I het thuis zelfst.naamw.
Uitspraak: [tœys]

woning waar je woont en waar je je prettig voelt
Voorbeeld: `In Utrecht heb ik mijn tweede thuis gevonden.`


II thuis bijwoord
Uitspraak: [tœys]

in je eigen woning
Voorbeelden: `Is er iemand thuis?`,
`niemand thuis treffen`
je ergens thuis voelen (je ergens op je gemak voelen)
doen alsof je thuis bent (het jezelf gemakkelijk maken)
nog thuis wonen (als volwassene nog bij je ouders wonen)
niet thuis geven (niet reageren)
Hou je handen thuis! (niet aankomen)
Samen uit, samen thuis. (waar je samen aan begint, moet je ook samen afmaken)
'
gedactes zijn voortaan cursief! (die van page's)

Deze story is niet geschikt voor alle leeftijden. Daarom is deze alleen te lezen als je bent ingelogd. Zo houden we Quizlet.nl leuk voor alle bezoekers.

Reageer (1)

  • CharlieWT

    leueueueueueueuk!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen