31
Hoera voor de Hogwartsbrigade!(ik weet niet meer wie die in zijn/haar reactie had staan, maar dat is een leuk woord)
xxxx
Ze stonden verscholen tussen bosjes en achter muren. De kinderen hadden niets in de gaten en de Opper zwadderaar grijnsde gemeen. Er stonden heel wat zwadderaars om hem heen, want hij mocht zelf natuurlijk niet toevallig geraakt worden door een spreuk van een van die snotneuzen. Geduldig wachtten ze af terwijl de kinderen beduusd rondkeken.
‘Hoe kan een boek dit nou ooit weer heel maken’? Vroeg Tom zich hardop op.
Holly zuchtte ‘Het is geen boek, het is een bezwering’.
Lucy zei niets, de ruïne van Hogwarts was indrukwekkend. Het benam haar de adem en ze kon alleen maar respect voelen voor het immens grote kasteel dat zelfs nu het een zielig hoopje stenen was nog kracht en warmte uitstraalde. Ze had het vreemde gevoel dat ze de zielen van de overleden personen die omgekomen waren hier in of bij het kasteel kon voelen. En dat ze de wacht hielden over de resten van de grote zaal en het zwerkbalveld.
‘Kijk’ Wees Tom, ze volgde zijn vinger met haar ogen en zag een huisje staan. Het was nog intact, maar er was onkruid overheen gegroeid en het stond op instorten.
‘Misschien woonde de jachtopziener daar’? Opperde Holly.
Tom en Lucy knikten en keken naar de doelringen van het zwerkbalveld. Lucy liep er naar toe en keek naar de tribune die aan de rood met gouden doeken te zien ooit aan Griffoendor supporters toebehoorde. De doeken waren gescheurd en verkleurd en toch zag ze duidelijk dat de het wapen van Hogwarts geweest was, de lerarentribune. Holly was er naar toe gelopen en mompelde wat. De scheuren werden weer heel en je kon nu zien dat er een grote H stond omringd door een das, een leeuw, een slang en een adelaar.
‘Wauw’ Fluisterde Tom en dat was volgens Lucy het enige woord wat je op zo’n moment kon zeggen.
Plechtig stonden ze naast elkaar voor het enorme spandoek te kijken naar het wapen van de school, hun school, Hogwarts. Plotseling miste ze Septimus zo erg dat het pijn deed, ze beet op haar lip om de tranen tegen te houden. Holly en Tom hadden niets in de gaten, die staarden maar naar het doek. Lucy had het gevoel dat ze bekeken werden.
‘Eh-‘ Begon ze en Holly keek verward op. Toms hoofd ging met een ruk naar een bosje aan de rand van het zwerkbalveld. Het bosje bewoog, er zat iemand in het bosje naar hun te kijken. Lucy greep haar toverstok. Er kwam iemand uit de schuilplaats gesprongen en haar toverstok viel uit haar hand. Haar ogen werden groter en ze had geen idee wat ze moest zeggen.
‘Jij’? Kwam er uiteindelijk uit haar mond.
Reageer (3)
Septimus!!
Het moet haast wel Septimus zijn!! Please??

1 decennium geledenSnel verder!! Ze moeten Zweinstein weer opbouwen!!
Verder!
1 decennium geledenWaarom schrijft gij niet verder?
1 decennium geledenEcht, hoe kan je nú stoppen?
Ik wil meer *krijst histerisch*
Mooi geschreven btw!
Xx