Foto bij Chapitre 10

de volgende morgen

'Sergei, je kunt nu niet naar Rusland toe!' Gehaast loop ik achter hem aan. 'Je hebt de brief toch gelezen?' antwoord hij. 'Sergei, een tocht naar Rusland duurt weken.' 'Welnee, hooguit 2. Zo lang duurt het niet eerdat we er zijn.' 'We? Sergei, ik ben zwanger! Ik kan niet twee weken lang in een koets leven.' Terwijl ik dat zeg, schopt de baby weer. Jezus, ik moet het echt wat rustiger aan gaan doen. 'Sergei, kunnen we echt niet wachten totdat de baby er is? Kun je geen brief schrijven?' Sergei staat stil, eindelijk. Ik ga naast hem staan en hijg uit. Jezus, wat loopt hij snel. 'Wat als het dan al te laat is? Wat als het nu al te laat is?' zegt hij. Zo te zien is hij duidelijk in paniek. 'Sergei, kalmeer even.' Ik kus hem eventjes. Hij kalmeert een beetje, maar nog niet helemaal. Nou ja, hier moet ik maar genoegen mee nemen. 'Sergei, het is echt het beste als je een brief schrijft, en je huidige situatie uitlegt.' Hij pakt me vast. 'Denk je echt dat dat het beste is?' vraagt hij. Ik knik. 'Ja, dat weet ik zeker.' Hij legt een hand op mijn buik, ik leg de mijne erop. De baby schopt weer. Sergei's ogen worden groot. 'Oh god, hij schopte!' Natuurlijk, dat ben ik hem vergeten te vertellen. Ik doe net alsof het voor mij ook de eerste keer is. 'Inderdaad!' Sergei kust me. 'Volgens mij gaat het wel goed met ons mannetje, denk je ook niet?' Ik knik instemmend. Toch heb ik een angstig gevoel. Sergei hoopt op een jongen. Nou ja, dat heeft hij niet met die woorden gezegd. Maar jongens zijn altijd beter. Wat als het een meisje is? Zal hij dan ook nog blij zijn? Of gaat hij dan op zoek naar een vrouw, die hem wel een zoon kan schenken? 'Madame Sophie?' Ik hoor mijn naam en draai me om. Gustav, een lakei, staat op een paar meter afstand. 'Ik heb een brief voor je. Uit Frankrijk.' Hij loopt naar me toe en geeft me de brief. 'Volgens mij is hij van de koning, aan het handschrift te zien.' 'Bedankt, Herr Gustav.' Hij knikt en loopt weer weg. Ik kijk op de envelop. Dat is niet het handschrift van mijn vader, dus dan zal het wel van Lodewijk zijn. 'Ik denk dat ik hem in de slaapkamer ga lezen,' zeg ik tegen Sergei. Hij knikt. 'Doe dat. Ik moet naar een vergadering toe.' We kussen elkaar en nemen afscheid. Ik loop naar de slaapkamer. Vreemd, wat zou erin staan? Ik heb wel nog contact met Lodewijk, maar die enveloppen zien er anders uit. Deze is vele malen sjieker. Ik kom aan bij de slaapkamer. Ik loop naar binnen en sluit de deur. Ik ga aan het bureau zitten en open de envelop. Ik begin te lezen.
Geachte gast,
bij deze bent u uitgenodigd. Waarvoor, zult u wellicht denken. Voor de zwangerschap van de koningin. Jawel, koningin Marie Antoinette is in verwachting van een troonopvolger. Het feest vindt plaats op 12 december.
Hoogachtend, de gelukkige ouders

Wat leuk, Lodewijk wordt vader. Ze gaan er al vanuit dat het een jongen wordt. Nou ja, niet mijn probleem. Er zit nog iets in de envelop. Nog een brief. Ik haal hem eruit. 'Wat is dit? Een gastenlijst?' Ik open de brief. Inderdaad, het is een gastenlijst van alle genodigden. Typisch Lodewijk. Hij schept graag op. Ik bekijk de lijst. De schoonfamilie van Lodewijk is ook uitgenodigd. En de vader van Sergei. Nou ja, ik denk niet dat hij mee kan. Dan kan Sergei in plaats van zijn vader gaan. Ik bekijk de lijst eens grondig. Dan valt mijn oog op een naam. 'Romanov, Peter I...Romanov, waar ken ik die naam toch van?' Ik sta op. Even aan Sergei vragen. Hij zal het wel weten. Oh nee, hij heeft nu vergadering. Nou ja, dan zal ik het vanavond bij het eten wel vragen. Ik pak de list nog eens en kijk naar de naam. Romanov...Peter Romanov... Waarom kom ik er nou niet op. Ik kijk naar het bureau. Dan zie ik de brief van Sergei liggen. Dat is de brief van de Tsaar van Rusland, als het goed is. Van Peter de...Dat is het! Daar ken ik die naam van! Het is de tsaar! De vader van Sergei. Ik moet Sergei spreken. Waar is hij ook alweer? Ik haat dit paleis. Je kunt nooit iets vinden. Ik ren de slaapkamer uit. Oef, mijn hoofd bonkt, en mijn buik doet pijn. Dat moet maar een andere keer. Ik loop naar de vergaderzaal. Opeens begin ik wazig te zien. Huh? Wat is er aan de hand? Dit klopt niet. Dit kan niet kloppen. Ik begin te zwalken. Ik houd me vast aan de muur en grijp naar mijn hoofd. Wat is er met me aan de hand. Ik ben misselijk, en heb hele erge buikpijn. 'Sophie? Ben jij dat?' Ik hoor een stem. Het is Sergei. Hij loopt naar me toe. 'Gaat het wel?' vraagt hij. Hij pakt me vast. Ik schud mijn hoofd. 'Nee, ik voel me verschrikkelijk.' 'Sst, doe maar rustig. Kom, ga maar even op deze stoel zitten.' Hij begeleidt me naar de stoel. Ik ga zitten. 'Oké, wat is er aan de hand?' 'Ik weet het niet. Ik ben misselijk, en ik heb hoofdpijn. Ik zag net wazig, en mijn buik doet pijn.' 'Je buik doet pijn?' zegt Sergei verbaast. Ik knik. 'Ja, net hierzo.' Ik wijs het aan. 'Jezus Christus,' hoor ik hem zachtjes vloeken. Ik begin een bang vermoeden te krijgen. 'Sergei, er is iets mis met de baby!' Hij pakt mijn handen vast. 'Sst, rustig maar.' Hoe kan ik nou rustig zijn? Er is iets mis met de baby, ik weet het zeker. 'Haal even rustig adem, en tel tot tien.' Ik schud mijn hoofd. 'Nee, ik ga niet rustig doen. Ik wil nu een dokter!' Ik sta op en het duizelt me weer. Opeens is het aangenaam licht in mijn hoofd. Zou ik gaan flauwvallen. Opeens wordt alles zwart voor mijn ogen en verlies ik mijn bewustzijn.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen