4.

Langzaam zoekend liep ik langs witte kamerdeuren waar het getal van de kamer op stond. De nummers op de deuren verraadde dat ik nog lang niet bij mijn kamer was. Tien, elf, twaalf, ik keek op de platte grond. Ik zag dat kamer een tot en met tweehonderd op de begane grond was, tweehonderd tot en met vijfhonderd op de eerste verdieping en vijfhonderd tot en met duizend op de tweede verdieping. Mijn kamer was dus op eerste verdieping. Ik besefte nu pas dat er duizend kamers waren, dus ook tegen de duizend jongens. Dit was echt niet normaal!
''Chickie!'' Ik hoorde iemand roepen en draaide me om, om te kijken wie het was. Ik zag een jongen met zijn vrienden staan en hij wees naar me. Opeens begonnen ze naar me toe te rennen. Ik schrok en wist dat ik moest maken dat ik weg kon. Ik rende weg, wat nog al moeilijk ging met mijn bagage. ''Chick, wacht nou!'' Riep weer iemand anders. Ik stopte. Waar moest ik heen? Ik keek naar links en rechts. Ik zag een lift, mijn redding. Ik snelde erheen en drukte op de knop. Een paar seconden laten sprong de deur van de lift open ik duwde mijn bagage naar binnen en vloog de lift in. Gelukkig waren er geen mensen in de lift waar ik op moest wachten. Terwijl ik in de lift stond zag ik de jongens op een afstand van vijf meter dichterbij komen. Ik drukte op '1'. 'Ga nou dicht!' Dacht ik en ik schopte tegen de muur. De deur ging langzaam dicht. De jongens kwamen hijgend aangerend. Lachend zwaaide ik naar ze terwijl de liftdeur dicht ging. ''We nemen de trap wel.'' Zie iemand. Ik schrok en stopte met lachen. Ik was dus toch niet gered. Mijn hart bonkte als een gek. Ik schoot alweer in de lach. Ik werd gewoon achtervolgd door een stel jongens. Ik had al een tijdje niet zo gelachen. Mijn dag was weer helemaal goed. Ik pakte mijn bagage vast zodat ik meteen weg kon gaan als de deur weer open zou springen. De deur sprong enkele seconden later open. Blij wilde ik weg lopen, maar de jongens hielden me tegen. Ik schrok. Ze waren natuurlijk naar boven gelopen via de trap en hadden de lift opgezocht waar ik ingestapt was. ''Waarom liep je weg?'' Vroeg een jongen met blond haar. ''Kijk Oprah Winfrey!'' Riep ik en ik wees zomaar ergens heen. Alle jongens keken achterom. Lachend maar ook met een prop in mijn keel rende ik weg. Gelukkig had ik een koffer met wieltjes, anders zou ik geen meter vooruit komen. Ja, daar zag ik hem! Een witte kamerdeur met '206' erop. Rustig opende ik de deur en keek de kamer rond. Ik zag een jongen met blond en zwarte stekeltjes staan. ''Hoi, ik ben dus jou kamergenoot?'' Ik gaf de jongen een hand. Hij begon te lachen. ''Wat?'' Ik keek hem verbaasd aan. ''Dat kan niet, Simon en Daan zijn mijn kamergenoten al.'' Hij wees naar twee bedden die vol lagen met kleren en andere dingen. Ik zag dat er ook maar drie bedden waren, niet voor mij dus. Ik schaamde me. ''Hoe kan dat nou? Tweehonderdzes is echt mijn kamer.'' Ik liet de jongen mijn papier zien. ''Wacht, tweehonderdzes zei je?'' De jongen schoot opnieuw in de lach. Ik knikte maar wat. ''Dit is kamer tweehonderdnegen.'' Hij legde de nadruk op 'negen'. Ik was stomverbaasd en liep naar de kamerdeur. Er stond inderdaad '209' op. ''Waarschijnlijk heb je de negen omgedraaid in je gedachten.'' Dacht de jongen. ''Ik heb het wel een beetje zwaar aan mijn hoofd ja.'' Antwoordde ik. ''Ik ben trouwens Emiel.'' De jongen gaf me een hand. Ik schudde hem. ''Laymé. Je vraagt je zeker af waarom ik hier ben?'' Vroeg ik. ''Ja, gedachten lezer.'' Antwoordde de jongen lachend. ''Dat is eigenlijk een heel lang verhaal.'' Antwoordde ik. Ook vroeg ik me af of ik het verhaal niet voor mezelf moest houden. ''Ik hoor het wel een keer.'' Emiel knipoogde. ''Is goed.'' Knikte ik. ''Zal ik je maar even naar je kamer brengen? Of weet je al waar die is?'' Bood Emiel aan om met me mee te gaan. ''Nee hoef... Weetje, doe maar wel.'' Lachte ik. Emiel liet me de deur uit gaan en volgde me. We liepen door de gang. Ik was blij dat ik Emiel leerde kennen. Hij was aardig. Stiekem hoopte ik dat het op vriendschap zou lopen, dat ik Emiel alles zou kunnen vertellen. Of was hij ook zo'n versierder die alleen zou pronken met de roem? Ik wachtte maar af. We liepen de hoek om en waren er. ''Zo, kamer tweehonderdzes.'' We stonden voor een deur met '206' erop. ''Heel erg bedankt.'' Dankte ik Emiel. ''Zit wel goed hoor. Voor zo'n mooie dame doe ik alles.'' Slijmde Emiel overdreven. ''Echt alles?'' Grapte ik. ''Ik bedacht me net.'' Lachte Emiel. ''Als je me nodig hebt als bijvoorbeeld je kamergenoten vervelend doen weet je mijn kamer te vinden. Of moet ik mee naar binnen?'' Bood Emiel aan. ''Bedankt maar nee.'' Antwoordde ik. Emiel glimlachte en draaide zich om om weer weg te gaan. Toen draaide hij zich weer om. ''Misschien kunnen we elkaars nummers uitwisselen?'' Kwam hij op het idee. ''Ja goed idee.'' Ik was het met Emiel eens en haalde mijn mobiel te voorschijn. Emiel deed hetzelfde en we wisselde elkaars nummers uit. ''Als er iets is, SMS je maar. Doei.'' Zei hij en hij draaide zich een paar seconden later om. Ik keek hem na, zwaaide kort en opende toen mijn kamerdeur. Ik gooide mijn spullen op de grond neer, gooide de deur letterlijk dicht en gleed langzaam via de deur naar beneden. Ik zat nu tegen de deur op de grond. Eindelijk had ik rust en was ik alleen. Opeens zag ik iemand staan...
Reageer (2)
Oe spannend. Wil je mijn verhalen ook lezen? misschien?
1 decennium geledensnel verder jij <3
1 decennium geledenxx.