[1.2] First day in forks
![Foto bij [1.2] First day in forks](http://www.scienceclarified.com/landforms/images/ueol_03_img0097.jpg)
“Lieverd, wakker worden.” Een zacht stem wordt hoorbaar op de achtergrond. Ik reageer niet onmiddellijk en voel hoe twee armen me voorzichtig van de bank heffen en me mee nemen. Twee stemmen - een vrouw en mannenstem - blijven te hele tijd tegen elkaar fluisteren, in de hoop dat ik niets van hun gesprek hoor. Carl, begrafenis, school, vrienden. Het zijn de enige woorden die ik kan onderscheiden uit de wirwar van gebrabbel. De naam van mijn vader doet tranen in mijn ogen opwellen, maar doordat deze gesloten zijn kunnen ze hun gang naar beneden niet gaan. Mijn adem is oncontroleerbaar, maar laat mijn borst regelmatig op en neer gaan. Geen reden tot paniek dus. Mijn moeder en mijn stiefvader zullen niets in de gaten hebben van mijn paniek en de nog steeds snijdende pijn in mijn hart. Ik zal ‘vrienden’ maken en ervoor zorgen dat ik geen argwaan wek. Nooit zullen ze wat merken van mijn gestorven ziel, de ziel die eruit werd gerukt door mijn moeders vertrek en het overlijden van mijn vader. Mijn eigenste ziel die blijft hangen tussen hemel en aarde. Mijn lichaam wordt met een doffe plof op een zachte bank neergelegd en even heb ik het gevoel dat ik het bewustzijn ga verliezen, maar mijn gedachten houden stand en blijven ongeacht wat ik probeer bij de brute werkelijkheid. “Droom maar lekker verder, schat.” De zoen is wak en nat, maar aan de andere kant teder zacht en vreselijk lief. Ik hou mijn ogen gesloten en draai me op mijn zij om een betere slaaphouding te kunnen aannemen. Dromen over groene grasvelden, heerlijk ruikende rozen en een helderblauwe hemel, dat zou ik willen. Maar in plaats daarvan droom ik over een leeg, donker veld. Aan de overkant staat een man naar me te staren. Ik kijk hem aan en probeer te glimlachen, maar in plaats daarvan rollen tranen als stortvloeden neer over mijn wangen. Na enkele seconden is er al een reusachtige plas rond mijn voeten gevormd. Ik loop naar de man toe, maar het lijkt alsof mijn passen maar enkele millimeters groot zijn. Het lijken wel uren, dagen, weken vooraleer ik de man met het bleke gezicht en de bruine, kortgeknipte haren bereik. De man - beter gezegd mijn vader - kijkt me met felgroene ogen aan en tovert een schattige glimlach om zijn mond. “Hallo jongedame, mag ik vragen wie je bent?” Mijn ogen worden groot van verbazing en tranen doen mijn blik vertroebelen. “W-weet je niet wie ik ben?” Een lange, schelle kreet vult het open veld en wordt weerkaatst tegen de groene bergen, waarna ik - hevig ademend en in schok - wakker wordt.
Reageer (1)
wow...
1 decennium geledenEn jij beweert dat je niet kan schrijven?
JE SCHRIJFT GEWELDIG!!
Snel verder hoor!
helemaal super!
Xx.
Jenny