Is Harry dood?
Daar stond ik dan, met Ron en Angelique naast me. Iedereen om Fred heen huilde maar het lukte mij niet. Ik dacht aan alles wat we hadden meegemaakt. Van drijvers tot mestbommen en van WC brillen tot de fopshop. En nu zou ik alles alleen moeten doen, ik zal nooit meer een knuppel of mestbom aanraken, dacht ik bij mijzelf, niet nu Fred er niet meer is om mij te helpen! En de fopshop zal ik sluiten en alles wat me aan Fred zou doen denken verbrand ik.
Plotseling voelde ik iets op mijn rechterschouder. Daar lag Angelique ze huilde met zo dikke tranen dat ik ook verdrietig werd. Ik sloeg mijn arm om haar heen en snoot mijn neus. Angelique kon ik niet verbranden, wij konden elkaar troosten, want zij wist precies wat ik voelde. Nou ja niet helemaal natuurlijk zei kende maar 7 jaar ik al mijn leven lang, of Freds leven lang. Maar toch voelde ik dat ze mij begreep.
Plots ging de deur open daar stond hij, de man die verantwoordelijk was voor de dood van Fred.
“Voldemort”, fluisterde ik en voelde hoe Angelique verstarde,
“ik ben niet bang meer voor die naam, het enige is dat ik…” Plotseling hield ik op met praten. Achter de man zonder de neus en het bleke gezicht stond Hagrid hij had iets in zijn handen. Een mens.
“Harry!”
Ginny schreeuwde het tegelijk met Ron en Hermelien en ze rende naar hem toe maar pap en professor Anderling hielden ze tegen. Ginny en Hermelien hadden tranen in hun ogen en Ron staarde met open mond. Toen sprak de man, de man die alleen maar slecht in zich had en verantwoordelijk was voor de dood van meer dan vijftig mensen hier op Zweinstein. En misschien van nog wel meer dan honderd buiten de school.
Hij sprak en zei;
“STILTE! Het is voorbij! Leg hem aan mijn voeten, Hagrid! Daar hoort hij thuis!” Ik was over veel dingen onzeker, maar ik wist zeker dat hij daar absoluut niet hoorde. Voldemort ging verder,
“Zien jullie wel? Harry Potter is dood! Begrijpen jullie het nu, misleide dwazen?” Ook dat wist ik zeker, hij was de grootste dwaas. Ron schreeuwde wat maar ik kon het niet verstaan, ik zag wat mensen schreeuwen en wat dooddoeners schrikken. Er rende iemand naar voren, Marcel. Hij werd ontwapend door Voldemort.
“Wie is dit?”
“Marcel Lubbermans, Heer!” Dat was Bellatrix,
“De zoon van de schouwers, weet u nog wel?”
“Je bent van zuiverbloed, nietwaar?” Ik zag Marcel’s gezicht, strak en vastberaden om door te vechten.
“En wat dan nog?” Ik hoorde Voldemort praten over edel geslacht, dooddoeners en aansluiten en wist wat hij echt zei. En was trots op wat Marcel schreeuwde,
“Ik sluit me nooit bij u aan, NOOIT! Strijders van Perkamentus!” En veel mensen juichten en ik juichte mee.
Er vloog iets door het raam, een raar grijsbruin voorwerp, toen het in Voldemorts hand landde zag ik wat het was. De sorteerhoed. “Hij praatte over Zalazar Zwadderich en dat dat voortaan de enige afdeling zou zijn. Hij wees met zijn toverstok naar de net verstijfde Marcel en liet de hoed op hem neerdalen zodat ik zijn ogen niet meer zag en hield mijn adem in, Angelique, die nog steeds naast me stond, kneep in mijn hand.
“Niet bang zijn!” Fluisterde ik terwijl ik terug kneep. Ik keek haar aan. Haar donkere ogen staarde vooruit. Plots kneep ze heel hard in mijn hand.
“Au! Angelique waarom doe je dat?” Ze wees naar voren, ik zag het ook. De sorteerhoed op Marcel’s hoofd stond in brand. Terwijl iedereen gilde en schreeuwde klonk er, “HAGGER!”
Reageer (7)
na hoeveel reacties?
1 decennium geledenhet volgende stukje komt na een paar reacties!
1 decennium geleden