3
Ze vlogen door de nacht en Lucy kon het niet helpen dat ze het fantastisch vond, het leek wel eeuwen geleden dat ze ooit had gevlogen.
En haar problemen ebde langzaam weg toen ze de wind met haar haren voelde spelen.
Veel te snel naar haar zin waren ze over de enorme muur heen.
‘Bedankt’ zei ze wat ongemakkelijk.
Daan glimlachte ‘graag gedaan misschien zie ik je nog wel eens’.
Ze glimlachte terug ‘misschien’.
Ze keek hem na terwijl hij richting de poolster vloog.
Ineens herinnerde ze zich dat ze een opdracht had.
Ze haalde haar klokje weer tevoorschijn.
De wijzer van de slang stond stil.
Misschien zou ze hem nog inhalen.
Misschien
Lucy begon te rennen, de straat uit.
‘Hé, kan het niet wat zachter’.
‘Wie ben jij eigenlijk’? Verschillende ramen gingen open en lichten sprongen aan.
Ze vloekte zacht en begon te sprinten.
‘Blijf staan’!
Zonder om te kijken rende ze verder.
Vijfhonderd meter verder bleef ze hijgend staan terwijl ze paniekerig om zich heen keek.
Uiteindelijk besloot ze om de Onzichtbaarheidsmantel tevoorschijn te halen.
Ze drapeerde de mantel om zich heen en verdween in de donkere nacht.
In de verte zag ze de Heksenjagers al aankomen.
Ze was nog nooit zo blij geweest dat ze de Mantel had.
Ze glipte een steegje in om even uit te hijgen.
Haar klokje gaf aan dat Septimus weer verder van haar vandaan was.
Ze keek naar het wijzertje van Griffoendor die stil stond –dat was logisch, want dat was zij- Daarna naar het wijzertje van Ravenklauw die ver van haar verwijderd was.
Maar tot haar genoegen kwam het wijzertje van Huffelpuf juist haar kant op.
Uit haar zak haalde ze een notitieboekje ‘wijziging in basisplan’ fluisterde ze ‘ik verlaat de noodbasis niet Huffelpuf komt hierheen’.
Drie tellen later stond het keurig genoteerd in het boekje.
Lucy glimlachte.
Reageer (1)
Leuk, ik vind het echt leuk
1 decennium geleden