12
‘Weet je zeker dat het hier is’?
Holly keek haar vragend aan en Lucy wees op het straatnaambordje.
Watermolenlaan stond erop. Ze stonden in een achterbuurt, ze kon de ratten achter de muren horen trippelen. Ze huiverde, het was begonnen met regenen en ze waren binnen drie seconden kletsnat geweest. Er stonden huizen die zo te zien uit de oertijd stamden, ze vielen bijna uit elkaar en één keer had Lucy een tandloze grijns vanachter een raam gezien.
‘Dit is nummer 45’ Zei Holly terwijl ze naar het nummerbord keek. Op dat moment liet de gevel van het huis met een kraak los en sprong Holly achteruit.
Op de plek waar ze net nog gestaan had lag nu een lange houten balk. Ze keken elkaar even aan.
‘Waarom zou hij hier naar toe gegaan zijn’? Vroeg Lucy zich hardop af.
Holly haalde haar schouders op ‘Geen idee, maar hij mag ons wel dankbaar zijn dat we hem hier weghalen’.
Ze liepen naar de overkant waar de oneven nummers waren en liepen het ruitje af totdat ze bij nummer 7 aangekomen waren.
Er groeide onkruid tegen het gebouw op en er zaten groene schimmelplekken op, uit het gebouw zelf kwam de stank van verrotting hen al tegemoet.
Ze haalde diep adem ‘Ben je er klaar voor’?
Holly deed –als wijze van antwoord- een stap naar voren. Ze liepen de deur door en het was volgens haar een wonder dat hij niet zomaar uit zijn scharnieren viel. Er stond een kale man die zijn tanden wel eens mocht poetsen achter het loket.
‘Wat kan ik voor jullie doen, jongedames’.
Zijn stem klonk lijzig en was genoeg om haar kippenvel te bezorgen.
‘We zoeken een vriend van ons, hij is even groot als mij en heeft zwart haar en blauwe ogen’.
De man dacht even na en Lucy besteedde die tijd om even rond te kijken: De muren waren een verdachte kleur bruin, er stond een bank die nog net niet ingestort was, en voor de show hing er een schilderijtje met een boot erop afgebeeld.
‘U bedoelt meneer Septimus’ Zei de man en hij had meteen Lucy’s aandacht weer.
Waarom had Septimus zijn naam genoemd, wilde hij soms dat ze hem zouden vinden?
‘Hij heeft kamer nummer 13, wilt u dat ik hem roep’?
Er klopte iets niet, Septimus zou nooit zijn naam aan een volslagen vreemde vertellen en hij zou ook nooit hier logeren.
‘Holly dit is een valstrik’ Gilde ze en op dat moment kwamen er twee mensen met getrokken toverstokken uit een deur gestormd.
Reageer (3)
Spannendd! <3
1 decennium geledensnel verderr
1 decennium geledenWhaa rennen!!
Snel verder!
1 decennium geledenSpannendd!!