Snow White Queen

Snow White Queen
Hij doet zijn sjaal om, ritst zijn jas zo ver mogelijk dicht en trekt zijn muts goed over zijn hoofd.
Dan doet hij de deur open en stapt de vrieskou te gemoed. Hij rilt.
Toch vervolgt hij zijn weg. De lange weg naar de supermarkt. Hij trotseert sneeuw en een ijzig koude wind om zijn doel te bereiken. Diep weggedoken in zijn lange zwarte jas loopt hij door de verlaten straten.
Eerste links, tweede rechts, weg oversteken, doel bereikt. Automatisch loopt hij de route naar de buurtsuper.
Als hij de hoofdweg die door Loitsche loopt bereikt heeft, wacht hij op de auto’s die hem niet laten oversteken. Zodra het weer kan steekt de jongen de autovrije weg over en loopt de supermarkt in.
‘Check, check, check.’ In zijn hoofd vinkt hij het hele lijstje dat zijn moeder hem gegeven heeft af en zodra alles gecheckt is en in het mandje zit loopt hij naar de kassa en rekent af. Snel stopt hij alles in een plastic tas, sjort zijn sjaal nog een keer goed aan en loopt de kou weer in.
Zo snel hij kan loopt hij naar huis. Hij geeft de boodschappentas aan zijn moeder, die hem vraagt of hij de hond nog kan uitlaten.
‘Maar mam… kan Tom dat niet doen?’ zucht de jongen. ‘Nee, Tom is bezig.’ Vertelt zijn moeder hem, terwijl ze de boodschappen opruimt. Hij slaakt een diepe zucht en roept Scotty bij zich.
Samen met zijn trouwe viervoeter, die vrolijk kwispelend voor hem uitloopt, waant hij zich weer in de kou.
Met zijn handen diep weg gestoken in zijn zakken loopt hij het park in. Het gebied lijkt rechtstreeks uit een natuurtijdschrift te komen. De voetpaden zijn sneeuwvrij gemaakt, waardoor de witte deken die over de aarde ligt nog witter lijkt. Scotty rent vrolijk voor zijn baasje uit, hopend op een reactie van hem om te spelen. Maar die blijft achterwege. De hond snuffelt verder door de sneeuw, terwijl de jongen zijn muts goed doet.
Ze lopen verder door het park. Als ze aankomen bij een grote open vlakte gaat de jongen op een van de bankjes zitten. Zijn hond Scotty wordt warm opgevangen door de spelende kinderen, die hem mee nemen in hun sneeuwgevecht. Glimlachend kijkt de zwartharige jongen toe.
Overal spelen de kinderen met sneeuw, glijden ze op hun slee van de heuvel af, of proberen ze zonder te vallen naar de overkant van de sloot te schaatsen.
Tussen al die spelende kinderen ziet hij een meisje lopen. Haar lange zwarte haren worden meegedragen door de koude wind. Op haar zwarte Allstars loopt ze over het wandelpad, de spelende kinderen ontwijkend.
Haar witte skinny-jeans steekt af tegen haar halflange zwarte jas en schoenen, maar valt een beetje weg in de sneeuw. Ze heeft ongeveer dezelfde leeftijd als hij, iets jonger. Ja, hij kent haar, maar al te goed.
‘Nee, het valt niet goed te praten! Je bent gewoon een vieze, egoïstische klootzak!’ boos staat ze tegen over me.
‘Maar…’ Ze draait zich om en loopt de gang in, waar ze haar jas van de kapstok trekt en het ding aantrekt.
‘Nee, nee en nog eens nee! Ben ik niet duidelijk genoeg,’ schreeuwt ze me toe. ‘Ik wil je niet meer zien. Nooit meer…’ Ze draait zich weer om, om de voordeur te openen. Vlug pak ik haar arm vast en trek haar terug. ‘Alsjeblieft, luister…’ begin ik. Ze trekt zich los en haar hand haalt uit. Een rode handafdruk verschijnt op mijn wang. Verbaast staar ik haar aan. Zelf lijkt ze ook even geschrokken te zijn van haar daad. Maar geef haar ongelijk. Welk vriendje gaat nou op de dag dat ze een half jaar samen zijn vreemd. Hij. Niet zij. Niet zijn moeder. Niet zijn vader. Niet zijn broer. Hij. Enkel en alleen hij.
Nog voordat hij helemaal terug is uit zijn gedachten is zij al vertrokken. Zonder enige vorm van afscheid. Gewoon vertrokken.
Drie jaar. Drie hele jaren heeft hij haar niet gezien. En nu loopt ze daar op nog geen honderd meter van hem vandaan. Een warm gevoel vult zijn maag. Hij springt op en loopt naar haar toe.
‘Amy!’ het meisje kijkt op. ‘Oh, hey,’ brengt ze uit. Rustig loopt ze verder. De jongen roept zijn hond en loopt met haar mee. ‘Lang niet gezien, alles goed?’ begint hij om de stilte te doorbreken.
‘Ja. Tijd weg geweest.’ Antwoordt het meisje kortaf. ‘Oh,’ brengt de jongen uit. Plotseling staat ze stil en kijkt hem aan. Haar ijsblauwe ogen kijken hem recht in zijn donkerbruine kijkers aan. Haar bleke gezicht vertoont geen glimlach, geen gevoel van vriendschap, om over liefde maar niet te spreken.
‘Ik weet niet wat je wilt en waarom je überhaupt nog iets probeert, maar ik ben destijds wel duidelijk genoeg geweest. Of niet soms?’ vertelt ze hem, met een ijskoude toon in haar stem.
De jongen zucht en buigt zijn hoofd. Hij staart naar zijn schoenen. Hij kijkt even kort naar Scotty, die weer geknuffeld wordt door twee spelende kinderen en zucht. Hij voelt hoe zij hem nog steeds aankijkt. Nou? Leest hij uit haar ogen af. ‘Ja,’ mompelt hij. ‘Dacht ik al. Dag Bill,’ zegt ze kortaf.
Ze draait zich weg van hem. Hij staart haar na, verdwaasd door haar reactie, totdat ze verdwenen is in het sneeuwlandschap.
I can't escape the twisted way you think of me
I feel you in my dreams and I don't sleep
You belong to me
My snow white queen
Reageer (1)
Ik heb medelijden met Bill. ):
1 decennium geleden