Even voor de duidelijkheid alvast: Zelfde zaak, nieuw slachtoffer!

(Al ideeën voor de moordenaar?)

Harry Johnson, slachtoffer no. 001392b
‘Nooit was hij ‘s avonds thuis te vinden, zo was hij gewoon niet. Hij was altijd buiten, op zoek naar gevaar, of avontuur, zoals hij het noemde. Het was een moeilijk persoon om te leren kennen, had geen familie meer, dat was vast een van de redenen geweest waarom hij beschermend was van zichzelf tegenover anderen. Af en toe kwam hij in mijn missen, vaak met een betreurd, maar toch beangstigend gezicht. Ik heb weinig te zeggen: Het was een uniek persoon, met een beschadigd hart, dat zich niet liet kennen.’
– Pastor Simon Surrey


Het slachtoffer was aangetroffen door een buurman, die langs kwam voor ruzie. “Hij had het recht niet om mijn bomen kaal te snoeien! Wat maakt het nou uit of hij minder zon heeft, hij zag het zonlicht toch nooit! En stel dat hij het wel zag, dan zag je het niet aan hem. Altijd nors en dat werd versterkt door die vreselijke tattoos,” was zijn verklaring. Het was waar: Harry Johnson zat onder de tattoos. Afbeeldingen van doodskoppen, draken, een figuur dat waarschijnlijk de duivel moest voorstellen en nog meer angstaanjagende figuren ontsierden het lichaam van de inwoner. De locatie waar het lijk lag was op de stoffige bank, die naast een tafeltje lag, waar iets doods op lag, waarschijnlijk een rat. Op het eerste gezicht zou je denken dat hij sliep, maar als je beter keek zag je dat zijn ogen nog ietwat openstonden. Wat nog opvallender was, was het grote gat in zijn borst, waar normaliter zijn hart had gezeten. Ook lag er bloed, maar opvallend weinig. Het leek erop dat het ergens anders gedaan was.
‘Aparte leefruimte,’ was John’s reactie op de omstandigheden. Ook de muren hingen vol met opvallende voorwerpen: Ieder werd in de gaten gehouden door een paardenhoofd en een hertenkop. De rest van de muur was bedolven onder posters van een aantal sektes, waaronder de Ku Klux Klan, posters van angstaanjagende bands en nog angstaanjagendere afbeeldingen van gewonden en doden. Terwijl Smith geïntimideerd toekeek, kwam er een vrouwelijk persoon binnen. ‘Ik vind het wel wat hebben, zonder het lijk dan.’ Ze zag er zogezegd ‘ruig’ uit. De zijkanten van haar hoofd waren kaalgeschoren en het haar in het midden van haar hoofd waren lang, futloos en knalpaars. In haar oren zaten grote, gapende gaten en enkele spikes en in haar neus en wenkbrauw waren verscheidene ringen te vinden. ‘Wie bent u? Een vriend van het slachtoffer? Dan zult u buiten moeten wachten.’ Ze stak haar hand uit naar de rechercheur: ‘Faith Sweets, aangenaam.’ Hij begon hard te lachen, maar merkte aan haar gezicht dat het geen grapje was. ‘Wat is er zo grappig, inspecteur?’ Jim kuchte even, ze gaf hem de kriebels. ‘N-niets, hoor. En het is rechercheur. Welkom bij het team.’ Hij gaf haar een hand. ‘Wie heeft haar toegelaten bij de politie, met dat uiterlijk?’ siste hij toen naar Jack Fisher, die op zijn beurt zacht grinnikte. De nieuweling kneep haar ogen samen. Ze voelde zich niet op haar gemak: Ze was het gewend dat ze vreemd aangekeken werd, maar ze verwachtte toch wel enig respect, zeker van een hoogstaande rechercheur. Hij moest toch eens leren dat hij niet zoveel op indrukken af moet gaan, maar op het echte persoon binnenin. En daar ging zij hem wel eens mee helpen. ‘Ik heb iets!’ Faith spurtte naar de blonde onderzoeker, die dat geroepen had, toe. Zij wees naar een bebloede scalpel, die op de tafel naast de bank lag. Faith pakte haar koffertje erbij, deed wat van het gevonden bloed op een wattenstaafje en testte het. Het resultaat was overduidelijk: Het was mensenbloed. Dit was het operatiemes waarmee het slachtoffer’s hart eruit gehaald was. Het waarschijnlijke moordwapen.

Na een aantal uur gewerkt te hebben aan de zaak van mevrouw Williams, werd Jim plots gestoord. ‘Smith, het ziet ernaar uit dat we binnenkort nog geen vakantie krijgen.’ Hij legde zijn pen neer en keek naar de menselijke stoorzender, die hij nog niet vaak gezien had. ‘Waarom zou je dat zeggen, Fisher? Twee moorden klinkt als veel, maar ze kunnen ook snel opgelost zijn.’ Zijn collega liep de kamer in en gooide Jim zijn jas toe. ‘Maar kan je dat ook van drie moorden zeggen?’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen