interview over kettinkje gehad

Afrika
Een half jaar gaat voorbij en er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan haar denk. Ik besluit een reis te boeken naar Namibië. Bill en Tom gaan weer naar de Malediven en Gustav gaat ook naar een tropisch eiland. Ze weten alle drie niet waar ik heen ga. En ook het management weet van niets.
Een maand later sta ik op het vliegveld. Alleen. Mijn koffer gaat al richting het vliegtuig en snel ga ik op zoek naar de juiste gate. 10 uur later sta ik weer op het vliegveld. Weer alleen, maar niet meer in Duitsland. Ik huur een jeep en rij naar mijn hotel. Vroeg kruip ik mijn bed in om er de volgende dag vroeg uit te gaan. Met de jeep rij ik dwars door de woestijn. Met mijn ogen zoek ik de horizon af naar de rivier. Als ik hem in het oog krijg, geef ik extra gas. Ik vlieg over de stoffige weg en voor ik het weet rij ik langs de school. Mijn hart maakt een sprongetje nu ik weet dat ik goed rij én in de buurt ben. Een half uur later zie ik het dorpje opdoemen aan de horizon. Ik vertraag mijn tempo wat en zet de jeep aan de achteringang neer. Mijn handen trillen als ik de poort door stap. Een paar vrouwen komen naar me toe. Ze praten tegen me, maar ik versta er niets van. Niet-begrijpend kijk ik ze aan. Er komt een jongen aangelopen. Ik herken Kondo in hem en probeer duidelijk te maken wat ik kom doen, maar ook hij begrijpt het niet. Voor ik het weet staat het halve dorp om me heen, maar nergens zie ik Naledo.

*Naledo pov*
Ik werk samen met mijn ouders op het land als Bomani aangerend komt. “er is een blanke man in het dorp!” roept hij opgewonden. Ik laat alles uit mijn handen vallen, grijp naar mijn boog en ren achter hem aan naar het dorp. Als ik de poort door kom gestoven zie ik al een grote groep mensen staan. Ik loop tussen de hutjes door naar de grote boom. Op het heuveltje tuur ik in de menigte. Ik zie de blanke huid van de man, maar verder kom ik niet. Besluiteloos sta ik te kijken. Dan komt Abagbe naar me toe. Ze trekt me mee naar de groep en duwt me naar voren. “pardon, sorry, mag ik even.” De groep wijkt een beetje en als ik omhoog kijk, kijk ik in de grijsgroene ogen die ik nooit vergeten ben. Een tijd lang kijken we elkaar aan. De groep is stilgevallen en de spanning is om te snijden. Ik sla mijn ogen neer en stap de menigte in. De kring wijkt uiteen en snel loop ik de poort door. Met grote passen loop ik de heuvel op. Ik klim in de boom en leun tegen de stam.

*Georg pov*
Ze loopt de poort uit en verdwijnt uit het zicht. Het hele dorp kijkt me aan en ik weet niet wat ik moet doen. Een vrouw stapt naar voren, haar ogen zijn precies die van Naledo. Ze duwt me zachtjes richting de poort. Twijfelend loop ik het dorp uit. Plots staat Kondo voor me. Zijn pijl en boog aangespannen en op mij gericht. In zijn ogen staat agressie en van schrik zet ik een stap achteruit. Een heftig gekakel komt op en de vrouwen uit het dorp slepen Kondo bij de poort vandaan. Ik krijg een zetje en ren het dorp uit. Onrustig kijk ik om me heen, maar zie haar niet meer. Ik ren een stukje naar de rivier, maar draai me dan om en ren terug. Voorbij de poort de heuvel op. Op de top zie ik niemand. Ik loop om de boom heen en tuur over het landschap. Niets. Moedeloos zak ik tegen de boom aan en kijk lange tijd uit over het mooie land. Ik sluit mijn ogen en laat mijn hoofd op mijn knieën rusten. Waar kan ze toch zijn. Zacht prevel ik haar naam. “ik zou je meenemen. Je mag blijven zo lang je wilt. Ik laat je alles zien. De schoonheid van míjn land. Maar je wilt niet meer.” Ik sta op en loop naar het pad terug naar beneden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen