Foto bij ~Proloog~

Met vlugge passen schuifelt Soeki door het bos. De drassige modder kleeft aan haar blote benen, die in gympen gestoken zijn onder haar witte zomerkleedje. Haar bleke huid glinstert in de regen en de volle maan die hoog aan de hemel staat, werpt een spookachtige gloed op haar van de pijn vertrokken gezicht. Ze bibbert even, en drukt dan haar bleke handen nog steviger rond haar magere, blote armen. Ze wrijft ze heen en weer, in de zinloze hoop om haar lichaam een beetje warmte toe te dienen, maar na een tijdje heeft Soeki het nog altijd even koud. Haar tanden klapperen en ze schud en beeft. De kou is echt ondraaglijk! Waarom was ze dit vervloekte bos in gelopen? Net voor de storm kwam? Om te bewijzen dat ze geen laffe was, daarom. En kijk nu! Nu zat ze hier, rillend en bevend, hopend dat ze vlug thuis kwam, maar wetend dat dat toch niet kon, omdat ze hopeloos verdwaald was. Dus moest ze hier nu maar een slaapplaats vinden, tussen het natte en gladde mos, de modder die overal lag, de gutsende regen, en de donder en bliksem boven haar hoofd. Onmogelijk. Dat was het. Onmogelijk. Ze ging hier sterven, dat wist ze zeker, sterven van de kou. En ook al wou ze dat nog niet, ze wist dat het ging gebeuren. Ze wist het zeker, al was ze nog maar zestien. Maar haar daarbij neerleggen, het opgeven, dat stond niet in haar woordenboek. Ze ging doorzetten, zo was ze nu eenmaal. Dus, ondanks alles wat ze wist en voelde, strompelde Soeki verder het bos in, niet wetend naar waar ze ging. Gewoon doorzetten.

Soeki slentert nog steeds door het grote woud. Het is nu al twee uur 's ochtends, dat las ze op het rode horloge rond haar pols.Soeki slentert nog steeds door het grote woud. Het is nu al twee uur 's ochtends, dat las ze op het rode horloge rond haar pols. Zuchtend en verkleumd en met stramme spieren ploft ze ergens neer op een omgevallen boom. Ze kàn niet meer, het is teveel. Ze moet slapen, even rusten. Voor even. Maar toch doet Soeki het niet. Ze heeft zo'n gevoel dat als ze zou gaan slapen, ze niet meer wakker zou komen. Nooit meer. Daarom zet ze nog enkele passen verder, tot ze merkt dat ze bij een klein helder riviertje aankomt. En dan denkt ze aan wat ze ooit met een vriendin deed tijdens een logeerpartijtje: omdat ze moe werden hadden ze hun hoofd in een koude emmer water gestoken. Daarna waren ze weer klaarwakker! Wat als ze nu... hetzelfde deed? Zou het helpen? Soeki besloot het er maar op te wagen, maar stak toch eerst even alleen haar vingertoppen erin. Meteen trok ze haar hand terug. Het water was zo koud, nog kouder dan dat water toen. Zou ze dit echt wel doen?
Ze besloot van niet. Dus stond ze recht en wilde zich omdraaien, maar haar voet stond op een glibberig stuk mos... met een luide gil stortte Soeki het water in, waar haar longen zich vulden met al het ijskoude spul, en haar ogen paniekerig open schoten. Tot ze een zware klap tegen haar hoofd voelde en alles zwart werd...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen