2
De weg stopte en voor haar stond een enorme muur.
Ze zuchtte, dat had zij natuurlijk weer.
‘Hulp nodig’? klonk een bijna spottende stem.
Lucy slaakte een gilletje en draaide zich om ‘nee ik denk dat ik dat prima zelf kan’.
De jongen grijnsde ‘en hoe wil je hier overheen klimmen’?
‘Wie zegt dat ik hier overheen wil’?
De jongen lachte nu hardop ‘Ik ben Daan’ en hij stak zijn hand uit.
Lucy pakte die niet aan ‘Ik hoef je hulp niet en ik hoef die hand van je ook niet’.
Daan trok zijn hand beledigd terug ‘Zelf weten heks’ zei hij en draaide zich om.
Haar gedachte maalden op topsnelheid heks had hij gezegd.
‘Hé’!
Daan draaide zich om ‘Ja’?
‘Ik heb me bedacht’.
Daan grinnikte en liep terug naar haar ‘geen zorgen ik ben ook een tovenaar, ik zal je niet verraden’.
Ze zuchtte opgelucht.
Ongeveer dertig jaar geleden was de dreuzelwereld erachter gekomen dat tovenaars en heksen niet alleen in sprookjes voorkwamen.
En sindsdien was niemand echt veilig, werd je er alleen maar ervan verdacht heks te zijn dan had je pech en werd je uit voorzorg maar meteen vermoord.
‘Hoe heet je’ haalde Daan haar uit haar droomwereld.
‘Lucy’ ze stak geen hand uit, dat was niet nodig.
‘Ik heb een vuurpijl’ zei Daan alsof het niks was.
‘Waar’?
‘In mijn zak’.
‘Verkleinspreuk’ verduidelijkte hij toen hij haar niet begrijpend zag kijken.
Hij haalde een mini bezem uit zijn zak en tikte er met zijn toverstok op.
‘Klim maar achterop’.
Reageer (2)
Ik zou wel kunnen zeggen verder maaaar dat is allang gebeurt
1 decennium geledenleuk
1 decennium geleden