Chapter twenty-five

Eindelijk hoofdstuk 25 en het verhaal is bijna uit.
Als de dood nabij is zie je pas wat de mensen om je heen voor je zijn. Je houdt je vast aan het beeld dat ze wakker worden, maar als ze dan niet wakker worden komt de klap des te harder. Maar wat moeten we zonder hoop, want zonder dat kan je niet leven.
I can't live without you, so wake up
POV PETER
Ik streelde de haren van Samantha. Ze lag nu al twee dagen in bed. Af en toe was ze wakker geworden om meteen weer in slaap te vallen. Ze had gezegd dat ze overal pijn had, maar niets was te zien. Geen bloeduitstorting en zelfs geen botbreuk. Erika verklaarde dat dit allemaal kwam door de krachten die Samantha had gebruikt en die haar nu zo uitputte dat ze overal pijn voelde. Blijkbaar had Erika dit eerder meegemaakt, want ze deed er heel koeltjes over.
'Wordt alsjeblieft wakker', fluisterde ik en ik gaf een kus op haar voorhoofd. Het was zo verleidelijk om haar lippen te nemen, maar het lijkt me toch geen goed idee.
Ik stond op en ik liep naar het raam. We waren in het kasteel van Caspian. Ik had eindelijk schone kleren aan en ik voelde me nu een echte koning, maar geen held. Al het lof zou naar Samantha moeten gaan, zij heeft namelijk ons leven gered daar waar wij niet konden komen.
Er klonk geklop en drie mensen kwamen binnen. Ik kon het horen aan de voetstappen, maar ik bleef naar buiten kijken. 'Ze overleeft het wel volgens Erika', hoorde ik Lucy zeggen. Ik hoorde gekraak van het bed en ik keek hoopvol om. Het was maar Lucy die op het bed ging liggen.
'Kom op Peter, Aslan wilt met ons praten', zei Susan. Ze was wat minder sceptisch over Samantha geworden, maar toch mocht ze haar niet.
'Wij letten wel op haar', zei Edmund en hij legde een hand op Lucy's schouder. Ik knikte, misschien was het zo wel goed.
Ik liep samen met Susan de kamer uit. Dit gesprek met Aslan lag al lang te wachten. Er zou vast iets aan de hand zijn, maar ik wist niet wat. Het was raar om hier te zijn. Het was zo wie zo raar om weer in Narnia te zijn en dingen te ontdekken die je je niet meer herrinnerde.
POV SAM
Langzaam deed ik mijn ogen open, maar ik deed ze al snel weer dicht. Het licht was te fel en ik had overal pijn. Zachtjes kreunde ik en ik voelde dat iemand op het bed ging liggen.
'Samantha, ben je wakker?' vroeg een stem fluisterend. Ik deed langzaam mijn ogen open en ik zag dat Lucy op het bed zat. 'Edmund, haal Peter', zei ze hyper. Ik glimlachte, maar ik merkte al snel dat ik dat niet had moeten doen.
'Je hebt ons laten schrikken', zei Lucy. Ze stond op en verdween uit mijn gezichtsveld. Ik durfde mijn hoofd niet te draaien. Ze kwam even later terug met een kom met water en een doek. Langzaam depte ze de doek over mijn voorhoofd. 'Laat Peter nooit meer denken dat je dood bent, oke.' Ik knikte langzaam. 'Heb je dorst?' Ik knikte weer en Lucy ging met de doek over mijn lippen. Ik zoog het water uit de doek.
Ik hoorde iemand de kamer inrennen en ik richte me langzaam op. Lucy hielp me rechtzitten door wat kussen achter mijn rug te leggen. Ik knikte naar haar en ze verliet de kamer. Ze deed de deur achter haar dicht.
'Hoe is het met je?' vroeg Peter. Ik keek naar hem op en ik zag dat hij bezorgd was.
'Goed', fluisterde ik met een schorre stem. Peter ging naast me op het bed zitten en hij nam mijn hoofd in zijn handen.
'Laat me nooit, maar dan ook nooit meer zo schrikken', fluisterde hij. Hij drukte zijn lippen op de mijne. Zijn lippen verwarmde mijn lichaam. 'Ik heb je gemist.'
'Ik jou ook', fluisterde ik en Peter glimlachte.
'Alles komt nu goed', zei hij en hij pakte mijn handen om op mijn knokkels een kus te drukken.
'Ik hou van je Peter', fluisterde ik. Peter glimlachte weer.
'Ik hou ook van jouw Samantha', zei hij en dit keer vond ik het heerlijk dat iemand mijn voorledige gebruikte. Een naam die nu eindelijk bij me zou passen.
Er zijn nog geen reacties.