POV Ana
“Help,” fluistert een stem zwakjes in mijn hoofd. “Wat is er Ana?” vraagt Cara’s stem, maar haar gezicht toont iemand anders. Een jonger meisje. Ze heeft zwarte haren en hel blauwe ogen. Haar ogen tonen angst. Ik kan de zwakke stem makkelijk bij dit gezicht plaatsen “Help”. Het beeld verdwijnt weer en Cara’s bruine ogen en bruine haren komen in de plaats. “Niets,” lieg ik. Ze bekijkt me onderzoekend. “Je kijkt alsof je een eng spook hebt gezien,” zegt ze. “Dat was ook zo,” antwoord ik. Ze lacht. Ik zie ongeloof in haar ogen doorschijnen. Ze weet dat ik geesten kan zien en spreken, maar wilt het niet geloven. Ze grapt er steeds luchtig over en doet alsof het een spelletje is. “Wie zag je?” vraagt ze. “Ik weet het niet, een meisje,” zeg ik zachtjes. “Een dood meisje?” “Ik denk van niet… Het leek meer op een telepathische boodschap. Ze leek niet dood. Ze leek alleen bang. Ze vroeg om hulp. Maar… Ze is niet hier…” mompel ik. “Waar is ze dan wel?” Cara trekt grote ogen. Ik moet er van lachen. “Daar kom ik later nog wel achter.” De bel rinkelt door de hal. “Kom. Natuurwetenschappen. Zucht.” Ik moet weer lachen, weer iets typisch Cara. Van elk woord een zin maken. Ik zucht echt en loop achter haar aan naar ons lokaal. Voor ons lokaal staat er een groepje van de B klas. Ik haat hen. Ze doen altijd stoer en denken dat ze ‘het’ zijn. Maar eigenlijk zijn het losers gehaat door heel de school. Maar door hun grote aantal en sterke overtuigingskracht, durft niemand iets tegen hen te doen. Ze lachen venijnig naar mij en beginnen te giechelen. “Wat nu weer?” vraag ik niet in de moet om aardig te zijn. Ik kijk ze een voor een in de ogen: Cecile, Lore, hans, Jurgen, Mara, Aron, Stephan, Sien, Fien, Cato, Robin en Jason. Ik haat ze stuk voor stuk. Met een tweede zucht loop ik het lokaal in.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen