Let me know what you think

Zuchtend sta ik bij het spoor. Ik wacht op een trein zodat ik ervoor kan springen, en het mijn leven kan nemen zoals ik verdien. Het lijkt of er vandaag geen treinen reiden. Nogmaals zucht ik en ga tegen een steen aan zitten. Ik sloot mijn ogen en dacht aan de afgelopen paar dagen.

Grijzend keken ik en Luke elkaar aan. We zijn ontsnapt aan de aanval van De Bruin. We hebben, hoe kinderachtig het ook is, een scheet kussen op zijn stoel gelegt en hij wist gelijk dat wij het waren, omdat we wel vaker dat soort streken uithalen. ‘Cheryl en Luke!’ brulde hij door de klas. Luke pakte mijn hand vast en sleepte me de klas uit. Lachend rende we door de gangen, en uiteindelijk hebben we ons verstopt in het congergië hok. Mijn hart bonkte als een gek. Door het rennen, maar ook door het feit dat ik zo dicht bij Luke stond. Hij wist het niet, maar ik was stapel verliefd op mijn beste vriend. Typisch natuurlijk, om op mijn beste vriend verliefd te worden, maar ik kon er helemaal niets aan doen. Ik heb mezelf altijd voor gehouden dat ik het niet moest vertellen, omdat het onze vriendschap zou verwoesten, maar de laatste tijd gaf hij steeds meer hinds dat hij mij ook leuk vond.
Had ik toen maar geweten dat ik het compleet mis had. Ik hoorde de stem van Bruno Mars vanuit mijn broekzak galmen en snel pakte ik mijn mobieltje. Mijn moeder. Snel drukte ik op het rode hoorntje. Ze mocht beslist niet weten wat ik van plan was. Als ze dat zou weten zou ze hier naartoe komen en dan zou mijn hele plan mislukt zijn. Zodra er een trein aankwam en ik er voorsprong, kon ik mijn excuuses aanbieden aan hem.


Ik besloot dat het nu het moment was, om hem te vertellen wat ik voelde. ‘Luke?’ vroeg ik. ‘Ja?’ kreeg ik als antwoord. ‘Ik vind je leuk.’ Komt er moeilijk uit en mijn hoofd werd knalrood. Twijfelend keek ik naar het gezicht van Luke. Ik kon zijn uitdrukking niet lezen. Het enige wat hij deed was recht in mijn ogen kijken. ‘Ik jou ook.’ Zei hij uiteindelijk. Een grote glimlach speelde op mijn gezicht. Twijfelend boog Luke naar voren en kuste me zacht. Vuurwerk ontplofte in mijn buik. Dit voelde hemels! Ik sloeg mijn armen om hem heen en likte lang zijn lippen. Zacht opende hij zijn mond en speelden onze tongen een heerlijk spel. Nadat we ons terug trekken glimlachte hij kleintjes naar me. Ik was de gelukkigste op aarde.

Als ik toen maar goed in zijn ogen gekeken had. Ik hoor geritsel naast me en ik zie een zwerfkatje naar voer zoeken. Ik voel in mijn zakken en vind een broodje dat mijn moeder begin van deze dag gegeven heeft. Het beleg is boterhammenwost en dat geef ik aan het katje. Dankbaar eet het het op en komt daarna naar mij toegelopen en geeft me allemaal koppies. Ik aai het beest en knuffel het heel hard. Het boeit me niet als ik straks onder de vlooien zit, ik ben er straks toch niet meer.

De volgende dag kwam ik helemaal happy op school. Luke vond mij ook leuk! We waren gister uiteindelijk gepakt en vandaag een dag geschorst. Ik drome al helemaal weg. Een hele dag met Luke alleen! We zaten samen in een leeg klas lokaal te werken, nouja we deden alsof. Er was niemand bij ons en we konden doen wat we wouden. ‘En..? lukt het met je wiskunde, of moet ik het maken alweer?’ plaagde hij me. ‘Nou eigenlijk…’ begon ik maar kon mijn zin niet afmaken omdat Luke me onderbreekte. ‘Dat durf je niet!’ riep hij en liep op me af om me te kietelen waar ik totaal ik niet tegen kan. ‘Stoooooop!’ gilde ik. ‘Wat krijg ik als ik stop?’ vroeg hij terwijl hij met zijn vingers in mijn zij prikte. ‘Een kus?’ probeerde ik. Hij zuchte overdreven luid en grijnsde toen. ‘Vooruit dan maar.’ Zei hij voordat onze lippen elkaar aanraakte. Toen ik met mijn tong langs zijn lip ging trok hij zich terug. ‘Sorry Cher, maar ik kan dit niet.’ Ik keek hem verward aan. ‘Hoe bedoel je?’ hij zette een paar stappen naar achteren. ‘Ik wil dat je gelukkig bent, maar ik kan dit niet.’ Zei hij en daarna rende hij weg. ‘Luke!’ riep ik en rende hem achterna. Hij luisterde niet en rende de school uit, richting de weg. Er kwam een auto aan die hem niet zag. ‘Luke!!’ riep ik nog maar het was te laat, de auto had hem geraakt.
Hij was opslag dood, zeiden de doktoren in het ziekenhuis. Ik kwam in een depressie terecht en langzaam wist ik dat Luke mij nooit heeft gezien als zijn geliefde. Hij zag me elkel als zijn beste vriendin, als zijn zus. Ik was verdronken in mijn eigen geluk dat ik het nooit in zijn ogen zag.
Ik zie een trein aan komen en weet dat het nu of nooit is. Ik geef het katje nog en kusje op zijn hoofd en die mijn jas uit waar de afscheidsbrief is voor degene die hem vind. Ik stap naar voren en zie de trein steeds dichter bij komen. Ik kijk nog 1 keer achterom en zie dat het katje op mijn jas is gaan liggen en het heeft zijn ogen nu gesloten. De trein is nu zo dichtbij dat het niet meer kan stoppen. Ik neem nog 1 keer diep adem en stap op de rails. Ik zie de trein steeds dichterbij komen totdat alles zwart is.

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen