Dit is het vervolg op hoofdstuk 1.
Dit is een heel lang stuk, omdat ik eerst een klein stukje had geplaatst om te kijken wat jullie vinden (:
Dit is het gehele hoofdstuk!

Na Engels had ik nog een les tekenen, die vrij snel verliep. Ik tekende maar wat voor me uit, met mijn gedachte aan die duistere ogen.. Ik wou dat ik ze uit mijn hoofd kon krijgen.
Ik proef een metaalachtige smaak. Shit, veel te hard op mijn lip gebeten door die frustratie.. Toen de les tekenen weer voorbij was, had ik weer pauze, een anderhalf uur dit keer, omdat de les wiskunde uit viel. Gelukkig heb ik die les met Vera, misschien kan ze me wel op andere gedachte brengen dan bij, hem. Ik liep naar de aula, waar iedereen zich weer verzamelde. Iedereen zat bij hetzelfde tafeltje, en ik voegde me ook maar bij mijn groepje. Carmen was al druk bezig met het verhaal over wat ze in het weekend had gedaan, en bas, thomas en Stanley waren aandachtig aan het luisteren. Vooral Stanley. Hij wil zo graag opvallen bij Carmen, dat hij alles doet om haar aandacht te krijgen. Vorige week trok hij opeens zijn T-shirt omhoog om zijn spieren te laten zien. Carmen was niet echt onder de indruk geweest, dus gaat hij sinds dien elke dag naar de sportschool. Vera kwam aangelopen, en voegde zich bij het gesprek. Het ging over een of ander feest waar ze heen was geweest, en waar iedereen dronken was.. En dat die mensen dan zo raar dansten. Het gaat dus zegmaar nergens over. Verzonken in mijn eigen gedachten voelde ik weer een getik tegen mijn hoofd. Vera, natuurlijk. Het bleek dat heel ons tafeltje al leeg was, en dat dus ook al de pauze voorbij was. Toen voelde ik een rommelig en leeg gevoel in mijn buik, ik had nog niets gegeten..
Gelukkig heb ik nog twee boterhammetjes met kaas bij. Vera begint ondertussen alweer te ratelen.
‘Wat ben je toch allemaal afwezig.. Het lijkt wel of je, weet ik veel, je hersens bij hem hebt laten liggen ofzo..’.
‘Nou, bedankt hoor, kom ik zo dom over dan?’ zei ik dan maar terug met een scheve lach op mijn gezicht. ‘Amy, je kent die jongen nog niet eens en het lijkt wel of je bezeten van hem bent, dat is toch niet gezond? Je bent bekant aan het kwijlen.’ Ze heeft wel gelijk.
‘Ik ben niet bezeten van hem, ik vind hem niet eens leuk, ik ken die gozer amper, hij mag dan wel knap zijn, maar hoe hij me negeerde tijdens natuurkunde, en hoe boos hij me aankeek bij Engels, pff, dat was zowat beangstigend.. dat is het enige waar ik de hele tijd over denk hoor veer.’
‘Amy, schat, ik ken je al langer als vandaag. Ik zie het toch aan je? En als je denkt dat ik geen gelijk heb, moet je daar misschien alleen nog maar achter komen’. Dik tevreden over wat ze net zei, gaf ze me een knip oog, en liep met me naar de loungeruimte, die bestaat uit vier hoekbanken en een paar tafels. Tot mijn verbazing zat Hij er ook weer.
Zonder hem een blik te gunnen liepen we naar de achterste bank, de bank die het verst van hem af stond. Ik ging zitten, en keek recht voor uit, naar de muur. Ik kon weer aan niks anders denken als aan zijn ogen, duister.
‘Vera, praat ergens over, maakt niet uit waar over, maar praat.’
‘O, ik zie het al, okee.. Ik zal mijn best doen.’ Mijn hoofd word al iets rustiger, maar ik snap helemaal niks van dit gevoel. Ik ken die jongen niet eens, het is geen verliefdheid. Ik weet het zeker. Maar WAAROM blijft hij dan de hele tijd in mijn hoofd zitten? Waarom kan ik mijn gedachten niet van hem af houden? En komen die duistere ogen van hem steeds weer in beeld? Misschien probeert hij me wel langzaam gek te krijgen. Ik kan alleen geen rede bedenken waarom hij dat zou willen. Maar hij doet niet eens iets. Dat is het juist, hij negeerde me toen ik me voor stelde. Misschien is het dus gewoon mijn eigen onzekerheid waarmee ik me elke keer weer afzonder, en wat me altijd blijft volgen, met duistere ogen.
‘AMY! Luister nou eens naar me, je vraagt of ik tegen je wil praten, en dat doe ik dus volop.’
‘Zoals altijd!’ Ze kan het niet laten om te lachen om deze opmerking, en aan haar gezicht te zien wil ze gewoon verder gaan met haar verhaal. Ik probeerde mezelf op standje “concentreren” te zetten, en dat lukte me aardig.
‘Dus, heb je dit weekend zin om mee te gaan stappen? Dan kunnen we Carmen, Bas, Thomas en Stanley ook wel mee vragen als je dat leuk lijkt?’.
‘Lijkt me echt super. Wedden dat Stanley dan wel weer iets uit de kast voor je probeert te toveren? Haha, zie je het al voor je? Om op te vallen bij je, doet hij geen shirt aan, maar alleen een stropdas, zodat je wel naar zijn “spieren” moet kijken!’.
‘Naja, als er deze keer wel wat zit om te bewonderen misschien.’ Ik keek Vera aan, en die blik zegt al genoeg. Ze barst in lachen uit, en die aanstekelijke lach kan ik niet negeren. Ze is zo geweldig, ik snap Stan wel, haha. Door mijn kleine binnenpretje keek Vera me vragend aan.
‘Niks, laat maar. Ik vond het ook heel grappig.’
‘Weet je, ik vind het echt niet cool dat we nu nog vijf dagen moeten wachten voordat de lol echt begint. Misschien is het dan wel leuk als je van vrijdag op zaterdag bij mij blijft slapen? Dan kunnen we vragen of Carmen ook komt? En we moeten dan natuurlijk ook nog aan de jongens vragen of ze sowieso wel kunnen deze zaterdag, anders gaat het hele feest niet door natuurlijk, en waar gaan we trouwens heen? Weet jij misschien een leuke plek waar we heen kunnen? Ik wil alleen niet naar zo’n ouwelullentent waar ze alleen gaan zitten biljarten, ik heb echt zin om te feesten dit weekend, om naar de disco te gaan ofzo? Wat vind jij?’ Pff, uitgerateld. Eerst maar even terug in mijn hoofd halen wat onthouden heb.
‘Uhhm, de disco is inderdaad leuk, en logeren ook, en de jongens vragen doen we dadelijk?’.
‘Okee dan doen we dat dadelijk gelijk als we ze tegen komen in de gang want anders vergeet ik het. Je moet het wel mee onthouden okee? En als jij dan 1 van hun ziet moet je het maar even doorgeven. Stanley zal sowieso wel kunnen, die loopt me toch altijd achterna, en als Carmen er is loopt hij haar ook achterna. Ja, Stanley en meisjes he, die loopt zijn pik achterna. Gelukkig zijn niet alle jongens zo he Aim?’
‘Daar heb je gelijk in. Bas en Thomas zijn wel echt schatjes. Die weten allebei tenminste hoe je met meisjes om moet gaan. Ben je ondertussen al weer bij adem?’ Ik kan het niet laten om in lachen uit te barsten. Dit is echt mijn Vera. Niemand anders houd het zo goed vol bij haar als dat ik kan, en dat is ook logisch als je elkaar al vanaf de eerste klas kent. Ik ben er Langzaam aan gewend geraakt, en daar is ze me dankbaar voor.
‘Ik hoop echt dat de jongens ook mee gaan, het is lang geleden dat ik zo iets gezelligs heb gedaan.’
‘Ja, weet je wat? Ik stuur Stanley wel even een sms.’


Hee Stannie <3
Deze zaterdag uit met zijn alle?
Even doorgeven aan Thomas en Bas!
Love, V <3

Ze laat het smsje aan mij lezen, en ik barst in lachen uit.
‘Die zal zeker wel komen, haha.’ Stiekem laat ik toch mijn blik is naar de gedaante schuin tegen over me glijden. Hij zit zo nonchalant in de bank. Zijn haren perfect, schuin en net niet voor zijn speciale duistere ogen-. Ik schrik van mijn eigen gedachtes, en concentreer me weer op de persoon naast me; Vera.
‘Ik vind het best sneu voor die nieuwe jongen dat hij alleen zit, zou hij nog geen vrienden gemaakt hebben? Eerlijk gezegd denk ik van niet, omdat hij dan natuurlijk niet alleen zou zitten, maar als hij iedereen negeert, dan snap ik het wel dat ze hem alleen laten zitten, en hij kijkt ook zo eng.’
‘Eerlijk gezegd, denk ik dat hij best mee valt. Misschien vind hij het wel moeilijk om nieuw te zijn?’
‘Ja kom lekker voor die engerd op. Eerst negeert hij je, en dan is het opeens de zielige nieuwe jongen.’ Pff, ik merk aan Vera dat ze geïrriteerd is door wat ik zei, maar ik weet hoe het voelt om ergens nieuw te zijn, en het is moeilijk.
‘Veer, het spijt me okee? Ik kom niet voor hem op, maar ik weet gewoon hoe het is. Het begin is nooit makkelijk. Je moet zo je best doen om geaccepteerd te worden, en als je je ook maar iets anders gedraagt als de andere, ben je zo de pispaal van de hele school. Dat zou je toch zelf ook niet mee willen maken?’
‘Nee, en dat hoef ik dus ook niet. Ga jij lekker naar hem toe om vriendjes te maken dan. Ik ben hier weg.’
Geschrokken, en niet bewust van wat ik nu verkeerd had gezegd, staarde ik maar voor me uit. Ik keek de kant op waar Vera net heen was gelopen, en zag dat de jongen me aan keek. Geschrokken keek ik terug naar de muur, en besefte toen dat hij mij dus echt aan keek. Ik keek terug, en hij glimlachte. Verlegen glimlachte ik terug.

Ik merkte dat ik al lang genoeg naar hem aan het kijken was, en ik stond dus op om Vera achterna te lopen. Hij wendde zijn blik van mij af, en keek weer naar zijn boek, waar hij dus blijkbaar mee op schoot zat. In een snelle pas was ik bij Vera aangekomen, die in haar eentje op een stoel in de aula zat. Ze leek nogal dromerig, en toen ik mijn hand op haar schouder legde, schrok ze zo erg, net of ze niet had gemerkt dat ik haar achterna gekomen was.
‘Ik schrok me dood, muts. Je kan me zo een hart aanval bezorgen.’
‘Had je me niet aan horen komen dan?’
‘Nee, op de een of andere manier voelde het wel alsof ik in een soort trance was. Ik kreeg een heel naar gevoel, een hol gevoel in mijn hart, net of er een mes in gestoken werd, ofzo.’
‘Sorry Vera, zo bedoelde ik het echt niet. Ik wou je niet-’
‘Het kwam niet door jou, ik had het je al lang weer vergeven toen ik weg liep, waar ik direct spijt van had. Voor mijn gevoel moest ik gaan zitten, dus dat deed ik, en opeens was ik weg van de werkelijkheid, totdat jij je hand op mijn schouder legde.’
‘Misschien ben je over vermoeid, en moet je gewoon wat eerder naar huis gaan. Je voelt ook helemaal warm aan.’
‘Nou, we hebben nog maar een paar lessen, ik hou het wel vol tot de laatste, het zijn er nog maar twee.’ Ze is een echte volhouder, die Vera.
‘Hee, ik heb een sms. Zal die van Stan zijn?’
Vera begint voor te lezen.

‘Hee schatje, lijkt me cool,
ik ga mee. Zal het tegen die andere zeggen!
Later chick.

Haha wat is het toch een gek jong he.’ Haha, dat is inderdaad een ding wat zeker is, ik heb trouwens nog een stukje geschreven vandaag, wil je het lezen?’
‘Ja, natuurlijk wil ik het lezen!.’ Ik pak mijn paarse schrift uit mijn tas, waar al mijn gevoelige stukken in staan, en laat de nieuwste aan Vera lezen.

“Zou je kunnen verdrinken in een schaduw?
Zou het je kunnen verlossen van wat je hebt?
Zou het je eeuwig kunnen vast houden,
Of loslaten, als je het zegt?

Vreemd genoeg zijn schaduwen niks,
Enkel een weerspiegeling door de zon,
Die je de hoop geeft,
Om uit dit leven te stappen.”

‘Wauw, wat een geweldig stuk. Je had goede inspiratie zeker?’ Met mijn gedachte zat ik weer bij hem, mijn nieuwe inspiratiebron. Ik trok een moeilijk gezicht om te laten merken dat ik het niet precies wist waar het opeens vandaan kwam, maar gelukkig leek ze het mooi te vinden.
‘Als jij nog iets nieuws hebt, wil ik het ook graag lezen!’
‘Ja dat komt wel goed! Ik ga misschien vanavond eens achter mijn bureau zitten, en een beetje kijken op internet, ik denk dat ik daar wel inspiratie van krijg.’
‘Haha goed idee, dan ga ik ook wel eens achter mijn computer zitten, dan mail ik je nog wel als ik nog iets voor je heb ofzo’.
‘Ik heb nu alleen nog een lesje geschiedenis, en dan ben ik uit’.
‘Ja, ik moet zo nog een les tekenen, en dan mag ik ook naar huis.’
‘Fiets je met me mee?’
‘Ja, altijd he. Zullen we dan maar weer terug gaan naar de lounge?’ Ze keek me lief aan terwijl ze het vroeg, en ze stond gelijk op. Samen liepen we weer naar de achterste bank, en ik zag dat die jongen er nog zat. Terwijl ik langs hem liep, liet ik mijn ogen even over hem heen glijden. Wat ziet hij er mooi uit. Goed gekleed, een bleke, maar o zo mooie huid, donkere ogen met glimlichtjes er in, en donker haar, wat schuin voor zijn voorhoofd hangt. Hij draagt een zwarte blouse, dat super bij zijn ogen en haar past, en een donkere spijkerbroek. Zijn schoenen zijn ook zwart, maar volgens mij zijn het niet zomaar zwarte sneakers. Hij heeft naar me geglimlacht, mooie, rechte witte tanden. Als ik het goed zie, heeft hij een ketting om, maar ik zie zo niet wat het is. Hij lijkt wel perfect.
Hij zit nog steeds met zijn boek op schoot, in dezelfde pose als daarnet. Ik kan nog steeds niet ontdekken waar het over gaat, maar ik ben inmiddels al weer bij de bank, en ik ga zitten. Ik probeer naar allerlei andere dingen te kijken, wel in zijn richting, maar ik wou niet dat hij zag dat ik hem de hele tijd aan keek. Ik zou me dood schamen als hij dat zou zien. Ik snap nog steeds niet waar deze gevoelens voor die onbekende jongen vandaan komen, maar ik heb het gevoel dat ik er naar moet luisteren. Misschien moet ik maar eens een gesprekje met hem voeren.
Terwijl ik diep in gedachten verzonken was, merkte ik dat Vera al diep in een boek zat. Ik pakte dus ook maar een boek, waar ik vervolgens maar in zou gaan staren, nog steeds diep in gedachten verzonken.

Reageer (1)

  • THEsther

    VERDER!!!:$:$

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen