33
xxxx
Lucy P.O.V
‘Sep’? Het klonk aarzelend.
Even vergat ze alles, de zwadderaars, Holly, Tom, het gat. Er was maar een ding belangrijk en dat was Septimus.
Ze rende langs de stomverbaasde zwadderaars op hem af en omhelsde hem.
‘Ik heb je gemist’ Fluisterde ze in zijn oor.
Septimus P.O.V
Hij was gek, hij was hartstikke gek. En toch sprong hij tevoorschijn.
‘Stop’!
Twee seconden was het muisstil, toen rende Lucy naar hem toe en omhelsde hem. Hij had heel veel verwacht, maar dit absoluut niet.
‘Ik heb je gemist’ Fluisterde ze en hij voelde zijn keel droog worden. Wat moest hij nou zeggen?
‘Ik heb jou ook gemist’ Zei hij uiteindelijk maar.
Ze keek hem aan en hij kon het niet laten te glimlachen.
Holly P.O.V
Ze schrok zich rot toen iemand ineens keihard ‘Stop’ brulde.
Ze greep Toms hand vast en keek toen naar de jongen die de kreet geuit had. Ze herkende hem meteen, ook al had ze hem nog nooit gezein. Dat kwam vooral door het feit dat Lucy op hem afrende en hem knuffelde, want dan moest Lucy hem wel kennen. De zwadderaars konden alleen maar verbaasd kijken en ondanks alles moest ze toch nog glimlachen.
Tom P.O.V
Wie was die jongen? En waarom omhelsde Lucy hem?
Hij vond het maar een gluiperd.
‘Dat is Septimus’ Fluisterde Holly in zijn ooor, hij besefte ineens dat hij haar hand vast had en werd rood.
Septimus dus, had hij toch gelijk. Het was een gluiperd, een gemene zwadderaar gluiperd. Zijn blik verkilde en hij keek die Septimus zo woedend mogelijk aan. Die moest niet zomaar denken dat alles hem vergeven was.
Lucy P.O.V
Het was geweldig dat Septimus er was, maar toch. Hij had hen verraden en was overgelopen naar de andere kant. Plotseling voelde ze zichzelf ontzettend naiëf. Dat verdween toen ze in zijn berouwvolle zwarte ogen keek.
‘Het spijt me’ Zei hij zacht.
Ze knikte ‘Het is goed’.
Wat zei ze nou? Het was niet goed. Het was nooit goed geweest, dit klopte niet. Waarom vervloekte ze hem niet. Ineens besefte ze dat de rest er ook nog was.
Holly stond met een grote grijns op haar gezicht naar hen te kijken en Tom keek zo vuil mogelijk naar Septimus. Het eerste wat haar opviel was dat ze elkaars hand vasthielden.
‘Oké, dit maakt het alleen maar makkelijker’ Zei De opper zwadderaar allias Nicholas Holera.
‘We vermoorden jullie nu allevier bij elkaar’.
Ze greep Septimus’ hand en trok hem mee naar Holly en Tom, de zwadderaars stonden nog steeds verbaasd toe te kijken. Stelletje idioten.
‘Spring’ Hijgde ze en Tom keek haar aan alsof ze gek was.
‘We weten niet hoe diep het is’.
‘Spring’ Zei ze iets dwingender en ze sprongen in het gat dat ontstaan was door de gruizelvloeken.
Boven hen botsten de vloeken van de zwadderaars tegen elkaar en hoorden ze Holera woedend schreeuwen.
‘Alohomora’ Fluisterde Septimus naast haar.
Een klein blauw lichtje verscheen aan de punt van zijn toverstok en ze konden de vage contouren van een gang zien.
Plotseling gingen er fakkels aan en zagen ze aan het eind van de gang een deur verschijnen.
‘Rennen’ Zei Holly toen er een touw naar beneden viel die hoogstwaarschijnlijk geworpen werd door de zwadderaars.
De vier kinderen renden naar de deur.
Reageer (5)
Btw Holly en Tom(H)
1 decennium geledenDe spreuk ik Lumos!

1 decennium geledenAlohomora kunnen ze op die deur gebruiken!
Ik wil weten wat er achter die deur zit!(duh, iedereen die dit verhaal leest)
En als jij nou verder schrijf, weten we het (:
Iedereen blij
alohomora?

1 decennium geledenfoute spreuk
Het wa siets anders maar wat ookalweer ?
wel leuk snel verder
Is die Septimus nou slecht of goed?
1 decennium geledenVerder!
1 decennium geleden