
“yo. Ik ben Caitlyn. Ik ben slank, niet super lang maar ook niet echt kort, en heb redelijk lang, zwart blauwig haar en donkere ogen. Ik ben 16 jaar, en woon in Katridge. Mijn ouders zijn vroeger omgekomen bij een ongeluk, en ik ben enig kind. Dus ik woon nu alleen in een redelijk klein huis vlak bij het park. In mijn vrije tijd vecht ik graag. Dan sla en trap ik tegen zo’n zak die ze gebruiken bij het boksen. Alleen weet niemand op school dat. Ze denken dat ik gewoon zo’n opstandig kind ben wat thuis niks anders doet dan voor de buis hangen. De enige die me echt kent is mijn vriendin Masy. Ze is ongeveer het tegenovergestelde van mij. Maar ze begrijpt me tenminste wel. Masy is het populairste meisje van de klas. Ze is knap, slim, en doet super aardig tegen iedereen. Ikzelf ben opstandig, niet bepaald een nerd, en praat ik tegen bijna niemand.”
Reageer (2)
Hey, het klinkt leuker als ik dacht! O_O (niet beledigend opvatten, zo bedoel ik het niet
)

1 decennium geledenIk ben het met Loveless eens over de alinia's, dat wel
Nou! Ik heb de eerste hoofdstuk al afgelezen en ik zie totaal geen problemen. Ik vind het fijn geschreven, misschien dat je wel bij een groot stuk tekst een alinea kunt maken. Bijvoorbeeld:
1 decennium geledenNa school fietste ik met Masy naar het park, gevolgd door een groepje die het gevecht wouden zien. Het nieuws had zich tijdens schooltijd als een lopend vuurtje verspreid, en iedereen uit de oude klas kwam kijken, samen met een paar andere leerlingen. Masy keek me de hele rit bezorgd aan. Toen we in het park aankwamen, zat Joris al te wachten op een steen. “kijk eens aan. Het was dus geen grapje.” Zei Joris en hij kwam van de steen af. “oké, dit zijn de regels. Het is een man op man gevecht. Niemand mag zich er mee bemoeien. Als er iemand ingrijpt, is degene die hij of zij helpt de verliezer. Wapens zijn niet toegestaan. Je mag alleen gebruik maken van je armen en benen, en de omgeving. Hij die de ander minstens 10 seconden op de grond heeft, wint. Tenzij de ander het natuurlijk opgeeft. Nog vragen?”
“nee hoor. Enne… het is ZIJ die de ander 10 seconden op de grond heeft. Je gaat neer.” Zei ik. Maar tegelijkertijd wist ik dat dit moeilijk ging worden. Ik kan hem onmogelijk op de grond houden. Ik kende geen houtgrepen. Ik zou hem maar gewoon uitputten zodat hij het op zou geven. We gingen tegenover elkaar staan, en er kwam iemand tussen ons in staan. “klaar?” vroeg hij en ik knikte. Ik zag dat Joris zijn nek en vingers knakte, en daarna ook knikken. “oké dan… begin!” riep de jongen.
Joris en ik bleven even op afstand, en liepen om elkaar heen. We meten elkaars kracht. “kom maar op.” Zei ik. Net op dat moment rende Joris op me af, en probeerde hij me te raken met zijn vuist. Ik reageerde snel, en sloeg zijn hand met gemak weg. Joris was even verbaasd over wat ik ent gedaan had, en ik greep mijn kans. Ik zette een stap naar voren met een voet, en bracht mijn andere voet omhoog en schopte hem in zijn maag. Joris kromp ineen, en ik mepte hem verder naar beneden. Joris herstelde zich snel. “ik wou rustig aan met je doen, maar dat kan je nu wel vergeten!” riep Joris en hij strekte zijn hand uit om me te slaan, ik dook aan de kant en rolde opzij. Tot mijn schrik zag ik dat ik tegen de steen aan stond. Joris grijnsde, en stormde op me af met zijn vuist nar voren. “sukkel.” Zei ik en ik grijnsde vals. Te laat besefte Joris wat ik van plan was. Ik dook omlaag, en Joris kwam met zijn hand hard tegen de steen aan, ik zat bij zijn benen, en met een simpele draai met mijn been schopte ik zijn voeten onder zijn lijf weg. Joris viel op de grond, en ik sprong bovenop hem. Helaas was hij nog lang niet moe. Hij kwam met gemak weer overeind.
Opeens kreeg ik een idee. Ik rolde onder Joris door, en rende naar de steen en klom erop. Joris draaide zich naar me om. Hij keek me vol schrik aan. Maar ik voelde geen enkel medelijden. Ik sprong van de steen af, en in de lucht gaf ik hem een trap tegen zijn kaak waardoor hij weer achterover viel. Joris wou alweer overeind komen, maar ik ging op hem zitten en klemde mijn handen om zijn keel heen. Joris keek me even aan, maar stond toen op. Ik kon zien dat hij bijna zijn limiet had bereikt. Ik stond op, en ging klaar staan om verder te vechten. Joris keek me aan, maar ontspande zich toen. Hij spreidde zijn armen, en zei: “maak het af. Ik geef me over.” Iedereen schrok van wat hij zei. Ik was zelf even van mijn stuk gebracht, maar zag toen dat Joris grijnsde.
Hij loog! Joris liet zijn armen al zakken, maar voordat hij ook maar iets kon doen, rende ik schreeuwend op hem af, en gaf hem zo’n harde trap dat hij achterover op de grond viel. Ik ging boven hem staan, en gaf hem nog een paar klappen. De ‘scheidsrechter’ kwam meteen, en begon te tellen. “1…2…3…4…5…6…7…8…9…10! Caitlyn wint!” riep hij en iedereen begon vol verbazing te klappen. “dat dacht ik al.” Zei ik. En ik grijnsde. Ik pakte Masy bij haar hand en liep met haar weg. “Caitlyn je was geweldig!” zei Masy vol van verbazing.
“vind je? Dit is nog niet eens een kwart van hoe goed ik kan worden. Ik moet nog veel meer gaan oefenen.” Zei ik en ik stapte op mijn fiets, en ging naar huis. Ik moest harder trainen. En dat zou ik binnenkort weggaan uit Katridge. Naar een nieuwe stad, waar ik beter kon worden.
Dat maakt het wat overzichtelijker en makkelijker te lezen ^^ Ik ga snel naar de volgende hoofdstuk! <3