand een bult op zijn hoofd heeft, omdat hij door een steen geraakt is. Is dat begrepen?' Ze knikken. 'Ja, moeder.' Ik loop naar binnen. Viktor begint te kreunen. Ik weet waar dit naar leidt. Als ik hem niet snel genoeg in bed ligt, begint hij me te krijsen. 'Sst, we gaan al naar je bedje toe. Dan kun je lekker een dutje gaan doen. En dan komt mama je weer over een paar uurtjes uit bed halen.' Hij kalmeert een beetje. Ik loop mijn slaapkamer in en begin hem om te kleden. Als ik daarmee klaar ben, leg ik hem in zijn wiegje. 'Zo, ga maar lekker slaapjes doen, goed?' Ik druk een kus op zijn voorhoofdje. Zijn oogjes beginnen al dicht te vallen. Ik dek hem goed toe, en loop naar de gordijnen. Ik maak ze dicht en kijk nog even. Hij is al bijna vertrokken. Ik verlaat zachtjes de kamer. Ik loop weer terug naar de tuin. Ik kijk even uit het raam. Ik zie ze rennen. Aleksej struikelt ergens over en valt. Ik hoor hem beginnen te huilen. Peter loopt naar hem toe. Zo te zien bloedt zijn kin. Arm ding. Ik versnel en loop naar buiten. Peter heeft hem vast. Zodra hij me ziet, loopt hij naar me toe. 'Moeder, Aleksej is gevallen en zijn kin doet pijn.' Ik knik en loop naar hem toe. 'Hey liefje, wat is er gebeurd?' Aleksej huilt nog steeds. 'Ik b-ben ge-gestruikeld en g-geval-len en n-nu doet-t mijn k-kin p-pijn.' Ik raap hem op en loop met hem naar het terras. Ik ga zitten en bekijk de schade. 'Laat mama eens kijken.' Ik veeg wat bloed weg met mijn zakdoek. Die is toch schoon. 'Het valt reuze mee. Je hebt een paar kleine schrammetjes.' 'Maar het doet toch pijn.' 'Dat snap ik, liefje. Moet mama er een kus op geven?' Hij knikt. 'Ja, en knuffelen.' 'En mama knuffelt even met je.' Ik druk een kusje op zijn kin en wieg hem zachtjes heen en weer. Hij kalmeert al snel. 'Zo, gaat het weer?' vraag ik hem. Hij knikt en veegt zijn laatste tranen weg. 'Ja, het gaat weer.' Hij glijdt van mijn schoot af.
Er zijn nog geen reacties.