Ik ga nu dat doen, om jou te redden. Ik zou mezelf zelfs van de klif gooien, maar nu hoeft alleen het water over me heen te gaan. Het is simpel. Ik moet ze vermoorden... en mezelf.

I love him and for him I've to die
POV SAM
Ik keek om me heen. Peter leek zich niet meer met me te bemoeien. Niemand eigenlijk. Mooi. Nou kon ik mijn plan voltooien. Peter moet denken dat ik straks doodga en we waren al bijna bij de brug. Het duurde niet lang meer voordat alle vijanden door het water zouden baden.
Ik rende door het bos. Ik moest naar de rivier toe en daar in het midden blijven staan. Vele mannen zullen mij willen doden, alleen omdat er wordt gezegd dat ik onverslaanbaar ben. Een gerucht die ik met Erika de wereld in heb geholpen toen we weer terug kwamen in Narnia. Maar onverslaanbaar ben ik niet, maar één iemand heeft me verslagen en dat was Peter.
Ik waadde het water in en ik zag Aslan en Lucy aan de andere kant staan. 'Blijf uit het water Samantha', riep Lucy, maar ik zag dat Aslan knikte. Ik moest nu doen waarvoor ik geboren was. Ik was een kind van de zon en van het ijs. Ik kon dit wel aan.
Ik draaide me om en al snel stonden er een paar mannen om me heen. Ik ging in de aanvalshouding staan en ik wachtte af. Toen er meer dan twintig man om me heen stond en het water begon weg te trekken kwamen pas Peter, Caspian, Susan, Edmund, Erika, Holdon en de rest eraan. Ik zag angst in de ogen van Peter toen hij mij zag. Ik knikte naar Erika. Zij zal alles van mij overnemen als ik zou falen.
'Narnia', schreeuwde ik en ik viel aan. De mannen weken eerst verschrikt naar achteren, maar toen vielen ze aan. Het water, dat eerst tot mijn middel stond, zakte tot mijn knieën. De mannen van Miraz merkten het niet, maar ik wel. Ik berijdde me mentaal voor op dat wat zou komen. Zachtjes begon ik oude gebeden te fluisteren in een taal die alleen de mensen die aan het begin van Narnia erbij waren.
Het water was helemaal weggetrokken en het leek of de mannen van Miraz het pas nu doorhadden. Een geborrel kwam uit de verte. De mannen wilden terugrennen, maar mijn leger hield ze tegen. Iedereen moest in de rivier blijven, dat had ik ze bevolen. Een paar mannen bleven bij mij om te vechten. De kans opgeven dat ze het onverslaanbare konden verslaan, dat deden ze niet.
Het grommende geluid kwam dichterbij en ik keek naar de bergen. Om de hoek kwam een inmens hoge golf aan. De gebeden rolden over mijn tong, mijn mond uit. Ik wreef over de ketting om mijn nek dat mijn enige aandenken aan mijn vader was. 'Bescherm me vader', fluisterde ik nadat ik het laatste gebed had gepreveld. Ik keek naar Peter. Hem zou ik het meest missen als het niet lukte. Ik voelde het water over me heen vallen en ik deed mijn ogen dicht. Ik was klaar om te zien wat er achter het witte licht zat.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen