Foto bij Chapitre 9

4 months later

Ik zit heerlijk binnen te lezen. Buiten is het aan het regenen, en hard. Ik leg mijn hand even op mijn buik. Ongelofelijk. Ik kan nog steeds niet geloven dat ik een kindje bij me draag. Helaas is er ook slecht nieuws. Best wel een paar dingen. De grootvader van Lodewijk is overleden. En de vader van Sergei is ernstig ziek. Men vermoedt dat hij griep heeft, de arme schat. Sergei is nu bij hem. Hopelijk wordt hij snel weer beter. Maar wat verder betreft mijn zwangerschap, ik ben niet de enige vrouw die er dolblij mee is. Ook de keizerin vindt het naar eigen zegge, enig. 'Kun je je voorstellen dat over een paar maanden hier weer een baby'tje woont?' zei ze. Ze was ook zo vriendelijk om me te vertellen hoe pijnlijk de bevalling wel niet is. Dat is dus buikpijn, keer 1000. Daar zat ik ook echt op de wachten, met het gevolg dat ik die nacht niet kon slapen van de stress. Wat ik wel leuk vind, is dat je het nu echt kunt zien. Oké, mijn buik is niet gigantisch. Maar je ziet het! Dat is zo leuk. Sergei komt de kamer binnengelopen. Hij ziet nogal bleek. O jee...Ik sta op en loop naar hem toe. Ik pak zijn handen vast. 'En, hoe ging het met hem?' vraag ik. 'Tsja, hoe ging het...De dokters zeggen dat het een kwestie van tijd is.' 'Gaat het werkelijk zo slecht?' vraag ik hem. 'Ja, dus je zal hem nog een tijdje niet mogen bezoeken.' Ik mag hem niet bezoeken, vanwege het infectiegevaar voor mijn zwangerschap. 'Ow. Hoe denkt hij er zelf over?' 'Hij zei dat hij beter zou zijn, ruim voordat de baby wordt geboren. Maar zijn ogen vertelden iets anders.' Ik zucht en kus hem zachtjes op zijn mond. 'Niet de moed opgeven, liefste. Hij zal het wel redden, dat weet ik zeker.' Zijn ogen zijn vochtig. HIj probeert zich groot te houden, dat voel ik gewoon. 'Kom, we gaan even zitten.' Ik begeleid hem naar de bank. We gaan zitten. 'Het komt wel goed, Sergei. Dat weet ik zeker.' Hij veegt een paar tranen weg. 'Hij is de enige familie die ik nog heb. Ik zou niet weten wat ik zonder hem moet... Als hij sterft, word ik generaal. Maar ik ben er nog niet klaar voor. Ik kan het helemaal niet aan!' Ik waan hem tot kalmte. 'Kalmeer eventjes, liefste. Je kunt het heus wel. Je fokt je teveel op.' 'Zolang jij het maar niet doet, vind ik het anders prima.' Ik zucht. 'Je moet niet zo stressen. Het zal allemaal wel goed worden.'
We liggen in bed. God, wat ben ik moe. Ik sluit mijn ogen en ga wat comfortabeler liggen. Ik begin bijna in slaap te vallen, als ik Sergei opeens op hoor staan. Huh? Wat gaat hij doen. Ik draai me om en kijk hoe hij naar het balkon loopt. Hij kijkt uit het raam, naar de maan. Hij mompelt wat in zichzelf. Ik kan het niet verstaan. Waar heeft hij het over? Zou het over zijn vader gaan? Het moet wel. Waar zou het anders over moeten gaan? Oef, de baby schopt even. Jezus, dat is best pijnlijk. Dat kan ik nu net niet hebben. Ik richt me weer op Sergei. Hij draait zich om! Snel doe ik alsof ik slaap. Hij loopt om het bed heen. Wat is hij van plan. 'Rust maar goed, liefste.' Hij staat achter me. Hij streelt mijn rug. Wat is er toch aan de hand? Hij gaat op de rand van het bed zitten. 'Ik houd van je, Sophie. Ik houd zielsveel van je. Maar ik kan je hier niet bij betrekken. Dat zou niet goed zijn. Niet voor jou, en zeker niet goed voor de baby. Ik moet dit zelf oplossen.' Ik doe net alsof ik me draai in mijn slaap en dan wakker word. Ik kreun even en open langzaam mijn ogen. 'Huh? Sergei, ben jij dat?' Slaapdronken kijk ik hem aan. 'Sophie, je bent wakker.' 'Ja. Waarom lig jij niet in bed?' 'Ik moet wat doen, iets belangrijks.' Ik ga recht zitten en pak zijn hand vast. 'Wat dan? Je kunt het mij toevertrouwen, Sergei. Ik ben notabene je vrouw.' 'Het is niets, belangrijks. Luister, ga maar weer lekker slapen. Het is niks om je zorgen over te maken.' 'Weet je het zeker? Je weet dat je me kunt vertrouwen.' 'Ja, maar het is iets waar ik eerst zelf zekerheid van moet hebben, liefste. Als ik zekerheid heb, zal ik je het vertellen, als het dan nog nodig is.' 'Sergei, alsjeblieft. Laat me niet zo in onwetenheid. Wat zit je dwars?' Hij zucht. 'Vooruit dan maar. Maar beloof me dat je geen overhaaste dingen doet.' 'Dat beloof ik, Sergei.' Ik druk een kus op zijn hand. Hij glimlacht naar me. 'Goed dan. Mijn vader heeft me iets verteld. Iets belangrijks. Mijn vader, is niet mijn vader.' Even is het stil. Dan realiseer ik me wat hij heeft gezegd. 'Wat?' zeg ik geschokt. 'Sst, doe rustig!' 'Al goed, al goed. Maar als ik het goed begrijp, ben je dus geadopteerd?' Hij knikt. 'Ja, dat klopt. 'Maar, wie is je echte vader dan?' Het is even stil. 'Kun je een geheim bewaren?' vraagt hij dan. Ik zucht. Ik word hier zo moe van. 'Ja, dat kan ik.' 'Oké. Mijn vader is Tsaar Peter de Grote.' Ik moet moeite doen om niet in lachen uit te barsten. Wat een grap. Zoon van tsaar Peter de Grote. Ik zie het al helemaal voor me. 'Oh natuurlijk, Sergei. Natuurlijk is dat je vader. Wil je dat ik je voortaan Tsarevitsj Sergei noem? Of Hoogheid?' Ik kan me bijna niet meer inhouden. 'Dus je gelooft me niet?' zegt hij kalm. 'Kom op, Sergei. Vind je nou zelf ook niet dat dat erg ongeloofwaardig overkomt?' 'Hoe komt het dan dat ik weet hoe het winterpaleis in elkaar zit? Hoe komt het dan, dat ik vloeiend Russisch spreek, ondanks dat niemand me dat ooit geleerd heeft? Hoe komt het dan, dat mijn ogen grijs zijn, terwijl de rest van mijn zogenaamde familie bruine ogen heeft? Hoe komt het, dat ik een stuk langer dan hen ben?' Ik haal mijn schouders op. 'Weet ik veel. Er zal heus wel een verklaring voor zijn. Er is heus wel iemand in je familie geweest die grijze ogen had. En je bent waarschijnlijk heel taalgevoelig. En een van je voorouders zal ook wel lang zijn geweest. En dat van het Winterpaleis, dat zul je wel ooit eens in een boek hebben gezien.' Hij draait zich om en loopt naar de kast. Hij rommelt er even in. Dan draait hij zich om. Hij heeft een brief in zijn handen. 'Hoe verklaar je dit dan?' vraagt hij. Hij geeft me de brief. Ik vouw hem open en begin te lezen.
Lieve Sergei,
Je bent nog erg, erg klein. Net 2 weken oud. Helaas heb ik slecht nieuws. Ik moet je aan een vreemde meegeven. Nou ja, vreemde... Ik ken hem nog van vroeger. Hij is een goed mens. Maar laat ik je eerst uitleggen waarom ik afscheid van je moet nemen. Het komt door je familie. Je tante Sofia wil je uit de weg ruimen, in de hoop mij als Tsaar te verzwakken, en zo zelf de macht te grijpen. Dat kan ik niet laten gebeuren. Je moeder is helaas al overleden. Niet dankzij je tante, nee. Hoe dan ook, het is heel belangrijk dat je deze brief te lezen krijgt. Zodra je hem leest, moet je als de bliksem terug naar Rusland komen, aangezien ook ik niet het eeuwige leven heb. Rusland heeft een Tsaar nodig. Je oudere broer kan het niet zijn. Hem heb ik moeten laten oppakken, omdat ook hij kwade bedoelingen had. Toen je werd geboren, wist ik meteen dat jij, en niet Aleksej, de Tsaar moest worden. Woorden kunnen niet verklaren hoe ik me voel. Ik hoop alleen van harte dat het goed met je moge gaan. Ik houd zielsveel van je, mijn zoon.
Je vader, Peter Romanov I Tsaar van Keizerrijk Rusland.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen