Hoofdstuk 41.

Alle genodigden gaan staan en al hun ogen zijn op mij gebrand. Terwijl mijn ogen maar op een ding zijn gebrand, Samir. Hij komt steeds dichterbij en hij ziet er geweldig uit in zijn pak. Hij stapt van het altaar af om mij het trapje op te helpen. ‘Je bent prachtig’ fluistert hij zachtjes. Mijn al zeer brede glimlach wordt nog breder. ‘Jij ook’ mompel ik dan zachtjes. Niemand kan ons horen en hij houdt mijn hand stevig vast terwijl we voor de ambtenaar staan die ons zal trouwen. Hij kucht een paar keer om die verrukte gilletjes in de zaal stil te krijgen. ‘We zijn hier vandaag bij een gekomen om deze twee jonge ouders in de echt te verbinden’ begint hij zijn verhaal. Iedereen luistert naar hem behalve ik. Alles wat hij zegt gaat het ene oor in en het andere oor weer uit. Het kan me niets schelen wat hij te vertellen heeft. Mijn ogen zijn op Samir gericht en hij staart ook naar mij. Ik glimlach naar hem en hij knijpt stevig in mijn hand. De vlinders vliegen door mijn buik door dit kleine gebaar. Ik heb me zo nooit bij Damien gevoeld. Tussen Damien en mij heeft nooit passie gezeten, nooit echte liefde. Maar het was zo vanzelfsprekend dat we bij elkaar waren, daarom zijn we altijd bij elkaar gebleven. Maar Samir is niet vanzelfsprekend, hij is een geschenk. Het lijkt wel of we voor elkaar gemaakt zijn. Zijn hand omsluit het mijne precies en zijn lichaam past precies bij het mijne. Onze karakters vullen elkaar aan en ruzie hebben we nauwelijks, net als andere problemen. Hij is de perfecte vader voor Damian en houdt van hem alsof het zijn eigen zoon is. Wat wilt een vrouw nog meer dan een man die voor eeuwig van haar houdt? Een man die altijd voor haar klaarstaan, die de perfecte vader voor haar kind is. Ik veeg snel een traan onder mijn oog vandaan voordat de traan de kans krijgt om mijn hele make-up en daarmee mijn uiterlijk te verpesten. Ik wil niet straks op een foto staan en eruit zien als een clown. ‘Dan wil ik nu vragen of er mensen zijn die een bezwaar hebben tegen dit huwelijk. Deze personen moeten zich nu melden of de rest van hun leven zwijgen’ zegt de ambtenaar. Samir en ik draaien onze gezichten automatisch naar de mensen in de zaal. Het is doodstil in de zaal. Ik hoop voor ze dat niemand het lef heeft om hun bek open te trekken anders kom ik die mensen persoon een mep tegen hun kop verkopen. Niemand verpest mijn huwelijk. De ambtenaar opent zijn mond om iets te gaan zeggen waarna de deuren van de zaal open worden gegooid en iemand naar binnen komt gestormd. Ik herken de persoon meteen en er trekt meteen een rilling door mijn rug heen. Mijn huwelijk wordt een grote ramp.
Er zijn nog geen reacties.