Chapitre 14

We rijden Sint Petersburg binnen. Ik ben zo nerveus. Hoe zou het paleis eruitzien? Hoe zullen de mensen op me reageren? Ik ben desondanks nog steeds Frans. Ik knijp in Sergei's hand. Hij is al net zo nerveus als ik. Ik kijk uit het raampje. Oh god, er staan honderden mensen op het grote plein, voor een groot paleis. Wat een mooi paleis... Maar al die mensen. Daar word ik nog nerveuzer van. Ze juichen allemaal, en zwaaien naar ons. Ik zwaai terug, en ze worden nog enthousiaster. Ik begin hem nu toch echt een beetje te knijpen. De koets stopt. De deur gaat open. Dit is het. Dit is het moment van de waarheid. Sergei stapt eerst uit, dan volg ik. Ik houd zijn arm stevig vast. Ik kijk rond. Wat een mensen allemaal. Ik kijk voor me. Daar zie de tsaar al staan. Vreemd, waar is zijn vrouw. 'Waar is je moeder?' 'Die is al dood, Sophie.' Natuurlijk, dat is waar ook. Dat stond ook in de brief. We lopen langzaam naar voren. Ik kijk rond, naar de mensen. Ik glimlach vriendelijk naar ze. Jezus, ze verpletteren elkaar bijna om ons te kunnen zien. Ze worden tegengehouden door wachters. Een klein meisje glipt er tussendoor en rent naar me toe. Ze heeft een bos bloemen vast. Ze geeft ze me en zegt iets in het Russisch. Zo goed ben ik er nog niet in, ondanks dat ik les heb. Sergei zegt iets terug, en het meisje glimlacht. Ze rent weer terug naar de mensenmassa. Ze staat net achter een wachter, en lacht naar ons. Ik glimlach terug en we lopen verder. 'Ik zei toch dat ze gek op je zouden zijn?' zegt Sergei. Ik draai me nog een keer om, om het meisje te zien. Ze is weg. Nou ja, kan gebeuren. Eindelijk komen we aan bij de tsaar. Het wordt doodstil. 'Welkom in Sint Petersburg.' De mensen juichen en klappen. Na een minuutje stoppen ze weer. Over discipline gesproken. 'Hebben jullie een fijne reis gehad?' 'Sergei knikt. 'Ja, best wel.' 'Jullie zullen wel honger hebben.' We knikken. Ik sterf bijna van de honger. 'We gaan zo naar binnen. Ik spreek nog even het volk toe.' Hij gaat voor ons staan, recht voor het publiek. 'Bij deze stel ik u voor aan mijn zoon, Sergei, en zijn echtgenote Sophie Montarue.' Het is even stil. Oh jee, dit is niet goed. Dan beginnen ze te klappen en te juichen. Na een paar seconden zijn ze weer stil. 'Vanwege deze feestelijke gebeurtenis, is deze hele maand belastingvrij. Tot en met het einde van deze maand, hoeft er geen belasting worden betaald.' Er wordt weer gejuicht. De tsaar gebaart dat we naar binnen moeten gaan.
We zitten in de eetzaal. Je kunt dit gerust een zaal noemen, want dat is het ook. Pff, ik ben kapot. Ik ga na het eten meteen naar bed. Het kan me niet schelen wat ze ervan vinden. 'Je bent een beetje stil, Sophie,' zegt Sergei. 'Gaat het wel?' Ik knik. 'Ik ben alleen een beetje moe, dat is alles.' De tsaar eet niet mee. Hij moest nog iets regelen of zoiets. 'Je kunt het beste meteen naar bed gaan. Ik denk dat ik dat ook ga doen. Ik ben echt kapot.'
Samen liggen we in bed. Hij heeft zijn arm om me heen geslagen. Hij praat zachtjes tegen me. Ik krijg het niet echt mee, ik ben zo moe. 'Sergei, laat me alsjeblieft slapen. Dat is het enige wat ik wil.' 'Goed schatje. Sluit je ogen maar en ontspan.' Ik sluit mijn ogen en val al snel in een diepe slaap.
We zitten weer in de eetzaal. Ik ben net bezig een eitje te verorberen, als er een lakei binnenkomt. 'Een brief voor madame Sophie, uit Frankrijk.' Hij legt de brief op tafel. 'Dank je, Igor. Je kunt weer gaan,' zegt de tsaar. De lakei knikt en verlaat de ruimte. Ik pak de envelop en maak hem open. Ik schrik, hij is van vader. Ik haal de brief eruit en begin te lezen.
Lieve Sophie,
Hoe gaat het met je? Hier in Frankijk loopt het wel oké. Hoe gaat het met Sergei? En hoe bevalt Rusland? Zijn het geen te grote barbaren? Hehe, grapje schat. Ik ga heel eerlijk tegen je zijn. De kans dat we elkaar weer zien, is heel erg klein. Ik weet dat ik waarschijnlijk mijn kleinkind nooit zal zien. Ik ben trots op je. Ik ben trots op alles wat je hebt bereikt, en nog zult bereiken. Je bent een slimme meid, altijd al geweest. Je bent net je moeder. Hoe dan ook, ik wens je het allerbeste toe. Ik houd van je, en zal dat ook altijd blijven doen.
De hartelijkste groeten,
Gerard Montarue.
Ik heb tranen in mijn ogen. Ik zal hem nooit meer zien. Wat heb ik gedaan? Ik had na moeten denken. Nu zit ik hier vast. Ik sta op en loop de eetzaal uit.
Er zijn nog geen reacties.