Een klein meisje, van elf jaar oud, sprong blij door het huis. Als ze één seconde stil bleef staan - wat ze uiteraard niet deed - zag je dat ze een brief in haar hand geklemd had. 'Rustig nou!', klonk een strenge mannenstem. Er verscheen een man, met lang blond haar, en een vrouw, wiens haar twee kleuren had. 'Gwendolyn. We wisten al dat je aangenomen zou worden.', siste de man. De vrouw legde een hand op zijn schouder. 'Lucius..', fluisterde ze in zijn oor. Lucius draaide zich snel naar haar toe. 'Luister. Ik weet dat haar moeder in Azkaban zit, maar ik heb haar niet in huis genomen om hier de rust te verstoren!' Gwendolyn lette niet op Lucius, maar danste vrolijk verder. Er kwam een stem uit een andere kamer. Het was een nogal bekakte jongensstem. 'Ma? Pa? Ik ben ook aangenomen.' Lucius en zijn vrouw wisten allang dat dat zo was - er waren tenslotte twee brieven gekomen. 'Wanneer gaan we naar Diagon Alley?', vroeg Gwendolyn, nog steeds in het rond dansend. 'We kunnen nu gaan.', stelde de vrouw voor. 'Het is tenslotte prachtig weer.' Gwendolynn knikte heftig, waardoor haar donkerbruine krullen op en neer wipten. De jongen van wie de bekakte stem afkomstig was geweest kwam de kamer binnen. 'Ik ga mee.', zei hij. Lucius keek naar zijn zoon. 'Dat is goed, Draco. Maar je krijgt geen bezem!' De jongen pakte mokkend zijn mantel van de kapstok en liep achter zijn ouders aan de deur uit. Gwendolynn huppelde achter het groepje aan. Ze wist waar haar moeder zat. Ze wist wie haar moeder was. En daar was ze trots op.

Met grote, arrogante passen, liep Gwendolyn door de trein. Het zou een flinke tocht worden, en Gwendolyn voelde zich nu al niet zo goed. Ze dumpte haar koffers in een helaas niet lege coupé - er zaten twee meisjes in - en plofte op het comfortabele bankje. Ze nam niet de moeite om de rest te groeten, waarom zou ze ook, ze keken haar ook niet al te vriendelijk aan. Ze herkende een van de meisjes, het was Evelynne. De andere kende ze nog niet, maar had ze al wel eerder gezien met Pansy Parker. Verina, Veruna, Verona... Volgens Gwendolyn had ze een naam die daar op leek. Ze keek naar "Verona", die volgens haar de dochter van Yaxley was, en hij was ook een death eater, wist Gwendolyn. Gwendolyn glimlachte lichtjes. Ze was opgegroeid bij de Malfoys thuis. Ze was nooit erg geliefd geweest door Lucius. Niet dat ze dat verwachtte, maar het was wel erg fijn geweest als hij tenminste de moeite nam om haar te eten te geven als Narcissa niet thuis was. Maar Gwendolyn had geen zin om daar aan terug te denken, ze zou naar school gaan. Ze haalde haar hand door haar dikke, samen geklitte krullen. Haar hand kwam halverwege vast te zitten in een knoop. Gwendolyn trok haar hand er met een pijnlijk gezicht uit. Ze hoorde Verona zacht grinniken. 'Had je wat?', siste Gwendolyn kwaad. Ze kon er absoluut niet tegen als iemand zich met haar bemoeide. Het meisje keek haar wrokkig aan. 'Doe normaal. Je ziet er niet uit, natuurlijk lach ik.', zei ze. Gwendolyn staarde kwaad uit het raam, terwijl ze Verona probeerde te negeren. Die zou ooit wel eens op haar nummer gezet worden. Buiten begon het al te schemeren, en Gwendolyn begon flinke honger te krijgen. Evelynne was gaan praten met Verona.

Reageer (1)

  • marlot

    Leuk! ik hoop dat je snel verder gaat schrijven!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen