Chapitre 7

Ik zit in de salon rustig wat te lezen. Sergei zit naast me, ook te lezen. Ik heb me tegen hem aan gevleid. Ik moet zeggen dat hij echt een schatje is. Hij is heel attent. Dat zijn ze hier allemaal wel. 'Zeg Sophie,' zegt hij opeens. Hij legt zijn boek neer. 'Ja,' antwoord ik. Ik lees gewoon verder. 'Ik wil even met je praten, over iets.' Ik klap mijn boek dicht en leg het weg. 'Natuurlijk, waar wil je over praten?' Hij draait zich richting mij en pakt mijn handen vast. 'Ik heb laatst eens zitten te denken.' 'Zitten te denken?' merk ik een beetje cynisch op. 'Oké, best wel erg. Weet je, ik ben al 24, bijna 25. Vrienden van me, hebben al kinderen. Nou ja, niet dat die kinderen al heel groot zijn, maar ze hebben wel al kinderen. En ik zou zelf ook wel kinderen willen.' 'Wil je dat echt zélf, of gewoon omdat je vrienden ook kinderen hebben?' vraag ik meteen. Daar wil ik wel zekerheid over hebben. 'Ik snap je vraag. Maar ik wil ook zelf kinderen. Ik wil ook vader zijn, snap je?' Ik knik. 'Ik begrijp. Maar Sergei, kinderen hebben vergt wel veel verantwoordelijkheid. Ik weet niet of ik daar al klaar voor ben.' 'Ik bedoel ook niet dat we nu aan kinderen moeten beginnen, gekkie,' zegt hij lachend. Hij kust me zachtjes op mijn lippen. 'Wat bedoel je dan?' vraag ik. Ik begrijp niet waar hij naartoe wilt. 'Ik vroeg me gewoon af of jij ook kinderen wilt.' 'Dat wil ik best, maar ik denk niet dat ik daar klaar voor ben. Het is wel iets anders dan een hond.' Hij knikt. 'Ja, dat klopt. Dat begrijp ik ook. We beginnen er ook pas aan, als we er beide klaar voor zijn.' Ik knik, hier kan ik me wel in vinden. 'Nu wil ik eigenlijk alleen nog volop van je genieten.' Ik moet lachen en kus hem. 'Grapjas!' 'Oh, ben ik een grapjas?' Ik knik en sta op. 'Zullen we een spelletje spelen, Sophie?' 'Waar heb je het over?' 'Het heet bosmonster. Ik ben het monster, en jij bent de prachtige jongedame die ik moet vangen.' Ik schud lachend mijn hoofd. 'Nee, ik dacht het niet,' zeg ik lachend. 'Te laat. Het monster komt op haar af.' Hij komt op me afgelopen en ik deins achteruit, nog steeds lachend. Ik ren weg, hij rent achter me aan. Zo stormen we door de salon, om de bank heen. 'Hou op, mafkees!' Hij pakt mijn hand vast en trekt me tegen zich aan. 'En hij heeft haar!' Ik moet keihard lachen. Ik doe het bijna in mijn broek. 'Houd op, gekkie!' Hij begint te lachen. Er wordt op de deur geklopt. 'B-binnen,' zegt Sergei lachend. Zijn vader komt binnengelopen, en we kalmeren meteen. 'Zo, wat waren jullie aan het uitspoken?' vraagt hij lachend. 'Jullie kijken alsof jullie iets heel stouts hebben gedaan. Dat zal toch wel meevallen? Wat waren jullie aan uithalen?' 'Niks, vader,' zegt Sergei snel. Het gaat zijn vader niks aan wat wij aan het doen waren. 'Natuurlijk was het niks. Sergei, je moet meekomen naar de vergadering.' 'Waarom, vader?' 'Als toekomstige generaal moet je weten hoe die vergaderingen gaan. Je moet er wel een beetje verstand van hebben, anders heb je ook meteen een baggere reputatie. Mijn generaal heeft het ook altijd gedaan, en dat heeft me veel geholpen.' Sergei knikt. 'Natuurlijk, vader. Nou, liefste. Dan zie ik je straks weer.' Hij kust me even, en verlaat dan met zijn vader de kamer.
Ik wandel door de tuin, samen met de keizerin. Ik ben aangesteld als haar tijdelijke hoofdhofdame. De andere ligt ziek in bed. Vreemd, ik wandel hier met Lodewijk's schoonmoeder. Ik vind haar wel aardig, zeker in vergelijking met Marie-Antoinnete zelf. Ik kan haar niet uitstaan. 'Sophie, geef me mijn paraplu eens even. En loop rechtop!' Ik recht mijn rug en geef haar de paraplu. 'Alstublieft, Hoogheid.' 'Dank je. Zeg, wat vind je van je nieuwe woonplaats?' 'Het is werkelijk waar prachtig, uwe Hoogheid.' 'En jij en Sergei, hoe loopt het daarmee? Volgens mij zit dat wel goed tussen jullie. Hebben jullie al aan kinderen krijgen gedacht?' Ik knik. 'Ja, Hoogheid. Vanmiddag nog.' 'En? Hoe ging het?' 'We willen beide kinderen, Hoogheid. Maar ik weet niet of ik er al klaar voor ben.' 'Tsja, hoe oud ben je?' '21, uwe Hoogheid.' 'En Sergei is 24, bijna 25. Nou ja, jullie hebben nog wel een paar jaar de tijd. Al een idee hoeveel kinderen jullie willen? En of jullie graag jongens willen? Sergei heeft natuurlijk wel een opvolger nodig.' 'Nou, daar hebben we het nog niet zo over gehad. Ikzelf hoef er geen 10, of zelf nog meer!' De keizerin kijkt me een beetje beledigd aan. Oh nee, ook dat nog. 'Niet dat daar verder iets mis mee is, uwe Hoogheid. Oh nee, dat zou ik niet durven denken. Ik vind het zelfs knap, dat een vrouw zoveel kinderen kan baren. Ik denk zelf dat ik te min ben, om zoveel kinderen te krijgen.' Haar gezicht klaart alweer een stuk op. 'Nou, goed. Uiteindelijk moeten jullie dat ook zelf uitmaken, daar ga ik niet over. En dan hebben de kinderen van mijn zoon ook meer plaats om te spelen en op te groeien.' Ik knik instemmend. 'Ja, precies uwe Schrootheid...Ehm Hoogheid. Ik bedoel Hoogheid, uwe Hoogheid.' Poe, was me dat een erge verspreking. 'Mijn excuses, uwe Hoogheid. Het was een domme verspreking. Het zal niet meer gebeuren, dat beloof ik.' De keizerin moet lachen. 'Je bent een beetje klunzig, Sophie. Maar misschien is dat ook hetgene, wat Sergei zo leuk aan je vindt.' Dat lijkt me heel sterk, maar dat hoeft zij niet te weten. We lopen langs de fontein, die aan staat. Het water maakt een kletterend geluid. Wat is het prachtig...Onbewusts blijf ik even staan kijken, de keizerin loopt door. Ik denk aan thuis, aan vader. En aan Lodewijk. Hoe zou het met hem gaan? Zou hij gelukkig met die Marie zijn? En vader? Zou hij me missen? Vast wel. 'Sophie, kom hier!' zegt de dwingende stem van de keizerin. Ik kom weer terug op aarde en loop snel naar haar toe. 'Het spijt me, uwe Hoogheid. Ik verloor even mijn concentratie.' We lopen verder. Hoe laat is? Is Sergei al klaar? Ik rammel eigenlijk. Ik heb honger. Wanneer gaan we eten? 'Sophie, geef me mijn waaier.' Ik geef haar, haar waaier. Ze opent hem en begint ermee te wapperen. Het is ook snikheet. Ik pak mijn eigen waaier en begin ook te wapperen. 'Kom, we gaan terug naar binnen. Ik krijg dadelijk nog een heuse beroerte.' Samen lopen we terug naar binnen.
Er zijn nog geen reacties.