Fred en George Wemel zaten in Grimboudplein 12 op hun slaapkamer, het schooljaar was nog niet begonnen. Dit jaar werd hun laatste jaar op Zweinstein Hoge School voor Hekserij en Hocus Pocus. Harry zou pas over een week worden weggehaald bij de Duffelingen en ze hadden hun jongere broertje Ron Wemel al de hele vakantie getreiterd en er voor gezorgd dat hij hun schoonmaakklussen deed. Hun moeder, Molly Wemel, liet hun al de hele vakantie het hele huis schoonmaken en de klussen leken zich alleen maar op te stapelen. ‘Fred’, zei George, ‘weetje, ik ben eigenlijk best benieuwd wie de Marauders zijn. ‘Ik ook’, antwoordde Fred knikkend. De Marauders waren 4 grappenmakers net als hun, alleen hun gingen niet tegelijk met hun naar Zweinstein. Maar toch waren Sluipvoet, Gaffel, Wormstaart en Maanling hun aanleiding geweest naar grootse grappen die ze hadden uitgehaald. Zonder de Marauders plattegrond hadden ze nooit uit kunnen uit stippelen waar en wanneer ze weer eens een Zwadderaar te grazen namen. Fred en George gingen verder met overleggen over wie het zouden kunnen zijn, maar ze konden niemand bedenken. Ze besloten maar naar de keuken te gaan en wat eten te pikken. Toen ze bij de deur kwamen hoorde ze 2 stemmen die overduidelijk ruzie aan het maken waren. ‘Kap eens met zo verdomd onverantwoordelijk te zijn’, schreeuwde de eerste stem. Dat was Hun ex-professor Verweer tegen de Zwarte Kunsten, Remus Lupos. Ze hadden hem nog nooit horen schreeuwen, laat staan schelden. ‘Je moet je er buiten houden’, schreeuwde de andere stem terug. Het was Sirius Zwarts, hij was nog steeds op de vlucht voor het ministerie van Toverkunsten. Er werd namelijk nog gedacht dat hij een ontsnapte crimineel was. ‘Stop met doen alsof we nog steeds Marauders zijn Sluipvoet! Het leven is niet meer zo makkelijk als toen die tijd op Zweinstein, waar wij overheersten met die grappen en streken van ons’, riep Remus naar Sirius. ‘Maar wij zijn de Marauders, Maanling’, zei Sirius opeens heel rustig. ‘Niet waar, de Marauders waren dood het op het moment dat James, Gaffel, werd vermoord en Peter, Wormstaart, hem verraadde en jij naar Azkaban werd gestuurd’. Het gesprek viel even stil en inmiddels stonden de monden van de tweeling verder open dan ze dachten dat mogelijk was. ‘Remus, asjeblieft’, hoorde ze Sirius zeggen, ‘stop met doen alsof je volwassen bent. Probeer weer jezelf te zijn.’ Fred en George hoorden een stoel verschuiven. ‘Ik doe niet alsof’, zei Remus gespannen, ‘ik ben volwassen, jij gaat niet mee met Harry halen’. Het gesprek viel dood en plotseling ging de deur open en Sirius stormde kwaad de trap op en mompelde iets dat leek op ‘ik haat je Maanling’. Fred en George liepen de keuken in. ‘Dus jij bent Maanling’, zei George. Remus keek op. ‘Dus jij en Sirius waren Marauders’, vervolgde Fred. Remus knikte, maar zei niks. ‘Nooit gedacht dat de Marauders zo’n trieste achtergrond hadden’, zei George. ‘Ik weet dat jullie de Marauders map in jullie bezit hebben gehad en dat jullie het aan Harry hebben gegeven’, zei Remus opeens. De tweeling keek hem verbaasd aan. ‘Maar, hoe.. Hoe weet je dat’, stamelde ze tegelijk uit. ‘Van Harry’, antwoordde Remus. ‘Ik betrapte hem erop dat hij hem had en had hem van hem afgepakt, toen ik mijn ontslag had ingediend vond ik dat hij hem harder nodig had dan mijzelf en gaf hem weer terug. ‘Typisch Harry om gepakt te worden’, zei Fred en schudde zijn hoofd. ‘Weetje’, begon George. ‘We hebben jullie gesprek afgeluisterd’, vervolgde Fred. ‘Wat absoluut niet de bedoeling was!’, zei George er gauw achteraan. ‘Maar nu’. (Fred)
‘Hebben we’. (George)
‘Nog meer respect’. (Fred)
‘Voor de Marauders’. (George)
‘Behalve’. (Fred)
‘Voor Wormstaart’, zeiden ze uiteindelijk tegelijk.
‘Nu snappen we ook waarom jij nooit voor onze grappen viel’, zei George en zag dat er een kleine grijns op Remus’ gezicht verscheen. ‘Tja, ik heb ze allemaal zelf een keer uitgehaald’, zei Remus toen en grijnsde toen breder, ‘waarom zou ik voor mijn eigen grappen vallen?’. Fred en George grijnsden ook. ‘Wacht maar’, zei Fred. ‘Ooit krijgen wij jou te pakken’, zei George. ‘En Sirius ook’, gniffelde Fred. ‘We hadden trouwens nooit verwacht dat jij een Marauder zou zijn!’.
‘De wereld is vol verassingen’, zei Remus. De tweeling liep daarna de keuken uit en lieten Remus weer alleen. ‘Wie had ooit gedacht dat we onder 1 dak woonden met Sluipvoet’, zei Fred. ‘En dat Maanling ooit onze leraar was’, zei George.

Einde.

Reageer (8)

  • MysticFool

    haha love it
    x

    1 decennium geleden
  • DreamersDisease

    Whaha geniaal xD Echt geniaal hoe je aan deze dingen komt!

    1 decennium geleden
  • KussJess

    haha

    1 decennium geleden
  • Eef95

    kei leuk verhaal.

    1 decennium geleden
  • SimoneV

    Vet leuk:D

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen