Ik hoop dat jullie dit hoofdstuk een beetje begrijpen en na dit hoofdstuk de titel ook begrijpen...xxxx

Later zou Lucy zich nooit meer zo goed kunnen herinneren wat er nou precies gebeurd was, maar nu was dat allemaal heel erg helder.
Als ze niet zo druk was met vervloekingen schreeuwen en ontwijken had ze vast geschreeuwde dat ze Septimus haatte.
‘Paralitis’!
‘Expelliarmus’! Klonk de stem van Holly naast haar.
Alle twee de spreuken misten en zorgde ervoor dat er gaten in toch al zwakke muren kwamen.
‘Lucy kijk uit’! Gilde Holly en ze wist nog net een vloek des doods te ontwijken.
Goed, als ze het zo wilden spelen dan konden ze het zo krijgen. Holly en Lucy keken elkaar even aan en wisten dat ze hetzelfde dachten. Holly greep haar hand vast.
‘Drie, twee’ Fluisterde Lucy ‘één’.
‘Bombarda’! Ze wees met haar toverstok naar het plafond en Holly riep de schildspreuk op.
Het oude krakemikkige gebouw kon de spreuk niet aan en met een enorm lawaai stortte het plafond en de twee bovenverdiepingen op hen.
Hoe de schildspreuk ooit de tonnen aan hout en steen gehouden kon hebben, bleef voor hen een raadsel. Maar belangrijker was dát hij het gehouden had en dat ze ongedeerd uit de puinhoop tevoorschijn kwamen.
Hoewel Lucy en Holly onder het bloed zaten leefden ze nog, al was dat waarschijnlijk niet voor lang. De Zwadderaars waren natuurlijk verdwijnseld en de griezelige man was waarschijnlijk bedolven onder zijn eigen jeugdherberg, net als alle anderen die op dat moment in het gebouw aanwezig waren.
Even voelde Lucy een steek van schuldgevoel. Dat meteen plaatsmaakte voor paniek toen ze in de verte sirenes hoorde. Ze pakte Holly’s hand en sleurde haar mee.
Ze bleven maar rennen, ook toen de sirenes en het lawaai achter hen verstomde.
Ook toen er een wolk voor de maan schoof en ze niets meer konden zien.
Ook toen ze Breenord lieten voor wat het was en de stad uit renden.
Ook toen ze pijnlijke steken in haar zij voelde en een ademtekort kreeg.
Totdat ze zich van uitputting in het gras lieten vallen en minstens een kwartier zaten uit te hijgen.
En toen kreeg Lucy eindelijk de kans om te zeggen wat ze wilde: ‘Ik vermoord Septimus’.
Holly maakte een instemmend geluidje ‘Hoe wisten ze ons te vinden’?
Daar hoefde ze niet eens over na te denken ‘Daan’.
‘Zouden we hem ook nog kunnen vermoorden denk je’?
Lucy schudde haar hoofd tot ze besefte dat haar vriendin dat waarschijnlijk niet kon zien in het toch al weinige maanlicht.
‘Ik denk niet dat wij dat nog hoeven te doen Hol’.
‘Zouden er veel doden zijn’ Holly’s stem klonk zacht en bang.
‘Nee, je moet toch niet goed bij je hoofd zijn als je sowieso die jeugdherberg in gaat, laat staan dat je er blijft slapen’.
Naast haar ontspande Holly zich weer een beetje ‘Dat is waar’.
Dat was helemaal niet waar, Lucy had maar wat gezegd om zichzelf en Holly gerust te stellen.
‘Ik denk dat we een kans hebben om Septimus tegen te komen, hij moet eerst in Breenord zijn geweest en toen weg zijn gegaan. Maar toen we in Breenord zelf waren hebben we niet meer op het klokje gekeken en kon hij dus makkelijk weggegaan zijn.
5-0 voor Holly, ze zuchtte ‘Waarom moet je altijd gelijk hebben’.
Naast haar geeuwde Holly en liet zich achterover in het zachte gras vallen.
‘Omdat ik even logisch nadenk, trusten’.
Lucy staarde noch even naar de sterren en kon in haar hoofd de stem van haar vader horen: ‘Denk nou eens een keer logisch na Luus’.
‘Zal ik doen pap, als jij ophoud met me dingen in te fluisteren, zelfs als je dood bent’.
Daarna ging ze liggen. Naast zich hoorde ze Holly´s ademhaling regelmatig worden. Gerustgesteld door dat geluid sloot ze haar ogen en viel in een diepe slaap.

Reageer (2)

  • Mylintis

    Leuk!!
    wanneer ga je weer verder??:Y)

    1 decennium geleden
  • Faith177

    Tof hoofdstuk!!
    Snel verder!!(flower)

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen