Hoofdstuk 3
Het zachte licht van de zonnestralen die door de apprentices den hen schenen zorgde ervoor dat Cherrypaw langzaam ontwaakte uit haar droomwereld.
'Cherrypaw!' riep een stem van buiten. Cherrypaw? Het duurde even voor ze zich besefte dat ze haar kitten naam achter zich had gelaten, evenals de warme melkgeur en het zachte mos uit de nursery. Haar moeder lag hier niet naast haar, ze lag in de apprentices den, samen met Applepaw, haar broertje.
'Ik kom al!' riep ze terug, naar de grijze poes die buiten de den stond te wachten. Snel krabbelde Cherrypaw overeind en schudde het mos uit haar vacht. Toen het laatste restje van haar pels vloog stapte ze opgewonden naar buiten. Haar poten kneedde de grond en haar staart zwiepte heen en weer. Dit was haar eerste echte dag als apprentice!
'Eerst gaan we mos halen voor de elders' zei Willowpelt rustig. Cherrypaw voelde al haar opwinding wegzinken. Waarom mocht ze niet jagen of trainen?! Het koste haar moeite opgewekt te lijken. Ze mocht tenminste het kamp uit. Net toen ze zich iets vrolijker voelde, racete Applepaw langs haar heen. Zonder om te kijken zoefde hij de doorntunnel door, Darkstripe en Tigerclaw achterna. Ze wist wat hij ging doen, een ronde door het territorium, maar dat was niet hetgene wat haar het meest pijn deed. Applepaw was er nog niet overheen en blijkbaar vond hij het nodig haar daarvoor te straffen en haar straal te negeren.
Zwijgend volgde ze haar mentor, die de doorntunnel door liep. Herinneringen van de das spoelde terug en waste Applepaw van haar netvlies, haar poten stopte, ze kon geen stap meer verzetten. Willowpelt leek te raden waar ze aan dacht, want de grijze poes verstijfde en keek achterom met haar blauwe ogen. Ze stonden vol van pijn bij de herinnering aan haar dode kitten. Cherrypaw boog haar hoofd een beetje, zodat ze niet meer in Willowpelt's ogen hoefde te kijken.
'Ik weet dat je aan Morningkit denkt, maar je moet dit echt achter je laten wil je een warrior worden' sprak Willowpelt met een stem die bijna brak van verdriet. Cherrypaw rilde even en keek toen weer in de ogen van haar mentor. Ze bewonderde haar doorzettingsvermogen, haar dapperheid, om nu nog te kunnen doen wat haar gezegd werd, om het toch onder ogen te komen.
'Ik zal mijn best doen, Willowpelt' zei Cherrypaw snel en volgde haar verder tot ze het ravijn op waren gekrabbeld. Het was zwaar geweest voor een jonge apprentice als Cherrypaw. Haar spieren schreeuwden om rust, maar Willowpelt begon al weg te stappen. Toen ze haar mentor volgde, voelde ze de zachte bries door haar vacht strijken, de wind bracht de geuren van het bos mee. Haar gedachten dwaalde weer af naar Applepaw. Hij zou vandaag het territorium zien, en Tigerclaw was tot zijn grote genoegen mee gegaan. Wat zou haar broer allemaal leren van de machtige kater?
Het zat Cherrypaw nog steeds dwars dat Applepaw zo kwaad was, misschien kon niets hem meer opvrolijken. Ze wilde de oude Applepaw terug. Plotseling voelde ze vacht, waar ze tegenop botste.
'Aan het dromen?' miauwde de stem van Willowpelt plagend.
'Sorry' antwoordde Cherrypaw vlug. Ze voelde de huid onder haar vacht heet worden. Willowpelt knikte even en keek naar de boom voor haar.
'Deze boom is goed voor het verzamelen van mos' zei ze geduldig. Cherrypaw keek naar de stam en de wortels, die bedekt waren met een dikke laag groen.
'Het is niet nat dus we kunnen het makkelijk verzamelen en meenemen' vervolgde Willowpelt. Cherrypaw stapte naar voren en klauwde aan het mos. Toen ze wat los kreeg viel het uit elkaar en mengde zich met de aarde op de grond.
'Mouse dung!' zei ze zacht, terwijl ze keek naar het vieze mos op de grond.
'Toch niet zo makkelijk als je dacht he? Kijk, je moet het zo doen, dat gebruik je ook bij gevechten' zei Willowpelt met een glimlach en sloeg daarna een snelle klauw uit maar het mos. Het bleef goed en in een groot stuk aan haar poot hangen, om daarna voorzichtig neer gelegd te worden. Cherrypaw ging goed staan en sloeg op precies dezelfde manier haar voorpoot naar voren. Ze ving een stuk mos, haakte het op en verloor haar evenwicht. Ze klapte achterover in het gras en bleef daar liggen met het mos nog aan haar klauwen. Willowpelt miauwde van het lachen.
'Probeer je evenwicht helemaal te vinden en sla dan pas met je poot naar het mos' zei ze giechelend. Cherrypaw voelde zich weer warm worden van schaamte, maar de volgende keer dat ze het zou proberen zou het gaan lukken!
De ochtend vloog voorbij en tegen zonhoog kwamen de twee aan bij het kamp. Beide katten waren volgeladen met mos. Cherrypaw nam de leiding en liep door de varentunnel naar de medicine den, daar lag al het verse mos opgeslagen. Toen ze het open veldje op kwamen zag ze Spottedleaf staan. De amberkleurige ogen van de lapjespoes schoten vol vreugde bij het zien van de kat die zo lang bij haar had doorgebracht.
'Jullie hebben veel bij je. Ik weet zeker dat de elders blij zullen zijn met vers mos' zei Spottedleaf op een vrolijke toon. Cherrypaw liet haar bundel snel op de stapel vallen om wat te kunnen zeggen.
'Spottedleaf, moet ik het nu al meteen wegbrengen?' vroeg ze aan de medicine cat.
'Dat doet een andere apprentice wel. Jij mag gaan eten en wat rusten' zei Willowpelt, die de den ook had betreden. Cherrypaw knikte en wilde net de varentunnel door stormen toen een stem haar deed stoppen.
'Wil je wat voor mij mee brengen? Misschien kunnen we een muisje delen?' het was de warme stem van Spottedleaf.
Weer knikte Cherrypaw en stoof de vaarntunnel door om bij de verse prooistapel te komen. Tegen het einde van groenblad was deze altijd goed gevuld met dus duurde het niet lang voor ze een dikke muis had gevonden. Ze rende terug naar de medicine den, verheugd op wat Spottedleaf haar zou vertellen. Er werden niet vaak katten uitgenodigd om met haar te eten. Toen ze de tunnel door was zag ze de mooie lapjespoes al op het grasveldje naast haar den zitten. Willowpelt was nergens te bekennen. Ze is vast naar haar warrior vrienden toegegaan om samen te eten, dacht Cherrypaw.
'Het is goed om je weer zo levendig te zien' zei Spottedleaf vriendelijk.
'Dat heb ik allemaal aan jou te danken' antwoordde Cherrypaw, die blij was te horen dat Spottedleaf haar nog graag zag.
'Ik ben niet voor niets een medicine cat' zei Spottedleaf op vriendelijke toon. Cherrypaw ging zitten en keek de mooie poes aan.
'Toen ik zo klein was als jij was ik ook een warrior apprentice. Na Goosefeather, de oude medicine cat die nogal wat voorspelde en dan alleen maar slechte dingen, had de Clan wel even genoeg van medicine cats. Mij is zelfs verteld dat hij ze in een gevecht met WindClan heeft geleid, met nare gevolgen, vooral voor de toen nog jonge Bluefur. Toen Goosefeather naar de elders den moest verhuizen, werd zijn apprentice Featherwhisker benoemd tot volle medicine cat van ThunderClan. Ik was dan wel een warrior apprentice, toch liep ik vaak achter hem aan om hem te helpen. Maar ze wilden geen nieuwe medicine cat apprentice' vertelde Spottedleaf op dezelfde kalme, vriendelijke toon.
'Maar dat is niet eerlijk! En hoe ben je het dan uiteindelijk toch geworden?' zei Cherrypaw die haar met grote ogen aankeek.
'Ik ben Sunstar gesmeekt om toch een medicine cat apprentice te mogen worden en uiteindelijk heeft hij toegegeven. Ik ben hem dankbaar voor zijn oordeel en ik zal het niet vergeten, noch zal ik mijn rang verwaarlozen, aangezien ik wil laten zien wat ik waard ben' sprak de poes verder. Cherrypaw luisterde nog steeds aandachtig. Spottedleaf diende haar Clan op een hele andere manier, maar ze leek het net zo nobel klinken als de dapperste warrior. Een medicine cat was soms belangrijker dan een warrior, beide dienen hun Clan op hun eigen manier, hun eigen weg. Cherrypaw bewonderde de kennis en wijsheid van de medicine cats.
'Dromen met StarClan is een bijzondere gave, het valt niet te vergelijken met andere dingen' miauwde Spottedleaf, voor ze Cherrypaw weer aankeek en glimlachte.
'Laten we die muis maar opeten' vervolgde ze en nam een hapje van het beestje, om het vervolgens naar Cherrypaw te schuiven. De donkerrode tabby nam een grote hap en voelde haar honger wegzakken. Een tijdje zaten de twee daar in stilte, te genieten van de zon, de muis en de vertrouwde geluiden in het ThunderClan kamp.
'Ik denk dat het tijd is om verder te gaan met onze taken' zei Spottedleaf zacht.
'Ik zal Willowpelt maar gaan opzoeken. Bedankt voor het verhaal en de muis' zei Cherrypaw vrolijk en stond op. Toen ze naar de varentunnel liep hoorde ze de medicine cat nog even roepen.
'Kom nog eens langs als je wilt, wat gezelschap is altijd fijn.'
Cherrykit glimlachte, knikte en rende toen de tunnel door naar het hoofd gedeelte van het kamp. Door alle verhalen van Spottedleaf werd ze zo veel wijzer over de dingen die er waren gebeurd in het verleden. Het leek een makkelijk leven, zonder al te veel moeilijkheden, maar vroeger was dat niet zo geweest. Er waren verhalen van katten die zich in elke strijd gooide, zoals Thistleclaw. Ze had gehoord van deze ambitieuze kater, haar vader had vele mooie verhalen over zijn macht en de dapperheid waarmee hij gevechten won. Toch was het hem niet helemaal goed uitgekomen toen hij dood werd gevonden, met zijn nagels uit, klaar voor het gevecht dat hij had verloren. Haar vader had het er niet vaak over, hij sprak liever over de dingen die hij van deze warrior had geleerd.
'Daar ben je Cherrypaw!' riep een stem vanuit de schaduw. Ze draaide haar hoofd erheen en keek naar Willowpelt die op haar af gestapt kwam.
'We gaan een ronde doen door het territorium' riep haar mentor, die al snel naast haar stond. Cherrypaw keek vol verlangen naar de uitgang van het kamp. Eindelijk zouden ze wat leuks gaan doen!
Na een slopende middag kwamen ze terug in het kamp. Cherrypaw's poten deden zeer van het lange lopen, maar haar ogen straalden. Eindelijk had ze het ThunderClan territorium gezien. De rivier en Vierboom, toen Slangenrotsen en het Donderpad. Bij de herinnering aan het zwarte, stinkende spul voelde ze zich alweer misselijk worden. En dan die monsters. Ze waren zo groot! Ze konden zelfs een hele tweebeen opeten! En wat een lawaai kwam erbij kijken als die dingen langs kwamen, op hun hoge tempo. Zo snel zou een kat nooit kunnen rennen. Moe van alles kroop ze meteen in haar nest. Ze had geen zin in eten en merkte niet eens dat Applepaw naast haar kwam liggen. Het duurde niet lang voor ze diep weggezonken was in haar dromen.
Cherrypaw opende haar ogen weer. Ze keek uit over een groot veld, er leek geen eind aan te komen. De sterren schenen boven haar hoofd en hulde de plek in een zilver licht. Aarzelend zette ze een paar stappen naar voren en keek om zich heen. Waar was ze? Was dit WindClan territorium? Maar hoe was ze daar gekomen? Ze slikte, dit was te open, ze voelde zich te kwetsbaar, zonder de bomen en struiken die haar normaal omringde. Een zacht geritsel deed haar oren omhoog schieten, ze draaide zich in een ruk om. Voor haar stond een grote kat. Een kater met heldere, amberkleurige ogen. Zijn vacht was licht, zilverachtig grijs, met een dikke staart en lange snorharen. Cherrypaw dook ineen, deze kat was veel groter dan haar en ze had nog niet eens geleerd hoe ze moest vechten.
'Dus dit is Cherrypaw, eindelijk ontmoet ik je. StarClan houd je al een tijdje in de gaten' zei de kater. Cherrypaw keek hem met een vragende blik aan.
'StarClan? Wie ben jij en hoe ken je me?' vroeg ze verward.
'Katten weten steeds minder over de oudere generaties. Ach, laat ik stoppen je in verwarring te laten. Ik ben Featherwhisker, voormalig medicine cat van ThunderClan, jouw Clan' zei hij op een vriendelijke, en een tikkeltje plagende toon. Cherrypaw keek hem aan met grote ogen. Featherwhisker?! Dat was de mentor van Spottedleaf! Waarom zou die haar bezoeken.
'Spottedleaf heeft het over jou gehad. Jij bent haar mentor! Maar waar zijn we en waarom ben je hier?' zei ze op een opgewonden toon.
'We zijn op de jaagvlakten van StarClan en hij is hier om jou een boodschap door te geven' zei een nieuwe stem, nog voor Featherwhisker zijn mond open kon doen. Een andere kater kwam aanlopen. Hij was nog groter dan Featherwhisker, met een lange tabby vacht die haast geel leek. Zijn heldere groene ogen stonden vriendelijk, maar streng. Ze herkende hem niet, maar hij zag er indrukwekkend uit. Een kat die je haast wel moest kennen.
'Featherwhisker, we zijn hier niet om apprentices te plagen' miauwde hij streng tegen de zilveren kater. Daarna keerde hij zich weer naar Cherrypaw. 'Ik ben Sunstar, voormalig leider van ThunderClan' zei de kater op kalme toon. Cherrypaw's ogen werden nog groter. Een leider kwam naar haar droom! Zouden deze StarClan katten haar een boodschap brengen?! Featherwhisker keek even naar de oude ThunderClan leider en daarna weer naar Cherrypaw.
'Er ligt een speciale weg op jou en je broer te wachten, maar er is een splitsing, en alleen de tijd zal vertellen wie welke weg in zal slaan' zei Featherwhisker op zachte toon. Ze keek de twee aan, haar ogen nog steeds groot en verward. Featherwhisker en Sunstar begonnen alweer te verdwijnen en ook de wereld om haar heen werd wazig.
'Wacht! Ik begrijp het niet.. Speciale weg?' riep Cherrypaw, maar de katten waren al verdwenen. Ook de vlaktes van StarClam verdwenen langzaam in de duisternis. Heldere stemmen, die uit het niets kwamen, deden haar opschrikken, ze staarde naar het duister, maar er was niets te zien.
'Cherrypaw! Wakker worden!'
Ze schoot overeind en keek wild om zich heen. Applepaw zat voor haar. Hij had haar de vorige dag genegeerd, maar keek haar nu aan met een geamuseerde blik in zijn ogen.
'Weer aan het dromen?' vroeg hij plagend. Cherrypaw voelde zich meteen een stuk beter. Het leek erop dat Applepaw weer normaal kon doen. Ze keek hem even aan met een gemaakt boze blik en kwam toen haar nest uit om te horen wat ze vandaag zouden gaan doen. En toch kon ze niet vergeten wat ze had gedroomd. Wat Sunstar en Featherwhisker haar hadden verteld. Was het echt geweest? Was het echt een boodschap van StarClan? Er was maar één kat die dat wist, één kat die haar kon helpen.
'Ik kom zo Applepaw, ik moet nog even iets doen' riep ze, terwijl ze zich naar de tunnel van varens haastte, die naar de medicine den leidde. Binnen zag ze Spottedleaf op haar open veldje zitten. De lapjeskat was kruiden en planten aan het sorteren en keek verbaast op toen ze Cherrypaw haar den binnen zag stormen.
'Ik moet je spreken!' zei Cherrypaw, nog hijgend van de haast die ze in haar pas had gezet.
Reageer (1)
Geweldig! Echt! Snel verder!
1 decennium geleden