53
‘Succes’ Fluisterde Goderick nog.
De vier kinderen hoorden hem allang niet meer, ze waren opgeslokt door de duisternis.
Die duisternis was helemaal niet zo duister, al kwam dat doordat Tom snel een ‘Lumos’ mompelde toen ze wegliepen van de open plek.
Geruisloos en bijna onzichtbaar vervolgden ze hun weg, over bruggetjes, langs grotten, over heuvels. Soms struikelde iemand en sleurde dan de hele groep mee. Dat was niet erg, maar toen het Lucy overkwam terwijl ze de rivier overstaken was het niet erg handig.
‘Ik ben drijfnat’ Mopperde Septimus.
‘Ik spreek wel een -‘.
Lucy werd onderbroken door Tom, die juist vond dat ze beter nat bij Merlijn aan konden komen, dan kreeg hij misschien wel medelijden.
‘Vast, en dan geeft hij ons allemaal een hovercraft’ Mompelde Septimus nogal sarcastisch.
‘Ik hoopte eerder op het boek’ Zei Tom duister, daarna zei niemand meer een woord terwijl ze door het bos slopen.
‘Is het nog ver’? Vroeg Holly uiteindelijk.
‘Nee’ Zei Lucy.
‘Hoe weet jij dat nou? Ik heb de kaart’ Merkte Tom op.
Lucy grinnikte en wees met haar vinger in de verte. Daar stond een huisje, en niet zomaar een huisje.
‘Merlijns baard’.
‘Eerder Merlijns huis’ Giechelde Holly.
Lucy drukte vlug haar hand tegen haar mond om een stompzinnige giechelbui te smoren.
Septimus rolde met zijn ogen ‘Flauw’.
Tom grinnikte ‘Ik vond ‘m wel leuk’.
‘Maar jij bent een apart geval’.
‘Stil’ Zei Lucy gauw, het laatste waar ze op zaten te wachten waren luistervinken. Vooral als die de naam Zalazar Zwadderich droegen.
De deur was oud en verrot, Tom klopte erop en Lucy dacht even dat de deur zo naar binnen toe zou vallen. Ze haalde diep adem en toen werd de deur opengedaan.
‘Wat moeten jullie’?
‘Zalazar Zwadderich stuurde ons, U zocht hulpjes’.
De man had geen idee wat ze bedoelde.
‘Zo te zien kunt U wel wat hulp gebruiken’.
Septimus liet zijn zwadderaar-kant zien en keek minachtend naar het huis.
De man keek hem even scherp aan en opende toen de deur.
‘Kom binnen’.
Het stonk er naar toverdrankjes en nog iets anders dat ze niet kon plaatsen.
Vergif?
‘Jullie zijn nat’.
Goh, wat slim opgémerkt.
‘Ja, het water stond hoog’ Antwoorde Holly en ze glimlachte lief.
Daarna kwam het geslijm, het was verschrikkelijk lastig om hem te overtuigen, maar uiteindelijk was hij ervan overtuigd dat ze echt door Zwadderich gestuurd waren.
Hij liep naar de keuken om thee in te schenken, Lucy seinde naar de anderen dat ze dat niet moesten drinken. Haar ogen schoten over de boekenplanken, elke titel werd gelezen en afgekeurd.
‘Daar’ Fluisterde Tom, iedereen volgde zijn blik. Hij keek naar een boek dat een ijzeren kaft had en waarschijnlijk beschermd werd door zo’n duizend vervloekingen.
‘Great’ Mompelde Septimus en hij ging staan. Het ging goed, ze hoefden alleen maar het boek te pakken en dan er vlug vandoor gaan. Maar natuurlijk moest alles wel fout gaan, het zat hen altijd tegen dus vandaag was geen uitzondering. Er werd op de deur gebonsd.
Zo abrupt dat Septimus bijna omviel van verbazing.
‘Merlijn, doe open’! Schreeuwde een wel heel bekende stem. ‘Ik moet je waarschuwen voor een stelletje kinderen’.
Heilige Harry Potter.
Reageer (2)
Aww hij mag niet aflopen
1 decennium geledenlol heilige Harry Potter
Coelllm<333333333
O God! Waarom juist nu? Het ging net zo goed met ze!

1 decennium geledenWeet je wat ik van dit hoofdstukje vindt? Geniaal! Je schrijft gewoon met heel veel humor, voor al deze zin vond ik grappig :‘Merlijns baard’.
‘Eerder Merlijns huis’ Giechelde Holly.
Naja, ik vindt het echt balen dat dit verhaal bijna afgelopen is