Katherine Brass, slachtoffer no. 001392d
‘Oh Katherine, je hebt het nooit makkelijk gehad, lieverd. Ik weet niet of ik blij voor je moet zijn, of om jouw dood moet treuren. Ik doe van beiden een beetje; Nu weet ik zeker dat je in een betere plek bent, mijn dochter. Ik ben verheugd dat je uit je lijden bent verlost. Ik zal je volgen, je weer zien, wanneer de Engel van de Dood ook besluit dat het mijn tijd is. Tot dat moment hier is, zal ik je missen en aan je denken, dat beloof ik.’
- Elizabeth Brass, moeder

Het was woensdag, 19.31 uur. Alweer zaten de rechercheurs en ook de hoofdinspecteur bij elkaar aan één tafel, in de conferentiekamer. Zelfs Emily was erbij: Mac was zich bewust geworden dat hij alle hulp die hij kon krijgen, en dus ook zeker de hare, nu dringend nodig had. Allen dachten ze na over dezelfde vraag: Hoe kunnen ze deze overduidelijke dader schuldig bevonden krijgen door de jury en de rechter? ‘Hebben jullie al naar getuigen gezocht? Mensen die hem hebben zien lopen met de koelbox? Of ergens in de buurt van één van de huizen waar de moorden zijn gepleegd?’ Jim knikte verslagen. Ook Faith voelde zich vreselijk: Ze had zichzelf zo graag willen bewijzen tegenover Smith, en ook tegen alle andere werkgevers en –nemers van de politie, en nu had ze niet eens de kans gekregen. Ze zuchtte diep. ‘Ik stel voor dat we pauze nemen, niemand kan zich zo meer concentreren. Ga maar.’ Mac stond zelf als laatste op, nadat hij dat gezegd had, aangezien de anderen een voor een gepopeld hadden uit de ruimte te komen.

Toen Jim buiten kwam, haalde hij diep adem. Er had een benauwde sfeer gehangen in de ruimte waar hij net zat. Hij zette zich neer op het dichtstbijzijnde bankje. Het was niet al te comfortabel, maar er viel niets te klagen: Liever dan dood zijn, was zijn algemene motto. Dat had hem al ver gebracht, vele angsten had hij al overwonnen door deze sterk opgewekte gedachte. Hij sloot zijn ogen en genoot van de brandende juli-zon. Hij hield gewoonlijk niet van de zomer: Het was hem veel te warm af. Hij had liever de herfst, dat was als een koude douche voor hem, maar op een positieve manier. Hij genoot van de bruinrode bladeren, de sprankelende regen en hoe je de natuur zichzelf zag voorbereiden op en beschermen tegen de aankomende kou van de wintermaanden. Plots voelde hij geen zon meer op zijn gezicht en opende zijn ogen. Daar zag hij een bekende in zijn licht staan: Het was Ava, het kleinkind van Jennifer Williams. Het meisje van de verpakking. ‘Hallo Ava, wat doe jij hier?’ Hij klopte naast zich op de bank, waar ze ging zitten. ‘Ik heb hem gezien,’ zei ze, met haar onschuldige meisjesstem. ‘Wie heb jij gezien?’ vroeg de kindervriend vriendelijk. ‘De slechterik,’ antwoordde het 7-jarige meisje. De rechercheur fronste. Zou zij een getuige kunnen zijn? ‘Waarom gaf jij mij de evergreenverpakking? Had je honger?’ Ze schudde haar hoofd. ‘Dat had hij bij zich.’ Plots kreeg hij een ingeving. Dit kind was briljant. Hij tilde haar op en zwierde haar in het rond. ‘Jij bent een hele goede meid, Ava!’ Hij zette haar weer neer en nam haar mee naar binnen.

Reageer (1)

  • coloredwords

    Ava is de grote held van het verhaal, zo'n schattig kindje :Y)
    Relinde moet & zal Snél verder moeten gaan _O_
    anders kom ik je prikken met de vork van meneer vorkmans. :Y)
    Echt awesome job kindje (krul)

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen