Chapter three
Ik hoefde van Laurence de rest van deze week, wat toch nog maar twee dagen waren, niet naar school, en dat vond ik heerlijk. Ik kon even twee dagen bijkomen en genieten van alle rust. Lily was naar school, en Laurence moest werken, dus ik had het huis voor mij alleen. Ik wilde de omgeving gaan verkennen, dus besloot ik er even op uit te gaan.
Ik trok de voordeur open en wilde naar buiten lopen, totdat ik David zag. Verdorie, had ik niet op gerekend. Ik dacht dat hij wel naar school zou moeten. “Hoef jij niet naar school?” lachte ik. Hij schudde zijn hoofd. “Op donderdag heb ik altijd maar twee uurtjes les, maar mijn leraar is ziek, dus vielen die uren uit.” Hij grijnsde. “Dus dacht ik dat ik mijn nieuwe buurvrouw wel een handje kon helpen.” Ik bloosde en deed een stap opzij. “Oké dan.” Ik grijnsde.
Dit keer ging het een stuk sneller, en aangezien ik ook nog een beetje meehielp, waren we binnen twee uur klaar. “Waar wilde jij trouwens net heen gaan, ik heb toch geen roet in je eten gegooid?” ik glimlachte. “Ik wilde even de omgeving gaan bekijken.” Hij grijnsde. “Ik wil je ook best even rondleiden? Altijd beter als je een gids bij je hebt.” Hij lachte zijn stralende glimlacht bloot en zijn groene ogen fonkelden van plezier. Ik grinnikte. “Oké dan meneer de gids, leid me maar rond.”
David en ik liepen wat rond in het dorp, en hij liet me alle mooie plekjes zien. “Er is nog één speciaal plekje dat je nog niet gezien hebt, maar je komt er niet zo makkelijk.” Hij glimlachte scheef. “Laat maar zien!” lachte ik, en zijn ogen begonnen weer te fonkelen.
We liepen via diverse bospaadjes naar een steeds smaller wordend pad. Ik vroeg me af waar we hier in godsnaam naar toe gingen. In de verte hoorde ik water stormen, en hard. Als ik wolf was geweest, had ik precies kunnen horen wat het was, maar nu gokte ik dat het een woeste rivier of zo iets was. Vast fout.
David bleef even staan en draaide zich lachend om. “Klaar?” ik knikte en hij stapte weg. Mijn mond viel open van verbazing. Het was een prachtige waterval, een kleine weliswaar, maar het was echt prachtig. Het water was helder, en het stroomde weg in een smalle rivier. “Wauw.” Was alles wat ik kon uitbrengen.
Ik keek naar David, die naast de waterval stond, en zag nu pas hoe perfect hij eigenlijk was. Ik bloosde en hij liep weer naar me toe. “Kom dan.” Hij grinnikte. “Of ben je bang voor water?” ik lachte. “Nee, maar ik ben wel bang dat jij me erin gooit.” Hij pruilde zijn onderlip. “Zo iets zou ik nooit doen!” hij grijnsde en ik liep achter hem aan. Hij wierp een blik op zijn horloge. “We zouden een duik kunnen nemen? Om de een of andere reden is dit water lekker warm.” Ik twijfelde even, maar hij trok zijn shirt al uit.
Weer stond ik paf van verbazing, dat líchaam! Hij lachte en gooide zijn shirt op de grond, met zijn portemonnee, sleutels en horloge erbij. “Kom dan! Als je nog langer blijft staan word het water koud.” Hij grijnsde, schopte zijn schoenen uit en sprong het water in. Nu kon ik moeilijk nog terug, dat zou niet erg aardig zijn. Ik zuchtte en trok mijn t-shirt uit, ik had toch nog een tanktop eronder. Ik gooide het naast zijn spullen en schopte ook mijn schoenen uit.
Ik keek naar David, die nog steeds op me wachtte in het water en besloot hem maar meteen nat te spetteren. Ik sprong met een bommetje in het water en spetterde hem nat. Hij grijnsde, terwijl zijn zwarte haar aan zijn gezicht plakte. Waarom was hij toch zo charmant?
Ik dook onder water om mijn rode hoofd te verbloemen, en voelde hoe twee stevige hangen me omlaag duwden. Mijn adem ontsnapte, en paniekerig sloeg ik in het rond. Meteen daarna verdwenen de handen en sloten ze zich om mijn arm om me naar boven te trekken. “Man, wil je me dood hebben?” hoestte ik geschrokken, niet doorhebbend dat ik eigenlijk wel heel kort op hem stond. “Sorry, ik wilde je niet laten schrikken.. Het spijt me echt, Varyn..” ik kuchte. “Geeft niet, maar ik schrok me echt dood.”
Hij glimlachte en het viel me nu pas op hoe kort hij op me stond, of beter gezegd, hoe er géén lucht tussen ons in was. Ik vond het niet vervelend, maar voelde me ook nog helemaal op mijn gemak zo.
Ik keek naar hem op en hij glimlachte naar me. Ik glimlachte terug en zag hoe hij zijn hoofd naar me toe boog. “Misschien moeten we gaan?” zei ik snel. Hij zuchtte. “We kunnen nog wel even blijven?” ik aarzelde. “Maar Laurence komt vast zo thuis, dan is ze misschien ongerust.” Hij zuchtte nog een keer, maar knikte. “Oké dan.”
Drijfnat liepen we naar huis, stilletjes. Op de heenweg hadden we de hele tijd gepraat, nu zeiden we geen van beiden een woord. Ik wist dat ik hem pijn gedaan had. Ik sloeg mijn ogen neer en liep langzaam achter hem aan. De bewoonde wereld kwam weer in zicht en David stopte vlak voor mijn huis. “Het eh.. was gezellig.” Mompelde hij terwijl hij zijn hand door zijn haar haalde. Ik knikte. “Moeten we snel weer doen.” Hij wilde zich omdraaien maar ik hield hem nog even tegen.
“Dankje.” Fluisterde ik in zijn oor, en gaf hem snel een kus op zijn wang, misschien zou dat hem minder boos maken. Want als ik me nu zou omdraaien zou hij boos blijven denk ik. Ik keek voorzichtig omhoog en hij grijnsde breed. “Ga maar gauw.” Ik lachte en liep naar binnen.
Nadat ik een heerlijke douche genomen had snelde ik me weer naar buiten via de achterdeur. Heerlijk dat het bos gewoon in mijn tuin begon. Snel stopte ik mijn kleren tussen de bosjes en veranderde weer. Ik snoof de frisse dennenlucht op en begon te rennen. Wat had ik dit toch even gemist. Ik ving mijn eigen spoor op en merkte dat ik in cirkels rende. Verdorie, nieuw gebied, even vergeten dat ik mijn oude route niet kon rennen hier.
Ik sloeg ergens af en ving weer mijn eigen geur op, maar dit keer mijn mensen geur. Ik besloot die maar achterna te rennen, want ik rook en hoorde de waterval verderop. Mijn passen werden langzamer terwijl ik de waterval zag opdoemen. Uiteindelijk ging ik over in een drafje en bleef zelfs helemaal staan.
Ik staarde naar het water, dat langzaam donkerder werd naarmate de zon onderging. Ik liet me door mijn poten zakken en legde mijn zware kop op de oever. Hoe kon ik zo stom zijn? Ik leek wel een of ander welpje of zo. Zuchtend sloot ik mijn ogen en bleef een hele tijd zo liggen, tot ik voetstappen hoorde achter me. In een halve seconde stond ik recht overeind en rolde er een zware grom uit mijn keel.
Ik stond tegenover een andere wolf, geen normale wolf, die waren stukken kleiner. Hij boog zijn hoofd ten teken van onderdanigheid, maar ik liet mijn dreigende houding niet gaan. De wolf zakte door zijn poten en staarde me aan. Hij deed verder niks. Alleen staren. Dat begon ik toch wel een beetje eng te vinden, dus ik ontspande mijn houding en de grom uit mijn keel stierf weg.
Ik draaide me half van hem weg en ging zitten. Starend naar de waterval. Stilletjes kwam de andere wolf naast me zitten. Zijn vacht was zandkleurig, en zijn ogen waren fel blauw. Mooi is het hier, niet? Is schrok me dood, en staarde verbluft naar de wolf naast me. Die blafte speels. Nieuw voor je zeker. Dit kunnen alle dieren. Nou ja, de dieren van dezelfde soort dan. Ik schudde mijn hoofd. Alle dieren? He, hoe kwam dat nou? Ik praatte niet eens. Hij blafte geamuseerd. Dieren als wij dan, gewone dieren niet. Wat brengt jou hier trouwens? Ik stak mijn snuit in de lucht. Gaat je niks aan. Hij knikte. Oké dan. Ik ben trouwens Liam. Een langzame grom verliet mijn keel.
Liam stond op en liep weg. Zonder een woord te zeggen. Verbaasd stond ik ook op en liep achter hem aan. Ik versnelde mijn pas en strekte mijn poten om hem in te halen. Varyn kefte ik toen ik naast hem rende. Hij stopte abrupt, zijn slidingstop zag er geoefend uit, als een professional. LeGray? Mijn poten slipten onder me uit. Hoe weet je dat? Hij zweeg en ik brulde vlak voor zijn kop. Hij aarzelde nog steeds. Ik liet hem mijn tanden zien. Dat mag ik niet zeggen! Ik gromde en draaide me om. Ik zwiepte mijn staart door zijn gezicht en zette mijn nagels in de leem.
Ik ijsbeerde door het bos, zoekend naar Liams geur. Ik kon het niet hebben dat hij dingen voor me verweeg. Dat kon ik sowieso niet hebben. Ik blafte toen ik zijn geur eindelijk opving aan een boom. Mijn pas versnelde en mijn poten strekten zijn uit om sneller te rennen. Als snel kreeg ik hem in het vizier. Hij was ook zo makkelijk te zien met die kleur.
Ik gromde waarschuwend en haalde hem in. Ik versloomde mijn pas en kwam tot stilstand. Hij ging voor me zitten en ik deed hetzelfde. Hij gromde laag als begroeting en ik kefte. We zaten een tijdje in stilte en ik stond op en liep langzaam tussen de bomen door. Alsof ik verwachtte dat hij me zou volgen. En dat deed hij ook. Ik stopte op een rots en liet me vallen. Met een zucht wachtte ik tot hij bij me was en naast me ging zitten.
Waarom zo achterdochtig over al die ‘geheimen’? hij zuchtte en liet zich ook vallen. Het ligt.. ingewikkeld. En ik mag het niet vertellen. Ik rolde met mijn ogen. Leg het dan uit. Hij gromde. Kan ik niet! Ik besloot een spelletje te spelen met hem. Ik stond op en hij ging automatisch rechtop zitten. Langzaam begon ik rondjes om hem heen te lopen, mijn ogen strak op zijn ogen gericht, en mijn staart liet ik expres steeds langs hem komen.
Ik stopte voor zijn snuit. Echt niet? Ik zette mijn puppy ogen in en raakte de jackpot. Hij sloeg zijn ogen neer en zuchtte diep. Oké dan. Ik kefte triomfantelijk en ging zitten om naar hem te luisteren. Als twee dieren van hetzelfde soort elkaar tegenkomen, kunnen ze elkaars gedachten horen, zoals wij. Maar als die twee dieren dan ook nog famílie zijn, kunnen ze elkaars gedachten áltijd horen. Of diegenen nou in dierengedaante zijn, of tienduizend kilometer van elkaar vandaan. Je zit aan elkaar vast. Heel vervelend. En dan hoor je dus alles wat de ander denkt. Dat is vooral irritant als een zeker persoon tot over zijn óren verliefd is op een ander zeker persoon. Hij zuchtte. Ik snoof. Da’s alles? Moest je daar zo moeilijk over doen? Hij blafte afwezig.
Ik lag languit op mijn bed, denkend. Afwezig staarde ik naar het plafond en zuchtte diep. Er klonk een zacht geklop op de deur. “Binnen.” De deur opende piepend en Lily stak haar hoofd naar binnen. “Alles oké?” vroeg ze bezorgd. Ik ging rechtop zitten en knikte. “Ik moet gewoon zo veel verwerken. Ik ben zo gelukkig hier, maar het is allemaal vreemd. Gewoon het feit dat jullie jarenlang uit mijn leven zijn geweest, en dat ik nu zo natuurlijk opgenomen word in jullie gezin, alsof het zo hoort..” ze glimlachte en sloeg een arm om me heen. “Het hoort ook zo. Jij bent nooit uit onze levens geweest Varyn, wij helaas wel uit het jouwe, maar daar hoef je nu nooit meer bang over te zijn.”
Het was zo overweldigend om mensen te hebben die van je hielden! Ik snikte kort en ze grinnikte. “Daar hoef je toch niet voor te huilen?” ik schudde mijn hoofd. “Nee, maar het is gewoon zo nieuw allemaal. En dan dat gedoe met David dat me helemaal gek maakt..” ze keek verbaasd naar mijn gezicht en ik bloosde. “Hij kwam een poosje geleden ineens langs om me te helpen met mijn kast en zo, en daarna wilde hij me rondleiden, dus ik ging mee. Toen kwamen we bij een prachtige plek, echt magisch of zo.” Ze glimlachte. “De waterval.” Ik knikte. “Hoe wist je dat?” ze lachte. “Dat is de enige prachtige plek hier in de buurt.” Ik grinnikte.
“Maar hij trok dus zijn shirt uit en zei dat we even konden zwemmen. Ik volgde hem, want ik wilde ook niet staan toekijken. Maar toen verzoop hij me dus bijna –voor de grap dan- en bood hij onmiddellijk zijn excuses aan en zo, en toen dacht ik dat hij me wilde kussen, dus zei ik snel dat ik naar huis moest. Maar hij leek zo.. gebroken.. dat ik spontaan medelijden met hem kreeg. Dus toen hij me hier afzette gaf ik hem snel een kus op zijn wang, maar ik ben zo bang dat hij er meer achter gaat zoeken..” ik zuchtte.
“Zou je dat erg vinden? Dat hij er meer achter zoekt?” ik zuchtte. “Dat weet ik dus niet. Van de ene kant niet, maar van de andere kant weer wel. Het is zo snel gegaan.. en dan is er nog Liam..” Lily keek geschokt op. “Davids broer? Wat is er met hem?” mijn adem stokte. “Zijn bróér?” nu keken we allebei verbaasd. “Waar ken jij hem van?” vroeg ze argwanend. “Ik eh, kwam hem in het bos tegen?” ze keek nog steeds niet helemaal vertrouwd. “Als wolf..” verzuchtte ik, en haar blik werd weer normaal.
Er zijn nog geen reacties.