Foto bij Chapter 1

enjoy!
laat me weten wat je ervan vond!
Xx

*Nog steeds flashback*
“Hallo, kleine meid” zei plots een stem. Geschrokken keek ik op en voor mij stond een niet zo grote, maar dikke man. Hij had lange oren en een nog grotere lach. Hij had een hoge hoed op en droeg een grote gele jas en een bril dat zijn ogen bedekte. Een roze paraplu met een pompoenhoofd was zijn bescherming tegen de regen. Normaal zou ik dit een grappig tafereel gevonden hebben, maar nu keek ik terug in de plas waar een 6-jarig monster terugkeek.
“Je moet ’s nachts niet buiten zitten in de regen. Zo word je nog ziek!” Ik keek even op en toen weer naar beneden en zei niets. Tenslotte had mama mij geleerd om niet met vreemden te praten. Mama… Ik begon te rillen. Niet van de koude, zelfs niet van verdriet, maar van angst. Angst voor die gruwelijke beelden, om opgejaagd te worden en vooral de angst om alleen te zijn.
“Je ziet er angstig uit kleintje. Waarom vertel je mij niet wat er mis is?” probeerde de dikke man nog eens. Ik begrijp niet waarom hij bleef en probeerde met mij te praten. Waarom liep hij niet gewoon door? Iedereen waarschuwde mij voor vreemde mensen en ik wist dat ik moest weglopen, maar hij voelde niet bedreigend en dus met een trillende stem zei ik de waarheid zoals alleen een kind dat kan: “Mijn familie is dood. Ik…” “Ja, jij vermoordde ze niet waar?” Hij vroeg het niet, maar zei het alsof dit een wereldwijd gekend feit is. Met grote ogen en een geschokte uitdrukking keek ik op. Hoe…hoe wist hij dit? Dat is onmogelijk, hij kon er nooit bij geweest zijn wij wonen op een privédomein en de lichamen zouden pas morgenvroeg ontdekt kunnen worden. Dus hoe? “Maak je er maar geen zorgen over. Vroeg of laat zou dit toch gebeurd zijn. Het was onvermijdelijk.” Probeerde hij mij gerust te stellen, maar wat voor een soort troost was dat?! Dat ik een tijdbom was, klaar om mijn familie ieder moment te vermoorden? Is hij gek?! Nee, ik moet hem verkeerd gehoord hebben of misschien neemt hij mij niet serieus?
“Meneer, ik denk dat U mij niet begrijpt. Ik ben een monster en heb mijn eigen familie vermoord.” Zei ik met een stem die ondanks alles verrassend kalm was. “Nee kleintje, jij bent geen monster. Jij…” Ik weet dat iemand onderbreken onbeleefd is, maar hij moest het snappen. Hij moest vluchten!
“Als U mij niet geloofd zal ik het U laten zien…”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen