Professor Perkamentus
Ik probeerde me een weg te banen tussen alle leerlingen. 'Bruisballen,' fluisterde ik voor me uit. Ik kwam uiteindelijk de drukke gangen uit,en liep de verlaten gang in naar het enorme standbeeld. 'Bruisballen.' Het beeld schoof opzij en een trap verscheen. Ik rende naar boven en viel binnen. 'Hallo?' zegt Perkamentus overdonderd. 'Ik... Ik,' stotterde ik. 'Rustig maar, kom zitten. Volgens mij ben je nieuw hier?' vraagt hij aan me, met zijn vriendelijke blik. Dat stelde me gerust. 'Ik... Eh... Misschien zult u me niet geloven maar -' begon ik. 'Vertel maar, ik luister,' zegt hij glimlachend. Ik slikte eventjes. 'Ik ben niet van hier. Eh... Ik ben van de toekomst, ik was bezig met een duel met een paar Griffoendors, en één van die meiden had een tijdreizer. Ik raakte hem met een spreuk. Hij raakte los van haar hals, ik pakte hem op. Toen we wegrenden probeerde ik hem uit in de leerlingenkamer van Zwadderich. Hij was eigenlijk kapot door m'n spreuk al, het was niet zo'n sterke, maar toen ik hier kwam. Was hij helemaal stuk, dus... Ik kan niet meer terug...' legde ik rood uit. Perkamentus leek even na te denken. Maar hij glimlachte wel warm naar me. 'Hoe ongelovig uw verhaal ook is. Ik geloof je, wat was uw naam?' vraagt hij aan me. Ik was echt enorm opgelucht. Anders zat ik helemaal vast in deze tijd hier. Ik zuchtte opgelucht. 'Ik ben Yasmine Caven,' stelde ik mezelf voor. 'Ah, Yasmine. Weetje, zullen we afspreken. Dat jij hier tijdelijk lessen gaat volgen, en dat ik en Professor Anderling een oplossing zullen vinden?' stelde hij voor. Ik knikte blij. 'In je vijfde jaar toch? Nou, ik denk dat de meiden je wel verder zullen helpen. Dawn Goedleers, Paris Park en Sarah Bullemans. En anders denk ik dat Remus Lupos je ook wel wil helpen. Succes. Rust vandaag maar lekker uit. Morgen krijg je je rooster en begin je aan de lessen. Ik zal het wel tegen de leraren zeggen tijdens het koffie-uurtje. Rust maar uit. Ik zal het wel laten weten wanneer we iets hebben gevonden,' zegt Perkamentus. Ik glimlachte warm naar hem en liep het lokaal uit. Ik zuchtte. Ik was helemáál niet goed in vrienden maken. Laat staan nu. Gelukkig, kon ik altijd terecht bij Lupos. Gadver nee, ik zette die gedachte meteen uit m'n hoofd. Hoewel ik wel nieuwgierig was naar Sneep. Hij zat ook bij Zwadderich. Ik zou hem vanmiddag wel ondervragen. Maar nu was ik van plan, om een rustig plekje op te zoeken.
Reageer (4)
Heel erg leuk hoofdstuk!
1 decennium geledenMisschien wel 1 tip, je gebruikt de verleden en tegenwoordige tijd door elkaar op bepaalde momenten wat een beetje voor verwarring zorgt. Voor de rest, perfect geschreven.
haha ik wil snel verder!! snape ondervragen
1 decennium geledenhaha snape haha ok verder
1 decennium geleden
1 decennium geleden