H. -01
Het meisje had lang zwart haar.
Ik liep onze hut uit.
Het meisje was lijkbleek.
Ik struikelde bijna over een van onze kippen, die met luid gekakel opzij sprongen.
Het meisje zat aan de rand van het meer.
De halve maan gaf niet veel licht en ik hoorde een wolf huilen.
Het meisje zat met haar hoofd in haar handen.
Ik bibberde en trok mijn wollen mantel wat dichter om me heen.
Het meisje droeg een rood met zwart geborduurde jurk.
Ik woonde hier al mijn hele leven en toch vond ik het moeilijk in het donker de beerput te vinden.
Het meisje droeg schoenen, hele fijne, ook rood met zwart.
Ik streek een pluk donkerblond haar uit mijn gezicht en deed de deur van het kleine kamertje open.
Het meisje stond op.
Im gilde terwijl ik een ijskoude hand in mijn nek voelde.
Er zijn nog geen reacties.