-1859-

Céline De La French
Struikelend loop ik naast mevrouw Verhof, mijn lerares, die met vlugge en gehaaste passen over de marmeren vloer schrijdt. Ze heeft me met haar brede worstenvingers stevig bij de pols, en trekt me ongeduldig verder, al wil ze niet zeggen naar waar. "Ga zitten," beveelt ze met haar strenge stem. Voorzichtig doe ik wat ze vraagt. Met mijn lichte hazelnootkleurige ogen neem ik de grote ruimte en de vele personen in me op. En meteen zie ik het: Er klopt hier iets niet. Zenuwachtig begin ik aan mijn lichte goudkleurige jurkje te frunniken, terwijl ik vragend naar mijn vader kijk. Hij ontwijkt mijn blik en ik zie een kleine traan uit zijn linkerooghoek rollen, die langs zijn dunne zwarte wimpers op zijn wang springt, om dan langzaam naar beneden te glijden, waar hij uiteindelijk uiteen spat op de koude, harde houten vloer. Met zijn stevig hand veegt hij het spoor dat de traan naliet op zijn huid weg en schud dan langzaam zijn hoofd. "Papa?" vraag ik kleintjes. Hij lijkt mijn stem niet te horen en staart met zijn donkere groene ogen, die ik van hem geërfd heb, voor zich uit. "Papa?" vraag ik opnieuw, met een trillende stem, "Wat gebeurt er?" Eindelijk kijkt hij me aan, en in zijn mooie groene ogen lees ik pijn en verdriet. Hij haalt langzaam en diep adem, voor hij met zijn warme, zware stem tegen me begint te spreken: "Lieverd, je.. je weet toch wel wat voor dag het is hé?" begint hij voorzichtig. Ik knik traag en niet-begrijpend. Ja, dat wist ik. "Het is vandaag het huwelijk van Rosaline." antwoord ik. Papa knikt en gaat verder. "Nou, ze.. ze zal er niet zijn." zucht hij. Met zijn hand gaat hij door zijn gitzwarte haren, terwijl ik hem wantrouwig aanstaar. "Hoe bedoel je?" vraag ik, en ik voel de drukkende stilte die in de kamer hangt. Het geeft me een ongemakkelijk gevoel, en zenuwachtig schuif ik heen en weer. Mijn vader kijkt me een tel lang strak aan, maar zucht dan diep. "Ze is er niet meer," brengt hij moeizaam uit. Het word onmiddellijk ijskoud in de kamer. De kou speelt met mijn lichaam en bezorgt me rillingen. Mijn bruine ogen worden zo groot als schoteltjes, en mijn adem blijft stokken in mijn keel. "Wat?! Hoe bedoel je??" breng ik er met moeite uit. Al weet ik precies wat hij bedoelt. Mijn papa antwoordt niet meer, en geeft teken dat ik naar mijn kamer moet gaan. De kamer die ik deelde met Rosaline. Daar wilde ik nu eventjes niet naar toe, dus stond ik langzaam op en liep met trage passen naar de tuin.
Er zijn nog geen reacties.