1.
Het water komt met bakken uit de hemel vallen, en het lijkt alsof er geen einde meer aan komt. Een klein meisje met een grote koffer loopt in haar eentje over het station en leunt tegen een muur. Twee tellen later is ze verdwenen, met koffer en al. Verdwenen, dan kan toch zomaar niet? In deze wereld wel! Haar naam is Sophie, maar voluit heet ze Sophia Jennifer Elisabeth jackson. Een klein meisje met magische krachten, die opgroeit in een dreuzelwijk. Dit is haar verhaal!
Van binnen knaagt er iets van me, als ik de glimlach op de gezichten om me heen zie. De andere leerlingen die afscheid nemen van hun ouders, terwijl ik hier alleen sta in de stromende regen. Iemand loopt me omver, en zonder iets te zeggen loopt die door. het lijkt alsof ik niet besta, en zo heb ik me altijd al gevoeld. De boks waar ik mijn enige gezelschap in heb zitten, mijn zwarte kat Levy, hou ik tegen me aangedrukt, terwijl ik met mijn andere hand mijn hutkoffer de trein in probeer te trekken. 'hulp nodig?' een lange slungelige jongen met rood haar glimlacht aardig en tilt mijn hutkoffer de trein in. 'Oow uhmm.. dank je.' zeg ik met een kleine verlegen glimlach. De jongen loopt door, en nog voordat ik goed en wel van de schrik bekomen ben stapt er een jongen met precies hetzelfde uiterlijk naar binnen. 'Uhmm.. jij liep toch net die kant op?' vroeg ik met grote ogen. De jongen schoot in de lach, pakte spontaan met een hand mijn hutkoffer en trok hem achter zich aan. Verbaasd en nog zonder namen te weten liep ik maar achter hem aan, en volgde hem een coupe in. alles beter dan alleen te zitten. In de coupe kneep ik met mijn ogen, toen de identieke tweeling naast elkaar ging zitten. Toen ze ook nog gelijk begonnen te praten moest ik er echt bij gaan zitten.
'Wij zijn fred en george.' zeiden ze terwijl ze de persoon in questie aanwezen. 'Sorry voor het late schrikken. zei fred (volgens mij) en ik glimlachte. 'Lekkere aankomst.' zei ik en ik haalde een hand door mijn lange blonde haar. 'Ik ben Sophia en ben nieuw hier.' Met grote ogen zaten de jongens mij aan te kijken. 'Ben jij pas 11?' vroegen ze allebei tegelijk. Toen ik knikte gingen ze met een hand door hun haar, en keken ze elkaar aan. ‘Wat is daar zo apart aan?’ De jongens schudden ze allebei tegelijk hun hoofd wat er grappig uit zag. ‘Je lijkt veel ouder.’ Zei een van de jongens. Nadat we gekletst hadden over wie hun waren, waar ze woonden en nogal oppervlakkig over wie ik was, was het tijd om ons te gaan omkleden. ‘Ik ben al weg.’ Zei ik lachend, en je zag Fred een pruillipje trekken. ‘Grappenmaker.’ Zei ik lachend toen ik de deur van de coupe achter me sloot en op zoek ging naar een plek om mijn goede kleding aan te doen.
Als ik me goed en wel heb omgekleed, en nog even bij fred en george heb gezeten voel ik dat de trein vaart mindert en we aankomen op een nieuw station. ‘Welkom op zweinsveld, eerste jaars mogen op zoek naar een grote reus. Veel plezier en we hopen dat u een goede reis heeft gehad.’ Zegt George terwijl hij doet alsof hij een omroeper is. lachend loop ik de coupe uit, terwijl ik mijn koffer achter me aan trek. ‘EERSTE JAARS HIERHEEN!’ hoor ik een stem roepen, ik wissel nog een glimlach en een knipoog met de tweeling en loop dan naar de grote man toe. ‘Eerste jaars?’ ik knik. ‘Welkom op zweinstein, mijn naam is Hagrid.’ Een glimlach sierde mijn mond en ik vertelde mijn naam. ‘We gaan zo als iedereen er is met bootjes over het meer heen. Vanaf daar heb je het mooiste uitzicht op jullie nieuwe school.’ Mijn nieuwe school, mijn nieuwe leven.
Er zijn nog geen reacties.