Foto bij -1859-

goed?
slecht?
Reacties?
KuDo'S?
ABO's???

Damon Salvatore

Voorzichtig kniel ik neer bij het meisje, de drang voor het bloed proberen te weerstaan. Mijn vingertoppen glijden over haar zachte fluwelen rode jurk, en over de smalle fijne touwtjes die haar korset dichtknopen. Over haar slanke rug en schouders ligt een plas bloed, en haar lange kastanjebruine haren zijn ermee doordrenkt, net als de bladeren en grond onderhaar. Langzaam, bang om wat ik zal zien, draai ik het lichaam om, zodat het meisje op haar rug komt te liggen. En onmiddellijk zie ik het: dit is Rosaline. Haar bleke huid is besmeurd met haar donkerrode bloed, en haar felle blauwe ogen zijn voor eens en altijd gesloten. Ik buig me over haar dode lichaam heen, en als ik het nog kon, dan had ik zeker gehuild. Ik kijk op, met pijn en verdriet, naar haar nu zo verminkte smalle gezichtje. Mijn vingers glijden over haar kaaklijn, tot ze opeens twee druppels bloed voelen. Als door een wesp gestoken zit ik daar, verstijfd. Ik werp een blik op het klevende bloed, en voel hoe de verleiding binnen in me opborrelt. Voorzichtig breng ik de twee druppels naar mijn lippen, maar voor de vloeistof mijn mond raakt, veeg ik ze schoon aan een hoopje dorre bladeren achter me. Ik kan het niet. Niet zij, niet haar bloed. Gebroken zit ik bij het dode lichaam, met mijn handen bij haar keel. Daar zitten twee kleine puntjes, maar geen gewone puntjes. Gaatjes. Of littekens.Van iets scherps. Zoals tanden. Scherpe tanden. Een vampier. Mijn gezicht wordt hard, en ik bal mijn witte handen tot vuisten. Mijn hoofd zit vol met woede, woede voor de moordenaar van Rosaline. Hoe durft hij! En dan hoor ik een zware stem, die een kille ondertoon heeft. "Toe maar. Proef haar, Damon." met een ruk draai ik me om, en ik kijk recht in de donkere zwarte ogen van Jonathan Leisch. Hij kijkt me strak aan, met wat bloed op zijn kin. Bloed van Rosaline. "Toe maar. Het smaakt echt verrukkelijk, ik kan het weten!" Ik grom en trek mijn bovenlip op, terwijl ik langzaam en dreigend rechtkom. "Wat moet je, moordenaar?" Jonathan lacht, een lange kille lach. "Moordenaar? Alsjeblieft! Ik ben een vampier hoor! Net als jij trouwens," zei hij smalend. Ik grom harder en wil hem naar de keel vliegen, maar we spitsen op hetzelfde moment onze oren: voetstappen. Ik voel een koude windvlaag en weet dat Jonathan er van door is. Lafaard. Ik zucht en probeer te kalmeren. Voorzichtig keer ik terug naar Rosaline's dode lichaam, en kniel ik bij haar neer. Ik voel me om de een of andere reden schuldig, schuldig omdat ik niets kan doen. Ik zucht opnieuw, dieper ditmaal, en kijk om me heen, bij de zilverkleurige fontein. Daar staan allerlei bloemen, vooral rozen, en vooral rode. Rood. De lievelingskleur van Rosaline. Vlug pluk ik er een, de mooiste van al, en keer terug naar mijn geliefde. Want ik hield echt van haar. Teder leg ik haar tengere handen op haar slanke buik, en steek de mooie rode roos tussen haar smalle vingers. Ik sta op en keer me weer naar het donkere, dreigende bos. Zonder nog achterom te kijken. Maar tussen de struiken blijf ik zitten. En zie ik Rosaline liggen. Met mijn roos tussen haar vingers. Een mooie, in haar lievelingskleur. Rood.

Reageer (1)

  • Phallic

    Dit is echt een geweldig verhaal!
    I love it!
    Dus snel verder en normaal lees ik niet zo'n verhalen maar jij bracht daar verandering in! xx +kudo+abo

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen