Langzaam kroop ik mijn bed uit en zocht naar mijn schoenen. Ik vond er een onder mijn bed, maar de tweede schoen bleef onvindbaar. Ik slaakte een diepe zucht en zocht geërgerd verder. Ik haatte het als ik iets niet vond. Ik raakte gefrustreerd en gooide het gordijn open, waardoor de zon recht in mijn ogen scheen. Ik schermde mijn ogen af voor het felle licht en vloekte binnensmonds.
Uiteindelijk nam ik een ander paar schoenen, liep zacht de trap af en opende de voordeur.
‘Tot straks,’ zei ik, eerder tegen mezelf dan mama & Ben, mijn stiefvader.
Ik hoorde nog hoe Ben een ‘oké’ gromde en sloot dan de deur achter me.
Buiten nam ik mijn gsm uit mijn zak en sms'te Lucas om te vragen of hij thuis was.
Pas toen ik op het eind van de straat was, voelde ik mijn gsm trillen. Ik las Lucas’ antwoord en kon het niet helpen, maar spontaan kwam er een glimlach op mijn gezicht bij het zien van zijn antwoord. ‘Ja, hoor. Kom maar, als je wil,’ had hij gestuurd.
Nu ik wist dat hij thuis was, liep ik iets sneller dan daarnet. Het was nog vrij vroeg, nog net geen middag, maar te laat om het nog ochtend te noemen.
Toch was het voor een zondag redelijk druk. Auto’s reden me voorbij, fietsers bleven maar achter hoeken komen en voetgangers liepen me bijna om.
Ik begon terug op een rustiger tempo te lopen, iedereen leek wel gehaast en ook al was ik altijd blij om Lucas te zien, ik was geen gehaast persoon. Ik had geen stress om examens, ik rende niet om toch nog maar op tijd op school te raken, ik panikeerde niet als ik een schoolboek op school had vergeten maar waar ik wel huiswerk van had.
Ik liep de hoek om, liep de lange laan door en stopte bij nummer vijfentwintig, Lucas’ huis. Ik drukte op de bel en kruiste mijn armen. Het was nog maar maart, dus rond dit uur van de dag kon het nog wel best wat fris zijn.
Gelukkig liet Lucas me niet lang wachten en opende de deur vrijwel meteen. Hij keek me aan met zijn mooie bruine ogen en zijn warme lach. Ik drukte een kusje op zijn lippen en liep naar binnen.
Automatisch keek ik rond of ik zijn ouders ergens hoorde of zag, maar Lucas schudde glimlachend zijn hoofd.
‘Ze zijn er niet,’ zei hij, net alsof hij mijn gedachten kon lezen.
Ik knikte. ‘Tegen die tijd had ik dat wel zelf ook al ondervonden.’
Lachend nam Lucas mijn hand vast en nam me mee naar de woonkamer. Ik zag hoe zijn gitaar breed over de sofa lag en kon me al bedenken dat ik hem had gestoord terwijl hij aan het oefenen was.
‘Was je bezig?’ vroeg ik.
‘Bezig?’ vroeg Lucas onbegrijpend.
Ik knikte naar zijn gitaar en alsof dat alles verklaarde, schudde Lucas geruststellend zijn hoofd.
‘Ik tokkelde maar wat. Iets drinken, liefje?’
Ik plofte neer in de grote, lederen sofa en knikte. ‘Fruitsap, als je dat nog hebt.’
‘Ik heb alles,’ schepte Lucas op.
‘Behalve Gin-Tonic als ik daar naar vraag.’
‘Oké, ik heb alles behalve cocktails, wijsneus,’ glimlachte hij.
Ik ging op mijn knieën zitten, draaide me om en leunde met mijn armen op de leuning van de sofa.
‘Wat heb je dan nog zoal?’
Lucas keek me even aan en hield zich dan weer bezig met mijn fruitsap.
‘Ik heb jou,’ zei hij uiteindelijk.
‘Wat heb je nog? Tenslotte heb je alles?’ daagde ik hem spottend uit.
‘Jij bent alles.’
Ook al wist ik dat hij dat ging zeggen, toch verscheen er een glimlach op mijn gezicht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen